rijk/amvb/besluit-bekostiging-financieel-toezicht-2019/BWBR0042148
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 BWBR0042148 AMvB geldend 2019-04-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042148 Besluit bekostiging financieel toezicht 2019

Besluit bekostiging financieel toezicht 2019

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. toezichtcategorie: categorie als bedoeld in:

      a.
      
        bijlage 1, onderdeel A, voor zover het de Autoriteit Financiële Markten aangaat;
    
    
      b.
      
        bijlage 2, onderdeel A, voor zover het de Nederlandsche Bank aangaat;

a. a.

        bijlage 1, onderdeel A, voor zover het de Autoriteit Financiële Markten aangaat;

b. b.

        bijlage 2, onderdeel A, voor zover het de Nederlandsche Bank aangaat;
  • wet: Wet bekostiging financieel toezicht 2019.

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording toezichthouders

Paragraaf 2.1. Begroting

Artikel 2

In de begroting neemt de toezichthouder een overzicht op waaruit de berekeningswijze van de kosten van het doorlopend toezicht, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet, in het desbetreffende jaar blijkt.

Artikel 3

1. De Nederlandsche Bank neemt in haar begroting afzonderlijke posten op voor de toezichtcategorieën, genoemd in bijlage 2, onderdeel A.

2. Per toezichtcategorie neemt de Nederlandsche Bank in de begroting een bedrag op voor de verwachte opbrengsten van eenmalige handelingen. De kosten van het doorlopend toezicht per toezichtcategorie bedragen het totaal van kosten voor die categorie met aftrek van de verwachte opbrengsten van eenmalige handelingen.

Artikel 4

Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels met betrekking tot de inrichting van de begroting worden gesteld.

Paragraaf 2.2. Verantwoording

Artikel 5

In de verantwoording geeft de Nederlandsche Bank per toezichtcategorie het verschil tussen de gerealiseerde baten en lasten aan. In dit verschil worden de verkregen opbrengsten uit verbeurde dwangsommen en boetes niet meegenomen.

Artikel 6

1. De Autoriteit Financiële Markten rekent in enig jaar het exploitatiesaldo van het daaraan voorafgaande jaar overeenkomstig de procentuele verdeling, bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, zoals die in dat voorafgaande jaar van toepassing was, aan de desbetreffende toezichtcategorieën toe.

2. De Nederlandsche Bank verrekent het verschil per toezichtcategorie, bedoeld in artikel 5, met de begrote kosten voor de desbetreffende toezichtcategorie in het daaropvolgende jaar.

3. De Nederlandsche Bank rekent de opbrengsten uit boetes en verbeurde dwangsommen tot € 4,5 miljoen in het daaropvolgende jaar verhoudingsgewijs toe aan de verschillende toezichtcategorieën. Bij de berekening van de verhouding gaat de Nederlandsche Bank uit van de gerealiseerde kosten voor het doorlopend toezicht voor een toezichtcategorie in de goedgekeurde verantwoording van het jaar waarin de opbrengsten zijn ontvangen, ten opzichte van de totale gerealiseerde kosten voor het doorlopend toezicht voor de toezichtcategorieën in die verantwoording.

Artikel 6a

1. De maximale hoogte van de reserve, bedoeld in artikel 8a van de wet, bedraagt € 5 miljoen.

2. Een verzoek om toestemming voor inzet van de reserve bevat de reden voor inzet, het bedrag dat ten laste van de reserve komt en de toezichtcategorieën waaraan dit bedrag ten goede komt.

3. De Autoriteit Financiële Markten kan de reserve inzetten na toepassing van de artikelen 6, eerste lid, en 7, eerste lid.

4. De Nederlandsche Bank kan de reserve inzetten na toepassing van de artikelen 6, tweede en derde lid, en 8, eerste lid.

Hoofdstuk 3. Vergoeding van de kosten van het doorlopend toezicht

Artikel 7

1. De Autoriteit Financiële Markten rekent de kosten van haar doorlopend toezicht toe aan de toezichtcategorieën, genoemd in bijlage 1, onderdeel A, overeenkomstig de in dat onderdeel opgenomen procentuele verdeling.

2. De Autoriteit Financiële Markten brengt de kosten van het doorlopend toezicht die worden toegerekend aan een toezichtcategorie in rekening bij de personen die op grond van bijlage 1, onderdeel B, tot die categorie behoren.

3. De hoogte van het jaarlijks aan een persoon in rekening te brengen bedrag voor het doorlopend toezicht wordt bepaald aan de hand van de maatstaven, zoals voor die persoon vastgesteld in bijlage 1, onderdeel B.

Artikel 8

1. De Nederlandsche Bank brengt de kosten van het doorlopend toezicht die zij voor een toezichtcategorie maakt, in rekening bij de personen die op grond van bijlage 2, onderdeel B, tot die categorie behoren.

2. De hoogte van het jaarlijks aan een persoon in rekening te brengen bedrag voor het doorlopend toezicht wordt bepaald aan de hand van de maatstaven, zoals vastgesteld in bijlage 2, onderdeel B.

Artikel 9

1. Uiterlijk per 1 juni van ieder jaar worden, op voorstel van de toezichthouder, bij regeling van Onze Ministers, ieder voor diens beleidsverantwoordelijkheid, voor iedere te onderscheiden toezichtcategorie de bandbreedtes en tarieven vastgesteld.

2. Bij de vaststelling van de bandbreedtes en de tarieven wordt rekening gehouden met het bedrag dat op grond van de artikelen 3 en 7 voor het desbetreffende jaar aan de toezichtcategorie is toegerekend.

Artikel 10

1. De toezichthouder baseert het jaarlijks aan een persoon in rekening te brengen bedrag op de bij de toezichthouder laatst bekende gegevens van de desbetreffende persoon. De gegevens gaan niet verder terug dan twee jaar voor het jaar waarin de vergoeding in rekening wordt gebracht.

2. In afwijking van het eerste lid stelt de toezichthouder per onder toezicht staande persoon de in het laatst verstreken kalenderjaar liggende periode vast waarop de gegevens voor de toepassing van de maatstaven «Marktkapitalisatie» en «Eigen vermogen», bedoeld in bijlage 1, onderdeel B, betrekking hebben.

3. De gegevens van een persoon die in de loop van een jaar onder toezicht komt te staan, worden voor dat jaar vastgesteld per de datum waarop die persoon voor het eerst deel uitmaakt van een toezichtcategorie of, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn of indien zij pas na een onevenredige inspanning zijn te verkrijgen, per de datum waarop de jaarrekening of balans van die persoon voor het laatst is vastgesteld.

4. De gegevens van de partijen die betrokken zijn bij een fusie, splitsing of ontbinding kunnen worden vastgesteld aan de hand van de gegevens die zijn vastgesteld voor het samengaan, de splitsing of de ontbinding.

5. Indien de gegevens van een onder toezicht staande persoon niet bij de toezichthouder bekend zijn, verstrekt die persoon op verzoek, binnen een door de toezichthouder te stellen redelijke termijn, een opgave van zijn gegevens die betrekking hebben op de voor hem relevante maatstaf.

6. Indien een persoon als bedoeld in het vijfde lid niet binnen de door de toezichthouder gestelde termijn een opgave heeft gedaan of een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave heeft gedaan, maakt de toezichthouder een schatting van zijn gegevens.

Artikel 11

1. Het bedrag voor het doorlopend toezicht dat aan een persoon in rekening wordt gebracht, is evenredig aan de tijdsduur dat die persoon in het desbetreffende jaar over een door de toezichthouder, de Europese Centrale Bank of Onze Minister van Financiën afgegeven vergunning of verklaring van ondertoezichtstelling beschikt dan wel dat die persoon op grond van een wettelijke verplichting bij de toezichthouder is geregistreerd.

2. In afwijking van het eerste lid is het bedrag voor een persoon die behoort tot de toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: markt» evenredig aan de tijdsduur waarin zijn effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, of op een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op een persoon die behoort tot de toezichtcategorie «Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving».

4. Indien het bedrag dat overeenkomstig dit artikel is vastgesteld lager is dan € 30, is de betrokken persoon geen vergoeding verschuldigd.

5. Indien de toezichthouder overeenkomstig dit artikel een persoon een bedrag van minder dan € 15 is verschuldigd, laat de toezichthouder betaling achterwege.

Artikel 12

1. Indien de toezichthouder een bedrag voor het doorlopend toezicht niet langer in rekening kan brengen aan een persoon vanwege een fusie van die persoon als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, brengt de toezichthouder het bedrag in rekening bij de persoon die bij die fusie het vermogen van eerstgenoemde persoon heeft verkregen.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een persoon die in het kader van collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 83, 84, 90 of 90a van de Pensioenwet of artikel 91, 92, 98 of 98a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling vermogen heeft overgedragen aan een andere persoon.

3. Indien een persoon, die op grond van bijlage 2 behoort tot de toezichtcategorie «banken en beleggingsondernemingen», in afwikkeling wordt geplaatst en in dat kader vermogen overgaat, verrekent de toezichthouder het oorspronkelijk in rekening te brengen bedrag dan wel gebracht bedrag voor het doorlopend toezicht bij die persoon naar rato van de omvang van het vermogen dat is overgegaan, en rekening houdend met het tijdstip per wanneer de overgang van het vermogen heeft plaatsgevonden, met de persoon die dat vermogen heeft verkregen.

Artikel 12a

Voor personen in de categorieën «Banken en clearinginstellingen», «Banken en kredietunies», «Depositogarantiestelsel: banken» en «Resolutie: Banken en beleggingsondernemingen» stelt de toezichthouder de maatstaf in voorkomend geval vast op basis van de geconsolideerde situatie, bedoeld in Verordening (EU) nr. 575/2013 (CRR).

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 13

In afwijking van artikel 6 wordt het exploitatiesaldo, met inbegrip van de opbrengsten uit boetes en verbeurde dwangsommen tot € 2,5 miljoen, over het jaar 2018 door de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandsche Bank in 2019 aan de toezichtcategorieën toegerekend overeenkomstig de procentuele verdeling in de bijlagen II tot en met V van de Wet bekostiging financieel toezicht, zoals die wet luidde op 31 december 2018.

Artikel 13a

1. In afwijking van artikel 6, tweede lid, verrekent de Nederlandsche Bank het verschil van de toezichtcategorie «Aanbieders van diensten met betrekking tot virtuele valuta» over 2024 verhoudingsgewijs met de begrote kosten voor alle toezichtcategorieën in 2025.

2. In afwijking van artikel 6, derde lid, laat de Nederlandsche Bank bij de berekening van de verhouding over het jaar 2024, de toezichtcategorie «Aanbieders van diensten met betrekking tot virtuele valuta» buiten beschouwing.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2019.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekostiging financieel toezicht 2019.

Bijlage 1. Autoriteit Financiële Markten

(Bijlage als bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 7 en 10, tweede lid)

Bijlage 2. De Nederlandsche Bank

(Bijlage als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 8 en 12, tweede lid)