40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften | BWBR0006847 | AMvB | geldend | 2001-07-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0006847 | Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften |
Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. wet: de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften; b. b. administratieve sanctie: de administratieve sanctie, bedoeld in artikel 1 van de wet; c. c. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; d. d. bevoegde ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 2 van dit besluit; e. e. hoofdofficier van justitie: de officier van justitie, hoofd van het arrondissementsparket.
2.
Als korpschef in de zin van dit besluit wordt aangemerkt met betrekking tot:
a. a. de ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012; b. b. de ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c:
1.
voor de toepassing van artikel 3: de betrokken districtscommandant,
2.
voor de toepassing van de overige artikelen: de commandant van de Koninklijke marechaussee;
-
-
voor de toepassing van artikel 3: de betrokken districtscommandant,
-
-
-
voor de toepassing van de overige artikelen: de commandant van de Koninklijke marechaussee;
-
c. c. de ambtenaren, bedoeld in artikel 2, tweede lid: het hoofd van de organisatie, waarbij zij werkzaam zijn.
3. In dit besluit wordt verstaan onder «toezichthouder» respectievelijk «direct toezichthouder» hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
Paragraaf 2. De bevoegde ambtenaren en de bevoegdheid tot het opleggen van de administratieve sanctie
Artikel 2
1.
Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn belast:
a. a. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering; b. b. de ambtenaren die een basisopleiding volgen aan een onderwijsinstelling, ressorterend onder het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, uitsluitend gedurende hun praktijkstage bij de politie; en c. c. de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 141, aanhef en onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering.
2.
Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn mede belast:
a. a. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover deze ambtenaren krachtens de akte of aanwijzing, de bevoegdheid hebben tot het opsporen van alle strafbare feiten, dan wel tot het opsporen van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet strafbaar gestelde feiten; b. b. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover die ambtenaren bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet worden aangewezen voor de opsporing van de bij of krachtens die wetten strafbaar gestelde feiten, dan wel voor het toezicht op de naleving van de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde voorschriften.
Artikel 3
1.
De hoofdofficier van justitie kan bepalen dat naar zijn oordeel de taakvervulling van een bevoegde ambtenaar vordert dat tot nader bericht die ambtenaar geen gebruik zal maken van de verleende bevoegdheid tot het opleggen van een administratieve sanctie.
Alvorens de beschikking, bedoeld in de eerste volzin, te geven, hoort de hoofdofficier van justitie de betrokken korpschef.
2. De korpschef draagt zorg voor de uitvoering van de beschikking. De hoofdofficier van justitie geeft zijn nader bericht slechts na hernieuwd overleg. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Van de beschikking die betrekking heeft op een ambtenaar als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt een afschrift gezonden aan de direct toezichthouder. Indien de hoofdofficier van justitie niet tevens de toezichthouder van de ambtenaar is, wordt tevens een afschrift gezonden aan de toezichthouder.
Paragraaf 3. De betaling
Artikel 4
1. De betaling van de administratieve sanctie en de daarop gevallen verhogingen en kosten geschiedt door storting of overschrijving op een daartoe bestemde bankrekening van Onze Minister.
2. Het openbaar ministerie, Onze Minister of de betrokken korpschef kan bepalen dat de betaling kan geschieden op een door de bevoegde ambtenaar aan te wijzen plaats of door het ter plaatse overschrijven op een daartoe bestemde bankrekening.
3. Als plaats van betaling, bedoeld in het tweede lid, wordt slechts aangewezen een politiebureau, een gebouw van de organisatie van de bevoegde ambtenaar, een gebouw op het terrein van de Dienst der Domeinen alwaar het voertuig buiten gebruik is gesteld of in bewaring is genomen, dan wel een tijdelijke plaats van betaling, ingesteld door de betrokken korpschef. Indien de bevoegde ambtenaar een militair van de Koninklijke marechaussee is, kan eveneens een brigadebureau of de betrokken doorlaatpost als plaats van betaling worden aangewezen.
4. Degene die betaalt, maakt daarbij op de door de bevoegde ambtenaar aan te geven wijze melding van de zaak waarop de betaling betrekking heeft.
5. Indien de zaak waarop betaling van de administratieve sanctie en de daarop gevallen verhogingen en kosten betrekking heeft niet is vermeld op de wijze als bedoeld in het vierde lid, kan Onze Minister het aan hem betaalde bedrag terugstorten op de rekening waarvan het bedrag afkomstig is, of anderszins het bedrag terugbetalen aan de persoon die heeft betaald.
Artikel 5
Vervallen
Paragraaf 4. Het toezicht
Artikel 6
1. In het belang van een juist gebruik van de bevoegdheid tot het opleggen van een administratieve sanctie wordt er op toegezien, dat in de gevallen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onverwijld een betalingsbewijs wordt ter beschikking gesteld dat door de ambtenaar aan wie de administratieve sanctie wordt voldaan, is gedagtekend en ondertekend.
2. De bevoegde ambtenaar en de ambtenaar aan wie de administratieve sanctie kan worden voldaan, worden in het bezit gesteld van de bijlage, bedoeld in artikel 2 van de wet. Aan de betrokkenen verlenen zij desgevraagd inzage in deze bijlage.
Artikel 7
1. De bevoegde ambtenaar houdt aantekening van elke zaak waarin hij een administratieve sanctie heeft opgelegd. Tevens wordt in de gevallen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, aantekening gehouden van de voldoening van de administratieve sanctie.
2. De aantekeningen worden, uiterlijk binnen een jaar nadat zij zijn opgemaakt, desverlangd getoond aan de ambtenaren van het openbaar ministerie in het arrondissement waar de bevoegde ambtenaren hun dienst hebben uitgeoefend.
3. De hoofdofficier van justitie wint periodiek rapport in van de korpschef over de wijze waarop de onder hem ressorterende in het arrondissement hun dienst uitoefenende ambtenaren gebruik hebben gemaakt van de toegekende bevoegdheid om een administratieve sanctie op te leggen.
Paragraaf 5. De verantwoording der gelden
Artikel 8
1. Onze Minister draagt zorg voor de opening van een of meer afzonderlijke bankrekeningen welke uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van gelden, voortvloeiend uit het gebruik van de bevoegdheid tot het opleggen van de administratieve sancties.
2. Onze Minister is belast met het beheer van de in het eerste lid bedoelde bankrekeningen en de in verband daarmee te voeren administratie.
Artikel 9
1. Door de betrokken korpschef worden ambtenaren aangewezen aan wie de administratieve sanctie in de gevallen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, kan worden betaald.
2. Na betaling aan de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, wordt een betalingsbewijs uitgereikt. Onze Minister stelt de eisen vast waaraan het betalingsbewijs moet voldoen.
3. De ontvangen gelden worden regelmatig overgemaakt op de daartoe bestemde bankrekeningen van Onze Minister.
4. Onze Minister stelt nadere voorschriften vast omtrent de verstrekking en het beheer van de betalingsbewijzen, de afrekening en verantwoording van de ontvangen gelden, en de in verband daarmee te voeren administratie.
Artikel 10
De ambtenaren, bedoeld in artikel 9, eerste lid, en al degenen die verder bij de uitvoering van de in artikel 9, vierde lid, bedoelde voorschriften zijn betrokken, verstrekken desgevraagd alle inlichtingen hieromtrent aan de hoofdofficier van justitie, alsmede aan Onze Minister.
Artikel 11
1. Wat de politie betreft doet de korpschef op de door Onze Minister te bepalen wijze jaarlijks opgave van de uitvoering van de in artikel 9, vierde lid, bedoelde voorschriften en van de met het oog op de toepassing van dit besluit verrichte accountantscontrole.
2. Wat de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaren betreft doen de betrokken korpschefs op de door Onze Minister te bepalen wijze jaarlijks opgave van de uitvoering van de in artikel 9, vierde lid, bedoelde voorschriften en van de met het oog op de toepassing van dit besluit verrichte accountantscontrole.
Paragraaf 5a. De administratiekosten en de kosten van verhaal
Artikel 11a
1. Degene aan wie een administratieve sanctie wordt opgelegd, is administratiekosten verschuldigd. De omvang van deze kosten wordt bepaald bij ministeriële regeling. Op de betaling van de administratiekosten zijn de artikelen van dit besluit betreffende de betaling van de administratieve sanctie, het toezicht en de verantwoording van de gelden van overeenkomstige toepassing. De administratiekosten worden samen met de administratieve sanctie in rekening gebracht.
2. Gedane betalingen strekken in de eerste plaats tot voldoening van de administratiekosten, vervolgens tot voldoening van eventuele verhogingen en ten slotte tot voldoening van de administratieve sanctie.
Artikel 11b
De kosten van het verhaal van een administratieve sanctie worden op gelijke voet als de administratieve sanctie verhaald op degene aan wie deze sanctie is opgelegd. Onder de kosten van verhaal zijn begrepen de invorderingskosten. De kosten van verhaal, voor zover zij niet betreffen de invorderingskosten, worden berekend overeenkomstig de bij het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders vastgestelde tarieven. De omvang van de invorderingskosten wordt bepaald bij ministeriële regeling.
Paragraaf 6. Bijstand
Artikel 12
Ingeval de bevoegdheid tot het opleggen van een administratieve sanctie wordt uitgeoefend gedurende de periode dat ingevolge artikel 57, 58 of 59 van de Politiewet 2012 bijstand wordt verleend, geschieden de betaling van de administratieve sanctie op de wijze van en de afrekening en verantwoording en controle van de ontvangen gelden door de politie.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1994. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 maart 1994, treedt het in werking met ingang van de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 april 1994.