40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Algemeen Reglement Vervoer | BWBR0002548 | AMvB | geldend | 1967-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0002548 | Algemeen Reglement Vervoer |
Algemeen Reglement Vervoer
Titel I. Algemene bepalingen
Artikel 1
§ 1. In dit reglement wordt onder spoorwegpersoneel mede begrepen het personeel, behorende tot buitenlandse spoorwegen, dat hier te lande dienst doet.
§ 2. In dit reglement wordt onder station mede begrepen halte.
§ 3. In dit reglement wordt onder spoorweg mede begrepen locaalspoorweg.
Artikel 2
§ 1. Voor de toepassing van dit reglement is de spoorweg aansprakelijk voor de bij hem in dienst zijnde personen en voor andere personen van wier diensten hij gebruik maakt bij de uitvoering van het vervoer, waarmede hij is belast, voorzover deze personen handelen binnen de kring van de hun opgedragen werkzaamheden.
§ 2. Indien evenwel de personen, bedoeld in § 1 van dit artikel, op verzoek van de belanghebbende diensten bewijzen, waartoe de spoorweg niet is verplicht, worden zij geacht te handelen in opdracht van degene, aan wie zij deze diensten bewijzen.
§ 3. Voor de toepassing van dit reglement zijn de afzender, de aanvrager van een wagen, als bedoeld in artikel 55, § 4, en de geadresseerde aansprakelijk voor de bij hen in dienst zijnde personen en voor andere personen van wier diensten zij gebruik maken, voor zover deze personen handelen binnen de kring van de hun opgedragen werkzaamheden.
Artikel 3
Wordt een kind jonger dan twaalf jaar begeleid door een persoon van achttien jaar of ouder, dan is deze begeleider verplicht er voor zorg te dragen, dat dit kind niet in strijd met de bepalingen van dit reglement handelt.
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
1. Het is een ieder, behoudens uit de aard van zijn betrekking, verboden zich in of op een station dan wel in een trein in een zodanige toestand te bevinden of zich zodanig te gedragen, dat orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt of kan worden verstoord.
2.
Als verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang worden beschouwd:
a. a. gedragingen waardoor de bediening en het gebruik van voorzieningen of van een trein dan wel de taakuitoefening van het personeel van de vervoerder worden verhinderd of belemmerd; b. b. misbruik maken van voorzieningen dan wel gebruik maken van voorzieningen of van een trein op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar zijn dan wel op een andere wijze dan waarvoor deze bestemd zijn; c. c. uit een trein werpen van stoffen of van voorwerpen; d. d. zich in kennelijke staat van dronkenschap of onder kennelijke invloed van verdovende middelen bevinden; e. e. afsteken van vuurwerk, rumoer maken dan wel op zodanige wijze geluid voortbrengen dat anderen daarvan hinder ondervinden; f. f. uitoefenen van beroep of bedrijf; g. g. tentoonstellen van voorwerpen, maken van reclame of propaganda, verspreiden van drukwerk, bedelen of houden van inzamelingen; h. h. meenemen in een trein van dieren, stoffen of voorwerpen die hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken of kunnen veroorzaken; i. i. roken in een trein of station, of gedeelten daarvan, ten aanzien waarvan de spoorweg heeft aangegeven dat roken niet is toegestaan; j. j. zich bevinden op een station op een tijdstip dat dit kenbaar gesloten is of op een gedeelte van een station dat kenbaar daartoe niet toegankelijk is; k. k. zich op een station begeven langs een andere dan de daarvoor bestemde weg; l. l. op een andere wijze hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging veroorzaken.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de spoorweg daarvoor, met inachtneming van de belangen van reizigers, toestemming heeft gegeven.
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
1. Een ieder is verplicht de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang op te volgen, die door of vanwege de spoorweg duidelijk kenbaar zijn gemaakt.
2. Een aanwijzing om zich te verwijderen, kan worden gegeven voor een bij de aanwijzing te bepalen tijdsduur.
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Titel II. Bepalingen voor het vervoer van reizigers, handbagage, fietsen, bromfietsen en andere voorwerpen
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
§ 1. Het is een ieder verboden zich zonder geldig plaatsbewijs in een trein te bevinden, behalve in het geval van het verlenen van hulp aan een reiziger bij het in- of uitstappen. Niet strafbaar is hij, die zich zonder geldig plaatsbewijs in een trein bevindt uit de aard van zijn betrekking of met toestemming van de spoorweg.
§ 2. Vervallen.
§ 3. Vervallen.
§ 4. Vervallen.
§ 5. Vervallen.
§ 6. Hij, die in strijd met het bepaalde in § 1 handelt en nalaat dit aan de conducteur zo tijdig mede te delen als in de §§ 7 tot en met 11 is bepaald, is niet strafbaar, indien hij op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de vrachtprijs, bedoeld in de §§ 7 tot en met 11, en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld, betaalt.
§ 7. Hij, die op een station, waar geen plaatsbewijzen verkrijgbaar zijn, wenst in te stappen zonder te zijn voorzien van een geldig plaatsbewijs, is verplicht dit bij het instappen aan de conducteur mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs te betalen.
§ 8. Hij, die op een station, waar plaatsbewijzen verkrijgbaar zijn, wenst in te stappen zonder te zijn voorzien van een geldig plaatsbewijs, is verplicht dit vóór het instappen aan de conducteur mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld, te betalen.
§ 9. Hij, die, voorzien van een plaatsbewijs tweede klasse, wenst plaats te nemen in de eerste klasse, is verplicht dit vóór het plaatsnemen in de eerste klasse aan de conducteur mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld, te betalen.
§ 10. Hij, die verder zal reizen dan het station, tot waar zijn plaatsbewijs geldig is, is verplicht dit vóór of gedurende de reis, waarvoor dat plaatsbewijs geldt, aan de conducteur mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld, te betalen.
§ 11. Hij, die zich zonder geldig plaatsbewijs in een trein bevindt, waarmede hij Nederland over de grens is binnengekomen, is verplicht dit zo spoedig mogelijk aan de conducteur mede te delen en op eerste vordering van het spoorwegpersoneel de verschuldigde vrachtprijs en een verhoging, waarvan het bedrag in de tarieven wordt vastgesteld, te betalen.
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Artikel 23
Vervallen
Artikel 24
Vervallen
Artikel 25
Vervallen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27
Vervallen
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
Vervallen
Artikel 30
Vervallen
Artikel 31
Vervallen
Artikel 32
Vervallen
Artikel 33
Vervallen
Artikel 34
Vervallen
Artikel 35
Vervallen
Artikel 36
Vervallen
Artikel 37
Vervallen
Artikel 38
Vervallen
Artikel 39
Vervallen
Artikel 40
Vervallen
Artikel 41
Vervallen
Artikel 42
Vervallen
Artikel 43
Vervallen
Artikel 44
Vervallen
Artikel 45
Vervallen
Titel III. Vervoer als vrachtgoed en als expresgoed
Artikel 46
Vervallen
Artikel 46a
Vervallen
Artikel 47
Vervallen
Artikel 48
Vervallen
Artikel 49
Vervallen
Artikel 50
Vervallen
Artikel 51
Vervallen
Artikel 52
Vervallen
Artikel 53
Vervallen
Artikel 54
Vervallen
Artikel 55
§ 1. 1. 1. De afzender moet zó laden, dat geen gevaar kan ontstaan voor personen of goederen. 2. 2. De afzender moet met name bij de belading van de wagens de toelaatbare belading en het laadprofiel geldende voor de lijnen, waarover het vervoer plaats zal hebben, in acht nemen. De voor het vervoer over de in Nederland gelegen lijnen in acht te nemen toelaatbare belading en het geldende laadprofiel worden in de tarieven vermeld. De spoorweg geeft de afzender op diens verzoek de toelaatbare belading op.
Artikel 56
Vervallen
Artikel 57
Vervallen
Artikel 57a
Vervallen
Artikel 58
Vervallen
Artikel 58a
Vervallen
Artikel 59
Vervallen
Artikel 60
Vervallen
Artikel 61
Vervallen
Artikel 62
Vervallen
Artikel 63
Vervallen
Artikel 64
Vervallen
Artikel 65
Vervallen
Artikel 66
Vervallen
Artikel 67
Vervallen
Artikel 68
Vervallen
Artikel 68a
Vervallen
Artikel 69
Vervallen
Artikel 70
Vervallen
Artikel 71
Vervallen
Artikel 72
Vervallen
Artikel 73
Vervallen
Artikel 74
Vervallen
Artikel 75
Vervallen
Artikel 76
Vervallen
Artikel 77
Vervallen
Artikel 78
Vervallen
Artikel 79
Vervallen
Artikel 80
Vervallen
Artikel 81
Vervallen
Artikel 82
Vervallen
Artikel 83
Vervallen
Artikel 84
Vervallen
Artikel 85
Vervallen
Artikel 86
Vervallen
Artikel 87
Vervallen
Artikel 88
Vervallen
Artikel 89
Vervallen
Artikel 90
Vervallen
Artikel 91
Vervallen
Titel IV. Vervoer van levende dieren
Artikel 92
Vervallen
Artikel 93
Vervallen
Artikel 94
Vervallen
Artikel 95
Vervallen
Artikel 96
Vervallen
Artikel 97
Vervallen
Artikel 98
Vervallen
Artikel 99
Vervallen
Artikel 100
Vervallen
Artikel 101
Vervallen
Titel V. Vervoer van lijken
Artikel 102
Vervallen
Artikel 103
Vervallen
Artikel 104
Vervallen
Artikel 105
Vervallen
Artikel 106
Vervallen
Artikel 107
Vervallen
Artikel 108
Vervallen
Artikel 109
Vervallen
Titel VI. Behandeling van gevonden, niet opgevraagde en overbevonden goederen
Artikel 110
Vervallen
Artikel 111
Vervallen
Artikel 112
Vervallen
Titel VII. Slotbepalingen
Artikel 113
§ 1. Voor het vervoer van reizigers en goederen van of naar het buitenland kunnen door de Minister van Verkeer en Waterstaat afwijkingen van dit reglement worden toegestaan.
§ 2. Zendingen, die ten vervoer zijn aangenomen met een internationale vrachtbrief voor vervoer als "grande vitesse"/"Eilgut", worden op Nederlands gebied aangemerkt als vrachtgoed, behoudens de in de tarieven te bepalen uitzonderingen.
§ 3. Ten aanzien van buitenlandse spoorwegen, die hun dienst hier te lande uitoefenen, kunnen door de Minister van Verkeer en Waterstaat afwijkingen van dit reglement worden toegestaan.
Artikel 114
De Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd ontheffing te verlenen van bepalingen van dit reglement, indien het gebruik van bijzonder materieel dit nodig maakt.
Artikel 115
§ 1.
De Minister van Verkeer en Waterstaat kan terzake van de in de artikelen en 91, § 3, aan de spoorweg toegekende bevoegdheden:
a. a. de spoorweg voorschriften geven; b. b. de spoorweg opdragen de op grond van die bevoegdheden getroffen maatregelen weer op te heffen, indien hij van mening is, dat de in genoemde artikelen gestelde voorwaarden niet vervuld waren of niet meer vervuld zijn.
§ 2. Terzake van de aan de spoorweg in de artikelen 51, § 7, en 72, § 6, toegekende bevoegdheden is de Minister van Verkeer en Waterstaat slechts bevoegd tot het geven van de voorschriften bedoeld in § 1, onder a.
§ 3. De spoorweg is verplicht aan deze voorschriften en opdrachten te voldoen.
Artikel 115a
§ 1. In geval van staking van de dienst op een locaalspoorweg zijn, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Spoorwegwet, bestuurders niet verplicht te zorgen voor het vervoer van goederen in de richting van de locaalspoorweg.
§ 2. De Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd voor locaalspoorwegen, welke uitsluitend bestemd zijn voor het vervoer van goederen, geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van de bepalingen van dit reglement. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.
Artikel 116
Het Algemeen Reglement Vervoer, vastgesteld bij Koninklijk besluit van 9 november 1928 (Stb. 415), wordt ingetrokken, behoudens de daarbij behorende Bijlage I, welke als Bijlage I bij het onderwerpelijke besluit wordt geacht te behoren.
Artikel 117
Vervallen
Artikel 118
Dit besluit kan worden aangehaald als "Algemeen Reglement Vervoer" of "ARV".
Artikel 119
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1967.
Bijlage I
Vervallen.
Bijlage II. Reglement betreffende het vervoer van particuliere wagens
Bijlage IV
model 1
[afbeelding]
Afmetingen: 65 mm * 65 mm.
model 2
[afbeelding]
Vierkant met standaardafmetingen:
15 cm * 15 cm
30 cm * 30 cm
50 cm * 50 cm