--- titel: Instelling Commissie De Vries bwb_id: BWBR0009363 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '1998-02-19' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009363 citeertitel: Instelling Commissie De Vries --- # Instelling Commissie De Vries ### Artikel 1 Er is een commissie De Vries, hierna te noemen de commissie. ### Artikel 2 **1.** De commissie heeft tot taak aanbevelingen te doen met betrekking tot a. a. de inrichting van de relatie tussen het haven-industriële complex en het Rijk met het oog op een integrale bestuurlijke aansturing. b. b. de positionering van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam als portmanager van het Rotterdamse haven-industriële complex, vanuit een optiek die zowel het lokale, regionale als nationale belang in aanmerking neemt. **2.** De commissie brengt ten laatste medio maart 1998 haar aanbevelingen uit aan het kabinet, via de minister van Verkeer en Waterstaat. ### Artikel 3 In de commissie hebben zitting: 1. 1. als voorzitter, tevens lid: mr K.G. de Vries, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. 2. 2. als leden: a. ir A.B.M. van der Plas, secretaris-generaal van het ministerie van Verkeer en Waterstaat; b. ir B. Westerduin, directeur-generaal Goederenvervoer van het ministerie van Verkeer en Waterstaat; c. drs J.W. Holtslag, directeur-generaal Openbaar Bestuur van het ministerie van Binnenlandse Zaken; d. drs M.C. van der Harst, directeur-generaal Industrie en Diensten van het ministerie van Economische Zaken; e. drs G.H.O. van Maanen, directeur-generaal Rijksbegroting van het ministerie van Financiën; f. drs H. Borstlap, directeur-generaal bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; g. mr G.J.R. Wolters, plaatsvervangend directeur-generaal Milieubeheer van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; h. dr A. Peper, burgemeester van Rotterdam; i. mr J.H.A. van den Muijsenberg, wethouder haven Rotterdam; j. mr W.K. Scholten, hoofddirecteur Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam; k. drs P.H. Laman, directeur Sociaal-Economische Zaken, gemeente Rotterdam; l. drs J.C. Blankert, voorzitter vereniging VNO-NCW; m. L.J. de Waal, voorzitter Federatie Nederlandse Vakverenigingen FNV; n. H.J. Simons, wethouder voor Werkgelegenheid, Economische en Sociale Zaken van Rotterdam. a. a. ir A.B.M. van der Plas, secretaris-generaal van het ministerie van Verkeer en Waterstaat; b. b. ir B. Westerduin, directeur-generaal Goederenvervoer van het ministerie van Verkeer en Waterstaat; c. c. drs J.W. Holtslag, directeur-generaal Openbaar Bestuur van het ministerie van Binnenlandse Zaken; d. d. drs M.C. van der Harst, directeur-generaal Industrie en Diensten van het ministerie van Economische Zaken; e. e. drs G.H.O. van Maanen, directeur-generaal Rijksbegroting van het ministerie van Financiën; f. f. drs H. Borstlap, directeur-generaal bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; g. g. mr G.J.R. Wolters, plaatsvervangend directeur-generaal Milieubeheer van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; h. h. dr A. Peper, burgemeester van Rotterdam; i. i. mr J.H.A. van den Muijsenberg, wethouder haven Rotterdam; j. j. mr W.K. Scholten, hoofddirecteur Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam; k. k. drs P.H. Laman, directeur Sociaal-Economische Zaken, gemeente Rotterdam; l. l. drs J.C. Blankert, voorzitter vereniging VNO-NCW; m. m. L.J. de Waal, voorzitter Federatie Nederlandse Vakverenigingen FNV; n. n. H.J. Simons, wethouder voor Werkgelegenheid, Economische en Sociale Zaken van Rotterdam. ### Artikel 4 De commissie wordt in haar werkzaamheden bijgestaan door een extern secretariaat, waarvan de kosten voor de helft worden gedragen door het ministerie van Verkeer en Waterstaat en voor de helft door de gemeente Rotterdam. ### Artikel 5 De aanbevelingen bedoeld in artikel 2 worden opgesteld overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van de leden van de commissie. Leden kunnen desgewenst minderheidsstandpunten aan de aanbevelingen toevoegen. ### Artikel 6 Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst. ### Artikel 7 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt ge-plaatst en werkt terug tot en met 16 januari 1998.