--- titel: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Limburg-Zuid 2011 bwb_id: BWBR0029975 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2011-06-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0029975 citeertitel: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Limburg-Zuid 2011 --- # Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Limburg-Zuid 2011 ### Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2. ### Artikel 2 Als buitengewoon opsporingsambtenaar worden aangewezen de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012 die hun werkgebied hebben in de regionale eenheid Limburg, voorheen Limburg-Zuid. ### Artikel 3 **1.** De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar. **2.** De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. **3.** De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein. ### Artikel 4 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 350 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. ### Artikel 5 **1.** Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoonopsporingsambtenaar is aangewezen de de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Limburg. **2.** Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012. ### Artikel 6 De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen en daarbij gebruikmaken van handboeien, korte wapenstok, pepperspray en vuurwapen. ### Artikel 7 **1.** De korpschef brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over: a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. **2.** Dit verslag wordt toegezonden aan in artikel 5 bedoelde toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling BTR, postbus 20300, 2500 EH Den Haag. ### Artikel 8 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 18 mei 2006 nr. 5421882/506/CBK, worden voor de duur van hun geldigheid geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit. ### Artikel 9 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2011 en vervalt met ingang van 1 juni 2016. ### Artikel 10 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de regiopolitie Limburg-Zuid 2011.