--- titel: Algemene bijstandswet bwb_id: BWBR0007333 type: wet status: geldend datum_inwerkingtreding: '1996-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007333 citeertitel: Algemene bijstandswet --- # Algemene bijstandswet ## Hoofdstuk I. Algemene bepalingen ### Artikel 1 Vervallen ### Artikel 2 Vervallen ### Artikel 3 Vervallen ### Artikel 4 Vervallen ### Artikel 5 Vervallen ### Artikel 6 Vervallen ## Hoofdstuk II. Het recht op bijstand ### Paragraaf 1. De kring van rechthebbenden ### Artikel 7 Vervallen ### Artikel 8 Vervallen ### Artikel 9 Vervallen ### Artikel 10 Vervallen ### Paragraaf 2. Personen aan wie bijstand kan worden verleend ### Artikel 11 Vervallen ### Artikel 12 Vervallen ### Paragraaf 3. Afstemming van de bijstand ### Artikel 13 Vervallen ### Artikel 14 **1.** Indien de belanghebbende blijk heeft gegeven van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, dan wel in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag of nadien onvoldoende heeft meegewerkt aan het verkrijgen of behouden van arbeid in dienstbetrekking, de verplichting, bedoeld in artikel 65, eerste lid, niet binnen de door burgemeester en wethouders daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, dan wel een verplichting als bedoeld in artikel 8, zesde lid, onderdeel b, artikel 65, tweede of derde lid, artikel 70, vierde lid, of een op grond van hoofdstuk VIII aan de bijstand verbonden verplichting niet of niet behoorlijk is nagekomen, weigeren burgemeester en wethouders de bijstand tijdelijk geheel of gedeeltelijk. **2.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. **3.** Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 65, eerste lid, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand, kunnen burgemeester en wethouders afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven. **4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kunnen burgemeester en wethouders besluiten af te zien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid. **5.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste en het tweede lid nadere regels worden gesteld. ### Paragraaf 3a. Administratieve boeten ### Artikel 14a **1.** Indien de belanghebbende de verplichting, bedoeld in artikel 65, eerste lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen door geen, onjuiste of onvolledige mededelingen te doen, leggen burgemeester en wethouders hem een boete op van ten hoogste € 2 269. **2.** De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. **3.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 65, eerste lid, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand kunnen burgemeester en wethouders afzien van het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven. **4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kunnen burgemeester en wethouders besluiten af te zien van het opleggen van een boete. **5.** Degene aan wie een boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan burgemeester en wethouders de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn. **6.** Voor zover de boete nog niet is geïnd vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd. **7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot het eerste en tweede lid nadere regels gesteld. ### Artikel 14b **1.** Indien burgemeester en wethouders jegens de belanghebbende een handeling verrichten waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is de belanghebbende niet langer verplicht terzake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het betreft de boeteoplegging. De belanghebbende wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. **2.** Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de belanghebbende een boete op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de belanghebbende onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid. **3.** Op verzoek van de belanghebbende die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, dragen burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de belanghebbende worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. **4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stellen burgemeester en wethouders de belanghebbende in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd. **5.** Indien de belanghebbende zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, dragen burgemeester en wethouders er op verzoek van de belanghebbende die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de belanghebbende kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. ### Artikel 14c **1.** Het besluit waarbij de boete wordt opgelegd vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig artikel 14*f* zal worden tenuitvoergelegd. **2.** Op verzoek van de belanghebbende die het in het eerste lid bedoelde besluit wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, dragen burgemeester en wethouders er zoveel mogelijk zorg voor dat de in dat besluit vermelde informatie aan de belanghebbende wordt medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste lid nadere regels worden gesteld. ### Artikel 14d **1.** Een boete wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie. **2.** De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien ter zake van de gedraging tegen de belanghebbende een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht. **3.** Het openbaar ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en tweede lid mededeling aan burgemeester en wethouders. ### Artikel 14e **1.** Een boete wordt opgelegd binnen een jaar nadat burgemeester en wethouders de belanghebbende overeenkomstig artikel 14*b*, vierde lid, in de gelegenheid hebben gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Indien terzake aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het openbaar ministerie aan burgemeester en wethouders heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld. **2.** Een boete wordt in elk geval niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de desbetreffende gedraging heeft plaatsgevonden. ### Artikel 14f **1.** Het besluit waarbij een boete is opgelegd levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het zevende lid. **2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die bijstand of uitkering. **3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd inmiddels bijstand of uitkering als bedoeld in het tweede lid ontvangt van een andere gemeente dan de gemeente die de boete heeft opgelegd, betaalt die andere gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd. **4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet of de Wet arbeid en zorg, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd. **5.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen bijstand of uitkering als bedoeld in het tweede of vierde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde en vierde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd. **6.** De tenuitvoerlegging van een besluit waarbij een boete is opgelegd vindt plaats met toepassing van het tweede, derde of vierde lid, dan wel van het vijfde lid, dan wel van het tweede, derde of vierde lid in combinatie met het vijfde lid. **7.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten. **8.** De betekening en tenuitvoerlegging ingevolge het vijfde lid kan geschieden door de deurwaarder, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel *e*, van de Gemeentewet. Artikel 256 van die wet is van overeenkomstige toepassing. **9.** Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door burgemeester en wethouders op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de artikelen 479*b* tot en met 479*g*, behoudens artikel 479*e*, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. De in artikel 479*g* aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan burgemeester en wethouders. **10.** De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat de belanghebbende blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475*c* en 475*d* van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. **11.** Het tiende lid geldt niet zolang de belanghebbende zijn verplichting bedoeld in artikel 14a, vijfde lid, niet of niet behoorlijk nakomt. ### Paragraaf 4. Niet noodzakelijke kosten ### Artikel 15 Vervallen ### Artikel 16 Vervallen ### Paragraaf 5. Verhouding tot voorliggende voorzieningen ### Artikel 17 Vervallen ### Artikel 18 Vervallen ## Hoofdstuk III. De vorm van de bijstand ### Artikel 19 Vervallen ### Artikel 20 Vervallen ### Artikel 21 Vervallen ### Artikel 22 Vervallen ### Artikel 23 Vervallen ### Artikel 23a Vervallen ### Artikel 24 Vervallen ### Artikel 25 Vervallen ### Artikel 25a Vervallen ## Hoofdstuk IV. De hoogte van de bijstand ### Afdeling 1. Algemene bijstand #### Paragraaf 1. Algemeen ### Artikel 26 Vervallen ### Artikel 27 Vervallen ### Artikel 28 Vervallen #### Paragraaf 2. De bijstandsnorm ### Artikel 29 Vervallen ### Artikel 30 Vervallen ### Artikel 31 Vervallen ### Artikel 32 Vervallen #### Paragraaf 3. Verhoging en verlaging van de bijstandsnorm ### Artikel 33 Vervallen ### Artikel 34 Vervallen ### Artikel 35 Vervallen ### Artikel 36 Vervallen ### Artikel 37 Vervallen ### Artikel 38 Vervallen ### Afdeling 2. Bijzondere bijstand ### Artikel 39 Vervallen ### Artikel 40 Vervallen ### Artikel 41 Vervallen ### Afdeling 3. De middelen #### Paragraaf 1. Algemeen ### Artikel 42 Vervallen ### Artikel 43 Vervallen ### Artikel 44 Vervallen ### Artikel 45 Vervallen ### Artikel 46 Vervallen #### Paragraaf 2. Het inkomen ### Artikel 47 Vervallen ### Artikel 48 Vervallen ### Artikel 49 Vervallen ### Artikel 50 Vervallen #### Paragraaf 3. Het vermogen ### Artikel 51 Vervallen ### Artikel 52 Vervallen ### Artikel 53 Vervallen ### Artikel 54 Vervallen ### Afdeling 4. Aanpassing van bedragen ### Artikel 55 Vervallen ### Artikel 56 Vervallen ### Artikel 57 Vervallen ### Artikel 58 Vervallen ### Artikel 59 Vervallen ### Artikel 60 Vervallen ### Artikel 61 Vervallen ### Artikel 62 Vervallen ## Hoofdstuk V. Het geldend maken van het recht op bijstand ### Paragraaf 1. De gemeente jegens welke recht op bijstand bestaat ### Artikel 63 Vervallen ### Artikel 63a Vervallen ### Artikel 64 Vervallen ### Paragraaf 2. Inlichtingenverplichting en onderzoek ### Artikel 65 Vervallen ### Artikel 66 **1.** Burgemeester en wethouders bepalen welke gegevens ten behoeve van de verlening van bijstand dan wel de voortzetting daarvan door de belanghebbende in ieder geval worden verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van gegevens plaatsvindt. **2.** Burgemeester en wethouders onderzoeken de juistheid en volledigheid van de verkregen gegevens en stellen zonodig een onderzoek in naar andere gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening dan wel de voortzetting van bijstand. Indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft besluiten burgemeester en wethouders tot herziening van de bijstand. **3.** Burgemeester en wethouders verrichten regelmatig een heronderzoek naar de voor het recht op bijstand van belang zijnde gegevens. Het heronderzoek strekt zich mede uit tot de naleving van de aan de bijstand verbonden verplichtingen. Burgemeester en wethouders beoordelen tevens of er aanleiding bestaat de verplichtingen aan te vullen dan wel te wijzigen. **4.** Het in het derde en vierde lid bedoelde onderzoek omvat, tenzij op grond van artikel 107 ontheffing is verleend van de verplichtingen gericht op inschakeling in de arbeid in dienstbetrekking, mede een onderzoek naar de mogelijkheden van de belanghebbende om door arbeid zelfstandig in het bestaan te voorzien alsmede de wijze waarop deze mogelijkheden kunnen worden vergroot. **5.** Bij beëindiging van de bijstand nemen burgemeester en wethouders, na onderzoek, tijdig een besluit met betrekking tot de wederzijds tussen de gemeente en de belanghebbende resterende verplichtingen en de afwikkeling daarvan. **6.** Burgemeester en wethouders onderzoeken regelmatig de financiële omstandigheden van degene aan wie zij betalings- en aflossingsverplichtingen hebben opgelegd met betrekking tot de verleende algemene bijstand. Indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft, besluiten burgemeester en wethouders tot wijziging van de opgelegde betalings- en aflossingsverplichtingen. ### Paragraaf 3. De aanvraag ### Artikel 67 Vervallen ### Artikel 68 Vervallen ### Artikel 68a Vervallen ### Paragraaf 4. Opschorting en herziening van de bijstand ### Artikel 69 Vervallen ### Artikel 69a Vervallen ### Paragraaf 5. Het besluit tot toekenning of wijziging van bijstand ### Artikel 70 Vervallen ### Paragraaf 6. Overige bepalingen ### Artikel 71 Vervallen ## Hoofdstuk VI. De betaling van de bijstand ### Paragraaf 1. Algemeen ### Artikel 72 Vervallen ### Artikel 73 Vervallen ### Artikel 74 Vervallen ### Artikel 75 Vervallen ### Artikel 76 Vervallen ### Artikel 77 Vervallen ### Paragraaf 2. Terugvordering ### Artikel 78 Vervallen ### Artikel 78a Vervallen ### Artikel 78b Vervallen ### Artikel 78c Vervallen ### Artikel 79 Vervallen ### Artikel 80 Vervallen ### Artikel 81 Vervallen ### Artikel 82 Vervallen ### Artikel 83 Vervallen ### Artikel 84 Vervallen ### Artikel 85 Vervallen ### Artikel 86 Vervallen ### Artikel 87 Vervallen ### Artikel 88 Vervallen ### Artikel 89 Vervallen ### Artikel 90 Vervallen ### Artikel 91 Vervallen ## Hoofdstuk VII. Verhaal ### Artikel 92 Vervallen ### Artikel 93 Vervallen ### Artikel 93a Vervallen ### Artikel 94 Vervallen ### Artikel 95 Vervallen ### Artikel 96 Vervallen ### Artikel 96a Vervallen ### Artikel 97 Vervallen ### Artikel 98 Vervallen ### Artikel 99 Vervallen ### Artikel 100 Vervallen ### Artikel 101 Vervallen ### Artikel 102 Vervallen ### Artikel 103 Vervallen ### Artikel 104 Vervallen ### Artikel 105 Vervallen ## Hoofdstuk VIII. Aan de bijstand verbonden verplichtingen ### Paragraaf 1. Algemeen ### Artikel 106 Vervallen ### Artikel 107 Vervallen ### Artikel 108 Vervallen ### Artikel 108a Vervallen ### Artikel 109 Vervallen ### Artikel 110 Vervallen ### Artikel 110a Vervallen ### Paragraaf 2. Bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening ### Artikel 111 Vervallen ### Artikel 112 Vervallen ### Artikel 113 Vervallen ### Artikel 114 Vervallen ### Artikel 114a Vervallen ### Artikel 115 Vervallen ### Artikel 115a Vervallen ## Hoofdstuk IX. Uitvoering en toezicht ### Paragraaf 1. Verantwoordelijkheid voor de uitvoering ### Artikel 116 Vervallen ### Artikel 117 Vervallen ### Artikel 118 Vervallen ### Artikel 119 Vervallen ### Artikel 120 Vervallen ### Paragraaf 2. Inlichtingenverplichting en gegevensuitwisseling ### Artikel 121 Vervallen ### Artikel 122 Vervallen ### Artikel 123 Vervallen ### Artikel 124 Vervallen ### Artikel 125 Vervallen ### Artikel 126 Vervallen ### Artikel 127 Vervallen ### Artikel 128 Vervallen ### Paragraaf 3 ### Paragraaf 4. Toezicht ### Artikel 130 Vervallen ### Artikel 131 Vervallen ### Paragraaf 5. Beleidsinformatie ### Artikel 132 Vervallen ### Artikel 133 Vervallen ## Hoofdstuk X ### Artikel 134 Vervallen ### Artikel 134a Vervallen ### Artikel 135 Vervallen ### Artikel 136 Vervallen ### Artikel 137 Vervallen ### Artikel 137a Vervallen ## Hoofdstuk XI. Rechtsbescherming ### Artikel 138 Vervallen ### Artikel 139 Vervallen ### Artikel 139a Vervallen ### Artikel 140 Vervallen ### Artikel 140a Vervallen ## Hoofdstuk XII. Strafbepalingen ### Artikel 141 Vervallen ### Artikel 142 Vervallen ### Artikel 142a Het recht tot strafvordering vervalt indien burgemeester en wethouders aan de belanghebbende ter zake van hetzelfde feit reeds een boete hebben opgelegd. ### Artikel 143 Vervallen ## Hoofdstuk XIII. Slotbepalingen ### Artikel 144 Vervallen ### Artikel 144a Vervallen ### Artikel 145 Vervallen ### Artikel 146 Vervallen ### Artikel 147 Vervallen ### Artikel 148 Vervallen ### Artikel 149 Vervallen