--- titel: Besluit toekenning geweldsbevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht 2009 bwb_id: BWBR0025664 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2009-04-10' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0025664 citeertitel: Besluit toekenning geweldsbevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht 2009 --- # Besluit toekenning geweldsbevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht 2009 ### Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. a. buitengewoon opsporingsambtenaar, de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienstbetrekking werkzaam bij het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht. b. b. toezichthouder, de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Utrecht c. c. direct toezichthouder: de korpschef van het regionaal politiekorps Utrecht. ### Artikel 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005 genoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar. ### Artikel 3 De directeur van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder een instructie op, gebaseerd op de artikelen 17 en 18 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar. De instructie dient aan iedere buitengewoon opsporingsambtenaar ter hand te worden gesteld. Over iedere melding betreffende geweldgebruik worden de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk geïnformeerd. ### Artikel 4 De directeur van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht verstrekt de toezichthouder en de direct toezichthouder overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar alle door hen gewenste informatie en voert zo nodig en desgevraagd periodiek overleg met hen. ### Artikel 5 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 december 2010. ### Artikel 6 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toekenning geweldsbevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeentelijk Vervoersbedrijf Utrecht 2009.