--- titel: Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 bwb_id: BWBR0035006 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2014-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0035006 citeertitel: Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 --- # Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 ## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen ### Artikel 1 **1.** In deze regeling wordt verstaan onder: – – *asbest:* stoffen die een of meer van de volgende vezelachtige silicaten bevatten: a. actinoliet (Cas-nummer 77536-66-4); b. amosiet (Cas-nummer 12172-73-5); c. anthofylliet (Cas-nummer 77536-67-5); d. chrysotiel (Cas-nummer 12001-29-5); e. tremoliet (Cas-nummer 77536-68-6); f. crocidoliet (Cas-nummer 12001-28-4); a. a. actinoliet (Cas-nummer 77536-66-4); b. b. amosiet (Cas-nummer 12172-73-5); c. c. anthofylliet (Cas-nummer 77536-67-5); d. d. chrysotiel (Cas-nummer 12001-29-5); e. e. tremoliet (Cas-nummer 77536-68-6); f. f. crocidoliet (Cas-nummer 12001-28-4); – – *asbestose:* een aandoening die is gekenmerkt door verbindweefseling (longfibrose) van de long als gevolg van asbestblootstelling; – – *huisgenoot:* de persoon met wie de werknemer een duurzaam hoofdverblijf heeft gehad in dezelfde woning ten tijde van de blootstelling aan asbest; – – *Instituut Asbestslachtoffers:* Stichting Instituut Asbestslachtoffers te ‘s-Gravenhage; – – *lasten:* a. voorschot; b. vergoedingen die door de SVB aan het Instituut Asbestslachtoffers worden verstrekt voor de advisering ten behoeve van deze regeling; a. a. voorschot; b. b. vergoedingen die door de SVB aan het Instituut Asbestslachtoffers worden verstrekt voor de advisering ten behoeve van deze regeling; – – *maligne mesothelioom:* door blootstelling aan asbest veroorzaakte tumor van het longvlies, het buikvlies of het hartvlies als bedoeld in het protocol diagnostiek maligne mesothelioom; – – *minister:* Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; – – *nabestaanden:* a. de langstlevende van de echtgenoten; b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon, de minderjarige kinderen, tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond; c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen, degenen met wie hij in gezinsverband leefde; d. bij ontstentenis van de onder a, b en c bedoelde personen, erfgenamen als bedoeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, mits een verklaring van erfrecht wordt overgelegd; a. a. de langstlevende van de echtgenoten; b. b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon, de minderjarige kinderen, tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond; c. c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen, degenen met wie hij in gezinsverband leefde; d. d. bij ontstentenis van de onder a, b en c bedoelde personen, erfgenamen als bedoeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, mits een verklaring van erfrecht wordt overgelegd; – – *productaansprakelijke:* de producent, bedoeld in artikel 187, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, wiens gebrekkig product oorzaak is van de asbestose of het maligne mesothelioom bij de werknemer; – – *protocol diagnostiek asbestose:* protocol diagnostiek asbestose, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling; – – *protocol diagnostiek maligne mesothelioom:* protocol diagnostiek maligne mesothelioom, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling; – – *SVB:* Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI; – – *voorschot:* een uitkering als voorschot op de eventuele vordering op de werkgever op wie de immateriële schade kan worden verhaald; – – *werkgever:* de natuurlijke of rechtspersoon voor wie de werknemer arbeid in Nederland verricht of het verricht krachtens een Nederlandse publiekrechtelijke aanstelling of krachtens een arbeidsovereenkomst waarop Nederlands recht van toepassing is of was; – – *werknemer:* degene die voor een natuurlijke of rechtspersoon arbeid in Nederland verricht of heeft verricht krachtens een Nederlandse publiekrechtelijke aanstelling of krachtens een arbeidsovereenkomst waarop Nederlands recht van toepassing is of was; – – *Wet SUWI:* Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. **2.** In deze regeling wordt met de echtgenoot gelijkgesteld de geregistreerde partner en de persoon die op grond van artikel 1, derde lid, onder a, en vierde tot en met zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet en de daarop berustende bepalingen mede als zodanig wordt aangemerkt. **3.** In deze regeling wordt niet als echtgenoot aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. ### Artikel 2 Arbeid die wordt verricht aan boord van schepen en luchtvaartuigen die in Nederland hun thuishaven hebben, wordt ten opzichte van de bemanning aangemerkt als in Nederland verrichte arbeid. ## Hoofdstuk 2. Het recht op en de hoogte van een voorschot in geval van maligne mesothelioom ### Artikel 3 De werknemer die op het moment van de aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek maligne mesothelioom de ziekte maligne mesothelioom is vastgesteld heeft recht op een voorschot, indien: a. a. hij aannemelijk heeft gemaakt dat het maligne mesothelioom is veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer; b. b. hij geen betaling in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van die arbeid en het daardoor veroorzaakte maligne mesothelioom van de werkgever of de productaansprakelijke heeft ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 27.030 ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet; c. c. hij zich verplicht tot medewerking aan bemiddeling door het Instituut Asbestslachtoffers tussen hem en de werkgever om de schade vergoed te krijgen en, met inachtneming van onder d, tot medewerking om de schade zo nodig langs gerechtelijke weg vergoed te krijgen; d. d. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om zo nodig de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen tot een bedrag zoals is overeengekomen in het convenant tot oprichting van het Instituut Asbestslachtoffers; e. e. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om de immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen, teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot; f. f. hij, na ontvangst van de schadevergoeding van de werkgever of de productaansprakelijke, het voorschot voor het geheel of, wanneer de schadevergoeding lager is dan het verleende voorschot, het voorschot voor dat deel aan de SVB terugbetaalt, indien geen gebruik wordt gemaakt van de volmacht, bedoeld in onder d; en g. g. hij aan de SVB onverwijld mededeling doet van ontvangst van de schadevergoeding, bedoeld in onder f. ### Artikel 4 De nabestaanden hebben in plaats van de werknemer recht op het voorschot indien de werknemer is overleden: a. a. nadat hij de aanvraag heeft ingediend, doch voordat op de aanvraag is beslist, en de werknemer recht op het voorschot zou hebben gehad; of b. b. voordat hij de aanvraag heeft ingediend, doch nadat hij bij het Instituut Asbestslachtoffers een verzoek tot bemiddeling heeft ingediend, en de werknemer recht op het voorschot zou hebben gehad. ### Artikel 5 **1.** Indien de werknemer in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid buiten Nederland en het daardoor veroorzaakte maligne mesothelioom een betaling van de werkgever of de productaansprakelijke heeft ontvangen, bestaat het recht op een voorschot in afwijking van artikel 3 uitsluitend voor zover die betaling lager is dan € 27.030 ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet. **2.** Geen recht op een voorschot bestaat indien de werknemer of diens nabestaanden reeds een: a. a. voorschot op grond van deze regeling of een betaling als bedoeld in de artikelen 3, onder b, en 10, onder b, van € 27.030 of hoger van de werkgever of de productaansprakelijke hebben ontvangen; b. b. voorschot of eenmalige uitkering op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers hebben ontvangen; c. c. tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose hebben ontvangen; of d. d. tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten hebben ontvangen. ### Artikel 6 **1.** Het voorschot strekt tot tegemoetkoming in immateriële schade en bedraagt € 27.030. **2.** Indien de werkgever of de productaansprakelijke in verband met de blootstelling aan asbest van de werknemer tijdens het verrichten van arbeid en het daardoor veroorzaakte maligne mesothelioom een bedrag heeft betaald dat lager is dan € 27.030 of indien de werknemer een betaling heeft ontvangen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt de hoogte van het voorschot vastgesteld op het verschil tussen het ontvangen bedrag en € 27.030. **3.** Voor de toepassing van het tweede lid, wordt als maatstaf genomen de hoogte van de betaling nadat daarop de verschuldigde belasting op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 en premies voor de volksverzekeringen op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen in mindering zijn gebracht. ### Artikel 7 Deze regeling is, met inachtneming van de artikelen 8 en 9, van overeenkomstige toepassing op huisgenoten. ### Artikel 8 In afwijking van artikel 3, onder a, heeft de huisgenoot die op het moment van aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek maligne mesothelioom de ziekte maligne mesothelioom is vastgesteld, recht op een voorschot als bedoeld in artikel 3 indien hij aannemelijk heeft gemaakt dat: a. a. er sprake is van een duurzaam hoofdverblijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid; b. b. de werknemer, bedoeld in artikel 1, eerste lid, is blootgesteld aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer, en c. c. hij als gevolg hiervan de ziekte maligne mesothelioom heeft opgelopen. ### Artikel 9 Voor de huisgenoot bestaat geen recht op een voorschot indien aan de huisgenoot of diens nabestaanden reeds een voorschot op grond van deze regeling of een betaling als bedoeld in de artikelen 3, onder b, en 10, onder b, van € 27.030 of hoger door de werkgever of de productaansprakelijke is betaald. ## Hoofdstuk 3. Het recht op en de hoogte van een voorschot in geval van asbestose ### Artikel 10 De werknemer die op het moment van de aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek asbestose de ziekte asbestose is vastgesteld en waarbij sprake is van een longfunctiebeperking als bedoeld in klasse 2, 3 en 4 van het protocol diagnostiek asbestose heeft recht op een voorschot, indien: a. a. hij aannemelijk heeft gemaakt dat de asbestose is veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer; b. b. hij geen betaling in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van die arbeid en het daardoor veroorzaakte asbestose van de werkgever of de productaansprakelijke heeft ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 27.030 ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet; c. c. hij zich verplicht tot medewerking aan bemiddeling door het Instituut Asbestslachtoffers tussen hem en de werkgever om de schade vergoed te krijgen en, met inachtneming van onder d, tot medewerking om de schade zo nodig langs gerechtelijke weg vergoed te krijgen; d. d. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om zo nodig de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen tot een bedrag zoals is overeengekomen in het convenant tot oprichting van het Instituut Asbestslachtoffers; e. e. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om de immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen, teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot; f. f. hij, na ontvangst van de schadevergoeding van de werkgever of de productaansprakelijke, het voorschot voor het geheel of, wanneer de schadevergoeding lager is dan het verleende voorschot, het voorschot voor dat deel aan de SVB terugbetaalt, indien geen gebruik wordt gemaakt van de volmacht, bedoeld in onder d, en g. g. hij aan de SVB onverwijld mededeling doet van ontvangst van de schadevergoeding, bedoeld in onder f. ### Artikel 11 De nabestaanden hebben in plaats van de werknemer recht op het voorschot indien de werknemer is overleden: a. a. nadat hij de aanvraag heeft ingediend, doch voordat op de aanvraag is beslist, en de werknemer recht op het voorschot zou hebben gehad; of b. b. voordat hij de aanvraag heeft ingediend, doch nadat hij bij het Instituut Asbestslachtoffers een verzoek tot bemiddeling heeft ingediend, en de werknemer recht op het voorschot zou hebben gehad. ### Artikel 12 **1.** Indien de werknemer in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid buiten Nederland en het daardoor veroorzaakte asbestose een betaling van de werkgever of de productaansprakelijke heeft ontvangen, bestaat het recht op een voorschot in afwijking van artikel 10 uitsluitend voor zover die betaling lager is dan € 27.030 ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet. **2.** Geen recht op een voorschot bestaat indien de werknemer of diens nabestaanden reeds een: a. a. voorschot op grond van deze regeling of een betaling als bedoeld in de artikelen 3, onder b, en 10, onder b, van € 27.030 of hoger van de werkgever of de productaansprakelijke hebben ontvangen; b. b. voorschot of eenmalige uitkering op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers hebben ontvangen; c. c. tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose hebben ontvangen; of d. d. tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten hebben ontvangen. ### Artikel 13 **1.** Het voorschot strekt tot tegemoetkoming in immateriële schade en bedraagt € 27.030. **2.** Indien de werkgever of productaansprakelijke in verband met de blootstelling aan asbest van de werknemer tijdens het verrichten van arbeid en het daardoor veroorzaakte asbestose een bedrag heeft betaald dat lager is dan € 27.030 of indien de werknemer een betaling heeft ontvangen als bedoeld in artikel 12, eerste lid, wordt de hoogte van het voorschot vastgesteld op het verschil tussen het ontvangen bedrag en € 27.030. **3.** Voor de toepassing van het tweede lid wordt als maatstaf genomen de hoogte van de betaling nadat daarop de verschuldigde belasting op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 en premies voor de volksverzekeringen op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen in mindering zijn gebracht. ## Hoofdstuk 4. Het geldend maken van het recht op het voorschot ### Artikel 14 **1.** De SVB stelt op aanvraag van de werknemer vast of recht op het voorschot bestaat. **2.** Een aanvraag om het voorschot wordt bij de SVB ingediend. **3.** Indien er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, het in ontvangst nemen van het voorschot daarbij inbegrepen. ### Artikel 15 **1.** De behandeling van de aanvraag respectievelijk de behandeling van het verzoek tot bemiddeling en vervolgens de aanvraag worden ten behoeve van de nabestaanden voortgezet, tenzij deze schriftelijk te kennen geven daarop geen prijs te stellen, indien de werknemer is overleden: a. a. nadat hij de aanvraag heeft ingediend, doch voordat op de aanvraag is beslist; of b. b. voordat hij de aanvraag heeft ingediend, doch nadat hij bij het Instituut Asbestslachtoffers een verzoek tot bemiddeling heeft ingediend. **2.** Artikel 14, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 16 **1.** De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag om een voorschot in ieder geval de inlichtingen en bewijsstukken die noodzakelijk zijn ter vaststelling van maligne mesothelioom of asbestose. **2.** In verband met de voorwaarde dat aannemelijk wordt gemaakt dat het maligne mesothelioom of asbestose is veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer verstrekt de werknemer de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag om een voorschot voorts in ieder geval de inlichtingen en zo mogelijk bewijsstukken omtrent: a. a. de blootstelling aan asbest gedurende het verrichten van arbeid als werknemer; b. b. de periode gedurende welke die blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden; c. degenen die in verband met de arbeid waarbij de blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden als werkgever worden aangemerkt. **3.** De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling en verleent ook overigens de medewerking die redelijkerwijs nodig is. **4.** Indien de aanvraag om het voorschot van een werknemer na diens overlijden wordt voortgezet ten behoeve van de nabestaanden, is dit artikel op hen van overeenkomstige toepassing. ## Hoofdstuk 5. Betaling en terugvordering ### Artikel 17 Het voorschot wordt door de SVB zo spoedig mogelijk uitbetaald aan de werknemer of de nabestaande, bedoeld in artikel 14, derde lid. ### Artikel 18 **1.** De SVB herziet een besluit tot toekenning van het voorschot of trekt dat in indien degene aan wie het voorschot is toegekend of de nabestaande hiervan: a. a. nadien alsnog een betaling heeft ontvangen waarmee rekening zou zijn gehouden bij de vaststelling van het recht op het voorschot, of b. b. de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 3, onder c, f en g, 10, onder c, f en g, en 16 niet of niet behoorlijk zijn nagekomen en dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van het voorschot. **2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de SVB besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien. **3.** Het voorschot dat als gevolg van een besluit als bedoeld in het eerste lid ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt van degene aan wie het voorschot is toegekend, of de nabestaande hiervan, teruggevorderd. ### Artikel 19 De in deze regeling genoemde bedragen worden jaarlijks herzien op 1 januari. De bedragen worden herzien in de mate waarin het bedrag genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in het voorgaande kalenderjaar is herzien op grond van artikel 14, eerste en tweede lid, van die wet. ## Hoofdstuk 6. Uitvoering en financiering ### Artikel 20 Deze regeling wordt uitgevoerd door de SVB. ### Artikel 21 **1.** De SVB kan over het recht op het voorschot advies vragen aan het Instituut Asbestslachtoffers. **2.** De SVB stelt de eisen vast waaraan het advies voldoet en stelt een termijn binnen welke het advies wordt verwacht. ### Artikel 22 **1.** De SVB en het Instituut Asbestslachtoffers stellen een overeenkomst op betreffende de samenwerking en werkwijze in het kader van de uitvoering van deze regeling. **2.** In de in het eerste lid bedoelde overeenkomst wordt ten minste vastgelegd: a. a. op welke wijze de behandeling van aanvragen van een voorschot plaatsvindt; b. b. op welke wijze de juistheid en de volledigheid van de verkregen inlichtingen wordt onderzocht; c. c. op welke wijze de informatievoorziening aan belanghebbenden wordt ingericht; d. d. welke vergoeding door de SVB aan het Instituut Asbestslachtoffers zal worden verstrekt; e. e. op welke wijze de verstrekking van de vergoedingen, bedoeld onder d, zal worden ingericht; f. f. dat periodiek overleg zal worden gevoerd betreffende de uitvoering van deze regeling, alsmede de frequentie daarvan; g. g. welke informatie door het Instituut Asbestslachtoffers aan de SVB wordt verstrekt ten behoeve van de informatieverplichting van de SVB aan de minister; h. h. hoe uit de overeenkomst voortvloeiende geschillen zullen worden beslecht. ### Artikel 23 **1.** Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI verstrekt de SVB aan de minister in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot deze regeling, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en uitvoeringskosten per jaar. **2.** In de opgave van de uitkeringslasten, bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de posten genoemd in artikel 25, tweede lid. ### Artikel 24 **1.** De uitkeringslasten en uitvoeringskosten van deze regeling worden gefinancierd uit een rijksbijdrage ten laste van de begroting van de minister. **2.** De minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onder a, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in artikel 23, van: a. a. geraamde uitkeringslasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en b. b. 1/12^de deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. **3.** De minister kan, na overleg met de SVB, van de in het tweede lid, onder a en b, bedoelde bedragen afwijken. ### Artikel 25 **1.** In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet SUWI, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in artikel 17, tweede lid, uitgesplitst naar uitkeringslasten en uitvoeringskosten, met betrekking tot deze regeling opgenomen. **2.** Op de in het eerste lid bedoelde uitkeringslasten komen in mindering: a. a. de bedragen die op grond van de artikelen 3, onder e en f, en 10, onder e en f, zijn terugbetaald; b. b. de voorschotten die op grond van artikel 18 zijn teruggevorderd en zijn terugbetaald. **3.** Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. ## Hoofdstuk 7. Slotbepalingen ### Artikel 26 Op een aanvraag voor een eenmalige uitkering of een voorschot ingediend voor 1 april 2014, alsmede op de financiële afwikkeling daarvan, wordt beslist met toepassing van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers zoals die regeling luidde op 31 maart 2014. ### Artikel 27 De Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers wordt ingetrokken. ### Artikel 28 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2014. ### Artikel 29 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014. ## Bijlage 1. behorende bij ## Bijlage 2. behorende bij