rijk/amvb/besluit-aanwijzing-registraties-gezamenlijke-huishouding-1998/BWBR0009280
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998 BWBR0009280 AMvB geldend 2005-12-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0009280 Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998

Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. ANW: Algemene nabestaandenwet; b. b. AOW: Algemene Ouderdomswet; c. c. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; d. d. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; e. e. TW: Toeslagenwet; f. f. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; g. g. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; h. h. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen; i. i. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; j. j. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; k. k. ZW: Ziektewet; l. l. IOW: Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing op registraties in de zin van:

a. a.

    artikel 3, vierde lid, onderdeel d, van de Participatiewet;

b. b.

    artikel 3, vierde lid, onderdeel d, van de ANW;

c. c.

    artikel 1, vijfde lid, onderdeel d, van de AOW;

d. d.

    artikel 3, vierde lid, onderdeel d, van de IOAW;

e. e.

    artikel 3, vierde lid, onderdeel d, van de IOAZ;

f. f.

    artikel 1, vijfde lid, onderdeel d, van de TW;

g. g.

    artikel 1:1, vijfde lid, onderdeel d, van de Wajong;

h. h.

    artikel 1, vijfde lid, onderdeel d, van de WAO;

i. i.

    artikel 1, vijfde lid, onderdeel d, van de WAZ;

j. j.

    artikel 2, vierde lid, onderdeel d, van de Wet WIA;

k. k.

    artikel 1.1.2, vierde lid, onderdeel d, van de Wmo 2015;

l. l.

    artikel 1, vijfde lid, onderdeel d, van de ZW;

m. m.

    artikel 2, vierde lid, onderdeel d, van de IOW.

Artikel 3

1.

Als registraties als bedoeld in artikel 2 worden aangewezen de registratie als:

a. a. duurzame gezamenlijke huishouding op grond van:

        1.
        de Wet langdurige zorg; 
      
      
        2.
        de Wet inkomstenbelasting 2001; 
      
      
        3.
        de Wet op de loonbelasting 1964; 
      
      
        4.
        de Wet op de studiefinanciering;
      
      
        4a.
        de Wet studiefinanciering 2000;
      
      
        5.
        de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945; 
      
      
        6.
        de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
    1.   de Wet langdurige zorg;
      
    1.   de Wet inkomstenbelasting 2001;
      
    1.   de Wet op de loonbelasting 1964;
      
    1.   de Wet op de studiefinanciering;
      

4a. 4a. de Wet studiefinanciering 2000; 5. 5. de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945; 6. 6. de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. b. b. gezamenlijke huishouding op grond van:

        1.
        de Participatiewet;
      
      
        2.
        de ANW;
      
      
        3.
        de AOW;
      
      
        4.
        de IOAW;
      
      
        5.
        de IOAZ;
      
      
        6.
        de TW;
      
      
        7.
        de Wajong;
      
      
        8.
        de WAO;
      
      
        9.
        de WAZ;
      
      
        10.
        de Wet WIA;
      
      
        11.
        de Wmo 2015;
      
      
        12.
        de ZW;
      
      
        13.
        de IOW.
    1.   de Participatiewet;
      
    1.   de ANW;
      
    1.   de AOW;
      
    1.   de IOAW;
      
    1.   de IOAZ;
      
    1.   de TW;
      
    1.   de Wajong;
      
    1.   de WAO;
      
    1.   de WAZ;
      
    1. de Wet WIA;
      
    1. de Wmo 2015;
      
    1. de ZW;
      
    1. de IOW.
      

c. c. duurzame gemeenschappelijke huishouding op grond van de onderafdeling 3 van afdeling 5 van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; d. d. gemeenschappelijke huishouding op grond van:

        1.
        de Successiewet 1956; 
      
      
        2.
        een verblijfsrecht ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 voor verblijf bij partner;
    1.   de Successiewet 1956;
      
    1.   een verblijfsrecht ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 voor verblijf bij partner;
      

e. e. duurzame relatie op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

2. Een registratie als bedoeld in het eerste lid is aanwezig gedurende de periode waarin bij de toepassing van de in dat lid genoemde wetten op enig moment rechtsgevolgen worden verbonden aan het bestaan van een duurzame gezamenlijke huishouding, een gezamenlijke huishouding, een duurzame gemeenschappelijke huishouding, een gemeenschappelijke huishouding respectievelijk een duurzame relatie.

Artikel 4

Voor de toepassing van artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, van de Participatiewet, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de AOW, artikel 3, tweede tot en met zesde lid, van de IOAW, artikel 3, tweede tot en met zesde lid, van de IOAZ, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de TW, artikel 1:1, derde tot en met het zevende lid, van de Wajong, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de WAO, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de WAZ, artikel 2, tweede tot en met zesde lid, van de Wet WIA, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de Wmo, artikel 1, derde tot en met zevende lid, van de ZW en artikel 2, tweede tot en met zesde lid, van de IOW wordt een registratie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking genomen indien deze:

a. a. bij de aanvraag van bijstand, uitkering of voorziening bestaat; b. b. in een periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag van bijstand, uitkering of voorziening op enig moment heeft bestaan; dan wel c. c. gedurende de verlening van bijstand, uitkering of voorziening plaatsvindt.

Artikel 5

Voor de toepassing van artikel 3, tweede tot en met zesde lid, van de ANW wordt voor de vaststelling van het recht op nabestaandenuitkering een registratie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking genomen indien deze:

a. a. bestaat op de dag van overlijden van degene met wie een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd dan wel in de periode van twee jaar voorafgaande aan deze dag op enig moment heeft bestaan; b. b. plaatsvindt gedurende de verlening van nabestaandenuitkering.

Artikel 5a

Dit besluit berust mede op artikel 3, vijfde lid, van de Participatiewet en artikel 2, zesde lid, van de IOW.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de artikelen XVII tot en met XXXII van het bij koninklijke boodschap van 29 september 1997 ingediende voorstel van wet houdende nadere wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten en enige andere wetten, houdende wijziging/intrekking van de Wet Werkloosheidsvoorziening, eenvormige definiëring van de term gezamenlijke huishouding en technische alsmede enige andere wijzigingen (Veegwet SZW 1997; kamerstukken 25 641) in werking treden.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.