40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra 1997 | BWBR0008516 | AMvB | geldend | 1997-02-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0008516 | Besluit bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra 1997 |
Besluit bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra 1997
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.2.12 van de wet, bestaat uit een bijdrage voor het personeel en een bijdrage voor de overige kosten.
2. De bijdrage voor het personeel, bestaande uit de categorieën docent en ondersteunend en beheerspersoneel, wordt berekend door voor beide categorieën de ratio's te vermenigvuldigen met de in het voorgaande cursusjaar gerealiseerde leerlingcursistweken, voor het ondersteunend personeel met de door Onze Minister vastgestelde formatie, en daarna te vermenigvuldigen met de betrokken gemiddelde personeelslast. Op de uitkomst van deze berekening kan een budgetfactor worden toegepast.
3.
De bijdrage voor de overige kosten bestaat uit:
a. a. een bijdrage voor het schoolgebouw per vierkante meter, zijnde de eigenaarsvergoeding; b. b. een vergoeding per leerlingcursistweek, zijnde de gebruikersvergoeding; c. c. een vergoeding voor het logeergebouw, en d. d. een vergoeding voor de tussen Onze Minister en een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum overeengekomen activiteiten.
Artikel 3
Een ratio als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is een breuk die de verhouding weergeeft tussen een volledige formatieplaats en een door Onze Minister vastgesteld aantal leerlingcursistweken.
Artikel 4
De gemiddelde personeelslast, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is het bedrag aan personele middelen per formatieplaats binnen de betrokken personeelscategorie, gerekend over alle agrarische innovatie- en praktijkcentra.
Artikel 5
De in het voorgaande cursusjaar gerealiseerde leerlingcursistweken, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, komen ten hoogste voor een door Onze Minister voor datzelfde cursusjaar toegewezen aantal voor een bijdrage in aanmerking.
Artikel 6
De budgetfactor, bedoeld in artikel 2, tweede lid, geeft de verhouding weer tussen het aantal door Onze Minister voor het jaar waarvoor de vergoeding wordt betaald toegewezen leerlingcursistweken, en het voor een bijdrage in aanmerking komende aantal leerlingcursistweken, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b.
Artikel 7
De personele middelen, bedoeld in artikel 4, zijn de middelen ten behoeve van salarissen, overhevelingstoeslagen, toelagen, uitkeringen en vergoedingen, alsmede de bijdragen tot het pensioen van het personeel en van hun nagelaten betrekkingen.
Artikel 8
Onze Minister kan vooruitlopend op de betaling van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde bijdrage, een voorschot verstrekken.
Artikel 9
Met het oog op de vergoeding, bedoeld in artikel 2, eerste lid, dient het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum bij Onze Minister elk jaar voor 1 september ten behoeve van het eerstkomende kalenderjaar een aanvraag in vergezeld van een activiteitenplan.
Artikel 10
De jaarrekening gaat vergezeld van een opgave van de leerlingenbezetting van het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum en van het logeergebouw per week van het afgelopen cursusjaar, op een formulier waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
Artikel 11
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als Besluit bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra 1997.