rijk/amvb/alcoholbesluit/BWBR0045211
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Alcoholbesluit BWBR0045211 AMvB geldend 2023-06-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045211 Alcoholbesluit

Alcoholbesluit

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    *verkoper op afstand:* degene die alcoholhoudende drank verstrekt in het kader van verkoop op afstand;

    *wet:*
    Alcoholwet.

Hoofdstuk 2. Omschrijving slijtersbedrijf

Artikel 2.1

Als handelingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder slijtersbedrijf, van de wet worden aangewezen: het bedrijfsmatig aan particulieren verkopen van drinkglaswerk, schenkmandjes, kurkentrekkers, wijnrekjes, afsluitmiddelen voor flessen, koolzuurflessen, koolzuurcapsules, wijnkoelers, shakers, draagtassen, koelboxen en -tassen, onderzetters, papieren servetten, cocktailprikkers, schenkkurken, alsmede van voorlichtingsmaterialen over wijn, cocktails, longdrinks en borrelhapjes en van andere dergelijke voorlichtingsmaterialen, een en ander voor zover die verkoop geen overwegend bestanddeel van de bedrijfsuitoefening in de inrichting uitmaakt.

Artikel 2.2

Als handeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder slijtersbedrijf, van de wet, wordt eveneens aangewezen het bedrijfsmatig verhuren van biertapinstallaties, glaswerk en party-meubilair, een en ander voor zover die verhuur geen overwegend bestanddeel van de bedrijfsuitoefening in de inrichting uitmaakt.

Hoofdstuk 3. Eisen zedelijk gedrag leidinggevende

Artikel 3.1

1. Een leidinggevende voldoet aan de in dit hoofdstuk gestelde eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag.

2. Met de eisen ter zake van het zedelijk gedrag als bedoeld in dit besluit worden gelijkgesteld de eisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een niveau van zedelijk gedrag waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

Artikel 3.2

Een leidinggevende is niet met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld.

Artikel 3.3

1. Een leidinggevende is niet binnen de laatste vijf jaar wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden door de rechter in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een onherroepelijke veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten.

3. Met een veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke vrijheidsstraf.

4.

De periode van vijf jaar, genoemd in het eerste lid, wordt:

a. a. bij de weigering van een vergunning of weigering van een wijziging van het aanhangsel teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning of op de aanvraag tot wijziging van het aanhangsel; b. b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

Artikel 3.4

1.

Onverminderd artikel 3.3, is een leidinggevende niet binnen de laatste vijf jaar bij meer dan één uitspraak onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500, of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, onder a, van het Wetboek van Strafrecht wegens dan wel mede wegens overtreding van:

a. a. bepalingen gesteld bij of krachtens de wet en de Opiumwet; b. b. bepalingen gesteld bij of krachtens de Wet op de accijns en de Algemene douanewet, voor zover het betreft alcoholhoudende dranken; c. c. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 151f, 252, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; d. d. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 j° artikel 8 of artikel 6 j° artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; e. e. de artikelen 1, eerste lid, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen; f. f. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of g. g. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ter zake van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, tenzij de geldsom € 375, of minder bedraagt.

3. Met een veroordeling tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500, of meer als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf.

4. Artikel 3.3, vierde lid, is van toepassing.

5. De bedragen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriële regeling, aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van deze bedragen. Bij deze aanpassing wordt het geldbedrag op een veelvoud van € 5, naar beneden afgerond.

Artikel 3.5

1. Een leidinggevende is binnen de laatste vijf jaar geen leidinggevende geweest van een inrichting waarvan de vergunning is ingetrokken op grond van artikel 31, eerste lid, onder c, van de wet of die voor ten minste een maand is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet of van artikel 174 Gemeentewet of van een op grond van artikel 149 van de Gemeentewet vastgestelde verordening, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

2. Artikel 3.3, vierde lid, is van toepassing.

Artikel 3.6

Voor de berekening van de laatste vijf jaar, bedoeld in artikel 3.3, 3.4 en 3.5, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.

Hoofdstuk 4. Sociale hygiëne

Artikel 4.1

1.

Onder sociale hygiëne wordt verstaan, kennis en inzicht met betrekking tot:

a. a. de invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank en van het gebruik van alcoholhoudende drank in combinatie met het gebruik van soft- en harddrugs op het menselijk lichaam en de menselijke geest; b. b. de invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank in combinatie met bepaalde geneesmiddelen; c. c. alcoholmisbruik, alcoholafhankelijkheid en de sociale gevolgen daarvan; d. d. het gebruik van speelautomaten als bedoeld in de Wet op de kansspelen en de daaraan verbonden risico's van gokverslaving; e. e. de wet- en andere regelgeving die verband houdt met alcoholhoudende drank; f. f. binnen de branche geldende codes voor alcoholhoudende dranken; g. g. de technische, bouwkundige en ruimtelijke voorzieningen van de inrichting; h. h. de verschillende bedrijfsformules en gedragskenmerken van de verschillende doelgroepen.

2. De eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met h, zijn nader uitgewerkt in de in bijlage II te behalen eindtermen.

Artikel 4.1a

Een diploma wordt door de Landelijke commissie sociale hygiëne erkend als bewijsstuk indien het diploma in ieder geval voldoet aan de in bijlage II vastgestelde eindtermen.

Artikel 4.2

Leidinggevenden beschikken over de kennis en het inzicht nodig om hun bedrijfsvoering af te stemmen op hun doelgroepen en het bedrijf te exploiteren met inachtneming van de bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid die zij hebben.

Hoofdstuk 5. Verkoop op afstand

Artikel 5.1

Een leeftijdsverificatiesysteem als bedoeld in artikel 20a, eerste lid, onderdeel a, van de wet:

a. a. stelt bij iedere aankoop, voor het sluiten van de verkoopovereenkomst, vast dat de koper de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt; b. b. vereist van de koper een actieve handeling, teneinde de leeftijd vast te kunnen stellen op de wijze bedoeld in onderdeel a; en c. c. vermeldt bij iedere aankoop van alcoholhoudende drank, voor het sluiten van de verkoopovereenkomst, dat de leeftijd van de persoon aan wie de alcoholhoudende drank wordt geleverd, ook vastgesteld wordt op het moment van bezorging.

Artikel 5.2

1.

Een geborgde werkwijze als bedoeld in artikel 20a, eerste lid, onderdeel b, van de wet bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop:

a. a. de verkoper op afstand er zorg voor draagt dat bij iedere eventuele overdracht van alcoholhoudende drank tussen ketenpartijen en bij de overdracht naar de koper, geborgd is dat de leeftijd van de persoon aan wie de alcoholhoudende drank wordt afgeleverd op het moment van aflevering wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 20, tweede lid, van de wet; b. b. de verkoper op afstand er zorg voor draagt dat de alcoholhoudende drank slechts op het adres van de geadresseerde of bij een distributiepunt wordt afgeleverd; c. c. de verkoper op afstand er zorg voor draagt dat de actuele geborgde werkwijze bekend en inzichtelijk is voor degenen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de verkoper; en d. d. de verkoper op afstand ten minste eens per jaar een onderzoek verricht naar de uitvoering van de bij en krachtens artikel 20a, eerste lid, onderdeel b, van de wet, voor hem geldende verplichtingen en eventueel geconstateerde tekortkomingen corrigeert.

2. De beschrijving van de geborgde werkwijze is op elk moment actueel.

Hoofdstuk 6. Proeverijen in slijtlokaliteiten

Artikel 6.1

1.

Een proeverij als bedoeld in artikel 25e van de wet voldoet aan de volgende eisen:

a. a. in een slijtlokaliteit wordt maximaal één proeverij per dag gegeven en maximaal drie proeverijen per week; b. b. de kosten voor deelname aan een proeverij zijn voor aanvang van de proeverij door een leidinggevende van het slijtersbedrijf vastgesteld; c. c. de deelnemers van een proeverij zijn voor aanvang van de proeverij bekend bij een leidinggevende van het slijtersbedrijf; en d. d. de deur van de slijtlokaliteit is gedurende een proeverij gesloten voor publiek anders dan de deelnemers aan de proeverij.

2. Tijdens een proeverij is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende en alcoholvrije drank te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse, met uitzondering van alcoholhoudende en alcoholvrije drank die in het kader van die proeverij is verstrekt voor gebruik ter plaatse aan de deelnemers van de proeverij.

Hoofdstuk 7. Bestuurlijke boete

Artikel 7.1

Als bijlage als bedoeld in artikel 44b, eerste lid, van de wet wordt vastgesteld de bij dit besluit behorende bijlage I.

Artikel 7.2

1. Voor in de bijlage I omschreven overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de wet, bepaalt het in de kolommen I en II opgenomen bedrag de bestuurlijke boete die opgelegd kan worden.

2. Het bedrag van de op te leggen boete wordt elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriele regeling aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van dit bedrag. Bij deze aanpassing wordt dit bedrag op een veelvoud van € 5 naar beneden afgerond.

Artikel 7.3

1. Het in kolom I van de bijlage I genoemde bedrag geldt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op de dag waarop de overtreding is begaan minder dan vijftig werknemers telde.

2. Het in kolom II van de bijlage I genoemde bedrag geldt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op de dag waarop de overtreding is begaan vijftig of meer werknemers telde.

3. Het in de kolommen I en II opgenomen bedrag van de bestuurlijke boete wordt met 50% verhoogd, indien aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend, door de burgemeester of Onze Minister een bestuurlijke boete is opgelegd wegens overtreding van hetzelfde artikel van de wet en er nog geen twaalf maanden zijn verlopen sinds die eerdere bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

4. Het in de kolommen I en II opgenomen bedrag van de bestuurlijke boete wordt met 100% verhoogd, indien aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend, door de burgemeester of Onze Minister tweemaal of vaker een bestuurlijke boete is opgelegd wegens overtreding van hetzelfde artikel van de wet en er nog geen twaalf maanden zijn verlopen sinds de eerste van die bestuurlijke boetes onherroepelijk is geworden.

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Artikel 8.1

1. Als categorie van personen als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, wordt aangewezen: personen die onmiddellijk leidinggeven.

2. Als categorie van horecabedrijven of slijtersbedrijven als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, wordt aangewezen: horecabedrijven.

Artikel 8.2

Wijzigt het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel 8.3

Wijzigt het Besluit politiegegevens.

Artikel 8.4

Wijzigt het Speelautomatenbesluit 2000.

Artikel 8.5

Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.

Artikel 8.6

Wijzigt het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 8.7

Wijzigt het Bouwbesluit 2012.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 9.1

De volgende besluiten worden ingetrokken:

a. a. het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet; b. b. het Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf; c. c. het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999; d. d. het Besluit kennis en inzicht sociale hygiëne Drank- en Horecawet; e. e. het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet.

Artikel 9.2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2021.

Artikel 9.3

Dit besluit wordt aangehaald als: Alcoholbesluit.

Bijlage I. als bedoeld in de

Bijlage II. als bedoeld in