rijk/amvb/besluit-aanwijzing-toestellen-die-geen-luchtvaartuig-zijn/BWBR0003405
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit aanwijzing toestellen die geen luchtvaartuig zijn BWBR0003405 AMvB geldend 1981-09-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003405 Besluit aanwijzing toestellen die geen luchtvaartuig zijn

Besluit aanwijzing toestellen die geen luchtvaartuig zijn

Artikel 1

In dit besluit en andere bepalingen krachtens de Luchtvaartwet wordt verstaan onder:

a. a. ballon: een luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat niet is voorzien van een voortstuwingsinrichting en al dan niet door middel van (een) ankerkabel(s) en lijn(en) of bevestigd aan het aardoppervlak; b. b. onbemand luchtvaartuig: een luchtvaartuig dat hetzij automatisch, hetzij op afstand wordt bestuurd, en dat wordt gebruikt:

      1.
      als doel voor schietoefeningen, 
    
    
      2.
      voor het slepen van een doel voor schietoefeningen, of 
    
    
      3.
      voor observatiedoeleinden vanuit de lucht;.
    1. als doel voor schietoefeningen,
      
    1. voor het slepen van een doel voor schietoefeningen, of
      
    1. voor observatiedoeleinden vanuit de lucht;.
      

c. c. draagschroefvliegtuig: een vliegtuig dat dynamisch in de lucht kan worden gehouden, voornamelijk ten gevolge van reactiekrachten op ronddraaiende vlakken; d. d. hefschroefvliegtuig: een draagschroefvliegtuig met tijdens de vlucht mechanisch aangedreven vlakken; e. e. kabelvlieger: een toestel, zwaarder dan lucht en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat door middel van (een) ankerkabel(s) of lijn(en) is verbonden met het aardoppervlak; f. f. luchtschip: een luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting en een besturingsinrichting; g. g. modelvliegtuig: een luchtvaartuig met een bepaalde geringe massa; h. h. molenvliegtuig: een draagschroefvliegtuig met, tijdens de vlucht, vrij ronddraaiende door de luchtstroom aangedreven vlakken; i. i. motorzweefvliegtuig: een vleugelvliegtuig dat voor het uitvoeren van een langdurige vrije vlucht niet afhankelijk is van een voortstuwingsinrichting; j. j. valschermzweeftoestel: een toestel, zwaarder dan lucht in de vorm van een scherm met harnas, dat met een lijn of lijnen is bevestigd aan een voertuig of vaartuig, waardoor het in de lucht kan worden voortbewogen; k. k. vleugelvliegtuig: een vliegtuig dat dynamisch in de lucht kan worden gehouden, voornamelijk ten gevolge van reactiekrachten op vlakken welke bij eenzelfde vliegtoestand niet van stand behoeven te veranderen; l. l. zeilvliegtuig: een luchtvaartuig, zwaarder dan lucht, voorzien van starre hoofdconstructiedelen en vaste draagvlakken en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat slechts door een aanloop van een bestuurder in beweging kan worden gebracht, waarvan de besturing in hoofdzaak plaats heeft door middel van een zwaartepuntverplaatsing; m. m. zweefvliegtuig: een luchtvaartuig, zwaarder dan lucht en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat dynamisch in de lucht kan worden gehouden ten gevolge van reactiekrachten op vlakken die bij eenzelfde vliegtoestand niet van stand behoeven te veranderen.

Artikel 2

De volgende toestellen zijn geen luchtvaartuig in de zin van artikel 1, onder b, van de Luchtvaartwet:

a. a. ballonnen, die op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een diameter van ten hoogste 2.00 m of een inhoud van ten hoogste 4 m^3 hebben, alsmede aan elkaar gekoppelde ballonnen waarvan de gezamenlijke diameter en inhoud deze waarden niet te boven gaan. b. b.

    vervallen;

c. c. kabelvliegers; d. d. luchtschepen, die op zeeniveau in de internationale standaard atmosfeer in geheel gevulde toestand een grootste afmeting hebben van 5 m of een inhoud van ten hoogste 4 m^3; e. e. modelvliegtuigen, waarvan de massa ten hoogste 20 kg bedraagt; f. f. valmschermzweeftoestellen; g. g. zeilvliegtuigen, waarvan de massa met uitzondering van het veiligheidstuig en in de constructie opgenomen delen van de reddingsuitrusting ten hoogste 40 kg bedraagt.

Artikel 3

a. a. Het Koninklijk besluit van 15 januari 1969, Stb. 41, houdende aanwijzing van toestellen, die geen luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 1 onder b, van de Luchtvaartwet zijn, wordt ingetrokken; b. b.

    Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking twee maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.