--- titel: Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar bwb_id: BWBR0029739 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2011-03-23' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0029739 citeertitel: Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar --- # Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar ### Artikel 1 **1.** Aan de direct toezichthouder, aangewezen krachtens artikel 36, eerste en derde lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, wordt mandaat verleend van de bevoegdheid tot het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van dat Besluit. **2.** Het in het eerste lid bedoelde mandaat wordt ten aanzien van een te beëdigen persoon die behoort tot een dienst die ressorteert onder een ministerie, tevens verleend aan het hoofd van die dienst. ### Artikel 2 **1.** De direct toezichthouder kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, namens hem geschied in handen van politiefunctionarissen in de rang van commissaris. **2.** In aanvulling op het eerste lid kan het hoofd van een onder de centrale overheid ressorterende landelijke dienst, bepalen dat het afnemen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, namens hem geschiedt in handen van zijn plaatsvervanger. **3.** Het hoofd van dienst, genoemd in artikel 1, tweede lid, kan bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, namens hem geschiedt in handen van zijn plaatsvervanger. **4.** In aanvulling op het derde lid kan de Commandant Koninklijke Marechaussee, in zijn hoedanigheid van hoofd van dienst, bepalen dat het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, namens hem geschiedt in handen van door hem aan te wijzen commandanten. ### Artikel 3 Het Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar van 7 juni 2004, nr. 5290571/504, wordt ingetrokken. ### Artikel 4 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. ### Artikel 5 Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit bevoegdheid tot beëdiging buitengewoon opsporingsambtenaar.