--- titel: Vergoeding van kosten van deskundige bijstand bij minnelijke grondverwerving door Rijkswaterstaat ter voorkoming van gerechtelijke onteigening bwb_id: BWBR0013075 type: ministeriele-regeling status: geldend datum_inwerkingtreding: '2002-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013075 citeertitel: Vergoeding van kosten van deskundige bijstand bij minnelijke grondverwerving door Rijkswaterstaat ter voorkoming van gerechtelijke onteigening --- # Vergoeding van kosten van deskundige bijstand bij minnelijke grondverwerving door Rijkswaterstaat ter voorkoming van gerechtelijke onteigening ### Artikel 1. 1. Bij minnelijke grondverwerving en beƫindiging van rechten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Onteigeningswet door Rijkswaterstaat ter voorkoming van gerechtelijke onteigening geldt per 1 januari 2002 als vergoeding voor de kosten van deskundige bijstand het volgende tarief: **Bij een schadeloosstelling:** ** bedraagt de vergoeding:** tot EUR 56.723 2% met een minimum van EUR 681 van EUR 56.723 tot EUR 113.446 1,85% met een minimum van EUR 1135 van EUR 113.446 tot EUR 453.781 EUR 2099 + 1,65% over het meerdere boven EUR 113.446 van EUR 453.781 en hoger EUR 7715 + 1,50% over het meerdere boven EUR 453.781 met een maximum van EUR 13.614. Deze tarieven zijn exclusief BTW. 2. 2. De kosten van deskundige bijstand worden uitsluitend vergoed indien zodanige bijstand ook daadwerkelijk is verleend. 3. 3. Bij gegronde redenen kan van het sub 1 vermelde tarief naar boven of naar beneden worden afgeweken. 4. 4. Indien een vergoeding wordt verzocht die afwijkt van het tarief, wordt het verzoek verantwoord. Die verantwoording bevat ten minste de data, de tijdsbesteding, de aard der verrichtingen en het uurtarief met betrekking tot de bestede verrichtingen. 5. 5. Op de vergoeding is de dubbele redelijkheidstoets van toepassing. Dat betekent dat bezien wordt of het inroepen van de deskundige bijstand redelijk was en welke vergoeding daarvoor redelijk is. 6. 6. De Minister laat zich over de vergoeding adviseren door de taxatiecommissie. 7. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2002. 8. 8. Het sinds 24 maart 2000 door Rijkswaterstaat gehanteerde tariefstelsel (besluit van 23 februari 2000, nr HW/R 2000/4568) komt te vervallen met de inwerkingtreding van dit besluit.