--- titel: Regeling uitstapprogramma’s prostituees II bwb_id: BWBR0035105 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2018-04-21' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0035105 citeertitel: Regeling uitstapprogramma’s prostituees II --- # Regeling uitstapprogramma’s prostituees II ### Paragraaf 1. Algemene bepalingen ### Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. a. *aanvraag:* een verzoek om subsidieverlening; b. b. *aanvrager:* – een gemeente die een aanvraag indient op grond van deze regeling, – een maatschappelijke organisatie zonder winstoogmerk die uitvoering van het programma (mede-)coördineert; – – een gemeente die een aanvraag indient op grond van deze regeling, – – een maatschappelijke organisatie zonder winstoogmerk die uitvoering van het programma (mede-)coördineert; c. c. *de minister:* de Minister van Veiligheid en Justitie; d. d. *projectvoorstel:* een omschrijving van de werkzaamheden om een uitstapprogramma te ontwikkelen en uit te voeren; e. e. *prostituee:* degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; f. f. *subsidie-ontvanger:* de aanvrager wiens aanvraag is toegewezen; g. g. *uitstapprogramma:* een regionaal programma waarbinnen begeleiding van prostituees plaatsvindt bij het vinden van werk of dagbesteding buiten de prostitutie. ### Artikel 2 **1.** De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van nieuw te ontwikkelen uitstapprogramma’s. **2.** In geval van een bestaand uitstapprogramma kan de minister subsidie verlenen ten behoeve van de uitbreiding ervan. ### Paragraaf 2. Aanvraag en voorlopige beschikking ### Artikel 3 **1.** De aanvraag wordt ingediend bij de minister en gaat vergezeld van een projectvoorstel indien het een nieuw uitstapprogramma betreft of van een beschrijving, waarop het derde lid van overeenkomstige toepassing is, van het bestaande programma. **2.** Bij de aanvraag wordt vermeld welke (andere) gemeenten betrokken zullen worden bij het uitstapprogramma en hoe die betrokkenheid vorm krijgt. **3.** Het projectvoorstel bevat in ieder geval de volgende onderdelen: a. a. een analyse van de doelgroep en de specifieke problematiek van deze doelgroep; b. b. een schatting van het aantal prostituees dat jaarlijks gebruik zal maken van het uitstapprogramma; c. c. een beschrijving van de doelstelling en de beoogde resultaten van het programma; d. d. een beschrijving van de regionale functie van het programma; e. e. een beschrijving van de capaciteit, de taakverdeling en de verantwoordelijkheden binnen het project en binnen het programma; f. f. een beschrijving van de planning van het project, waaronder de begindatum en de duur van het project, en de beoogde duur van het programma; g. g. een gespecificeerde begroting waaruit blijkt dat voor minimaal 25% van de kosten cofinanciering is geregeld; h. h. een beschrijving van de projectstructuur; i. i. een beschrijving van de fasen van het uitstapprogramma, te weten de contactfase, oriëntatiefase, uitvoeringsfase en nazorg; j. j. een beschrijving van de wijze van voortzetting en borging van het uitstapprogramma na afloop van de subsidieperiode; k. k. een beschrijving van de wijze waarop het project en het programma worden geëvalueerd. **4.** Aanvragen, ingediend na 31 juli 2014, worden niet in behandeling genomen. ### Artikel 4 **1.** De minister geeft voor 1 oktober 2014 een voorlopige beschikking op de aanvraag. **2.** De minister geeft bij het toewijzen van aanvragen voorrang aan aanvragen met betrekking tot uitstapprogramma in een regio waar geen uitstapprogramma’s bestaan. **3.** Indien een aanvraag niet voldoet aan de voorschriften als bedoeld in artikel 3 wordt de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld binnen drie weken alsnog aan die voorschriften te voldoen. **4.** De minister wijst een aanvraag af wanneer deze niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 3. ### Paragraaf 3. Financiële bepalingen ### Artikel 5 Voor de uitvoering van deze regeling is, gedurende de jaren 2014 tot en met 2017, jaarlijks maximaal € 3.000.000,– beschikbaar. ### Artikel 6 De subsidie bedraagt maximaal 75% van de totaal begrote kosten van het programma gedurende de looptijd waarvoor subsidie is gevraagd. ### Artikel 7 **1.** De minister kan een of meer voorschotten verstrekken op basis van een voorlopige beschikking tot subsidieverlening. **2.** In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag per kalenderjaar. **3.** Geen voorschot wordt verstrekt indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, dan wel indien hij failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend. ### Paragraaf 4. Verplichtingen van de subsidie -ontvanger ### Artikel 8 **1.** De subsidie-ontvanger gebruikt de subsidie op doelmatige wijze conform de doeleinden waarvoor ze wordt verstrekt. **2.** De subsidie-ontvanger brengt telkens binnen dertien weken na afloop van een kalenderjaar aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend. Het verslag bevat een vergelijking van die uitvoering met de bij de aanvraag gevoegde begroting. Tevens wordt in dit verslag opgenomen het aantal prostituees dat het betreffende jaar is ingestroomd, dat tussentijds met het programma is gestopt, dat nog deelneemt en dat daadwerkelijk is uitgestapt. Ook wordt geanonimiseerd bijgehouden waar de prostituees wonen en werken en welke leeftijd zij hebben. **3.** Naast de in de vorige leden genoemde verplichtingen kunnen bij de subsidieverlening nadere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. ### Paragraaf 5. Eindrapportage en beschikking tot subsidievaststelling ### Artikel 9 **1.** Binnen dertien weken na afloop van de duur waarvoor de subsidie is verleend, dient de subsidie-ontvanger bij de minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. **2.** De aanvraag tot vaststelling van de subsidie bevat in ieder geval een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht en een financiële verantwoording die is gerelateerd aan de bij de aanvraag gevoegde begroting. **3.** Indien het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld € 100.000,– of meer bedraagt, dient het eindverslag vergezeld te gaan van een controleverklaring door een accountant die is opgesteld op de in de BIJLAGE bij deze regeling aangegeven wijze. **4.** De subsidie-ontvanger draagt zorg voor het meewerken van de accountant aan door of namens de minister in te stellen onderzoeken. **5.** Het totale bedrag van subsidievaststelling bedraagt maximaal 100 procent van het bedrag zoals vastgesteld in de voorlopige beschikking tot subsidieverlening. **6.** De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. ### Paragraaf 6. Subsidieverlening voor de periode 1 juli 2018 tot 1 juli 2019 ### Artikel 9a **1.** De Minister kan voor het tijdvak van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019 subsidie verlenen ten behoeve van uitstapprogramma’s. **2.** De artikelen 3, eerste tot en met derde lid, 4, tweede tot en met vierde lid en 6 tot en met 9 zijn van overeenkomstige toepassing. **3.** De Minister kan een aanvraag om subsidie geheel of gedeeltelijk afwijzen indien deze naar zijn oordeel onvoldoende aansluit op eerder op grond van artikel 2 gesubsidieerde uitstapprogramma’s. **4.** Aanvragen voor het tijdvak van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019 kunnen worden ingediend in de periode van 1 april 2018 tot 1 juli 2018. Aanvragen, ingediend na 30 juni 2018, worden niet in behandeling genomen. **5.** In afwijking van artikel 4, eerste lid geeft de Minister voor 1 september 2018 een beschikking op de aanvraag als bedoeld in het eerste lid. **6.** Voor de uitvoering van deze regeling is gedurende het tijdvak van 1 juli 2018 tot 1 juli 2019 maximaal € 3.000.000 beschikbaar. **7.** Indien de Minister op grond van het eerste lid subsidie verleent aan een ontvanger die reeds subsidie ontvangt op grond van paragraaf 2 en die nog geen vaststellingsaanvraag heeft ingediend, kan hij in de beschikking tot subsidieverlening bepalen dat de vaststellingsaanvraag in afwijking van artikel 9, eerste lid, kan worden ingediend na afloop van de duur waarvoor subsidie op grond van deze paragraaf is verleend. ### Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen ### Artikel 10 **1.** Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2014. **2.** Deze regeling vervalt met ingang 1 juli 2019. ### Artikel 11 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitstapprogramma’s prostituees II. ## Bijlage . bij