--- titel: Wet voorzieningen in verband met ambten van minister zonder portefeuille en van staatssecretaris bwb_id: BWBR0002069 type: wet status: geldend datum_inwerkingtreding: '1949-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002069 citeertitel: Wet voorzieningen in verband met ambten van minister zonder portefeuille en van staatssecretaris --- # Wet voorzieningen in verband met ambten van minister zonder portefeuille en van staatssecretaris ## Titel I. Algemene bepalingen ### Artikel 1 De bevoegdheden en verplichtingen, bij of krachtens de wet aan hoofden der ministeriƫle departementen in het algemeen verleend, onderscheidenlijk opgelegd, komen mede toe aan, onderscheidenlijk rusten mede op Onze ministers zonder portefeuille, en de staatssecretarissen, voorzover deze overeenkomstig de Grondwet als minister optreden. ### Artikel 2 De bevoegdheden en verplichtingen, bij of krachtens de wet aan een hoofd van een ministerieel departement in het bijzonder verleend, onderscheidenlijk opgelegd, komen mede toe aan, onderscheidenlijk rusten mede op een staatssecretaris bij dat departement, voorzover hij overeenkomstig de Grondwet als minister optreedt. ### Artikel 3 Onverminderd de overige gevallen, waarin de minister, voor wiens departement een staatssecretaris is benoemd, het nodig acht, dat de staatssecretaris in zijn plaats optreedt, maakt de minister in de *Nederlandse Staatscourant* bekend, met welke taak de staatssecretaris meer in het bijzonder zal zijn belast. ### Artikel 4 Buiten de gevallen van de artikelen 1 en 2 worden ministers zonder portefeuille en staatssecretarissen voor de toepassing of overeenkomstige toepassing van bij of krachtens de wet gestelde bepalingen met hoofden van ministeriƫle departementen gelijkgesteld. ## Titel II. Bijzondere voorzieningen ten aanzien van staatssecretarissen ### Paragraaf 1. Het salaris ### Artikel 5 Artikel 4 is niet van toepassing op de bezoldiging van staatssecretarissen. ### Paragraaf 2. Het wachtgeld ### Artikel 6 Vervallen ### Artikel 7 Vervallen ### Artikel 8 Vervallen ### Artikel 9 Vervallen ### Paragraaf 3. Het pensioen der staatssecretarissen en der weduwen en wezen van staatssecretarissen ### Artikel 10 Vervallen ### Artikel 11 Vervallen ### Artikel 12 Vervallen ### Artikel 13 Vervallen ### Artikel 14 Vervallen ### Artikel 15 Vervallen ### Artikel 16 Vervallen ### Artikel 17 Vervallen ### Artikel 18 Vervallen ### Artikel 19 Vervallen ### Artikel 20 Vervallen ### Artikel 21 Vervallen ### Artikel 22 Vervallen ### Artikel 23 Vervallen ### Artikel 24 Vervallen ### Artikel 25 Vervallen ### Artikel 26 Vervallen ### Artikel 27 Vervallen ### Artikel 28 Vervallen ### Artikel 29 Vervallen ### Paragraaf 4. Algemene bepaling ### Artikel 30 Vervallen ## Titel III. Slotbepaling ### Artikel 31 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na die harer afkondiging en heeft terugwerkende kracht tot 1 Januari 1949.