rijk/amvb/besluit-bescherming-gas-en-elektriciteitsbedrijven/BWBR0002259
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit bescherming gas- en elektriciteitsbedrijven BWBR0002259 AMvB geldend 1958-01-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002259 Besluit bescherming gas- en elektriciteitsbedrijven

Besluit bescherming gas- en elektriciteitsbedrijven

Artikel 1

Dit besluit verstaat onder:

gasbedrijf: ieder bedrijf of bedrijfsgedeelte, welks werkzaamheid uitsluitend of in hoofdzaak bestaat in het leveren van gas ten behoeve van de openbare gasvoorziening dan wel in het anderszins deelnemen aan die gasvoorziening;

elektriciteitsbedrijf: ieder bedrijf of bedrijfsgedeelte, welks werkzaamheid uitsluitend of in hoofdzaak bestaat in het deelnemen aan de openbare elektriciteitsvoorziening;

Onze Ministers: Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie en van Economische Zaken;

hoofd bescherming bevolking: het betrokken hoofd bescherming bevolking, bedoeld in de artikelen 10 en 14 van de Wet bescherming bevolking (Stb. 1952, 404).

Artikel 2

De ondernemer van een gasbedrijf of een elektriciteitsbedrijf regelt de bescherming van dat bedrijf. Hij richt een beschermingsorganisatie op en wijst het hoofd daarvan aan.

Artikel 3

1. De ondernemer stelt, na overleg met het hoofd bescherming bevolking, een beschermingsplan vast.

2.

Het beschermingsplan dient te bevatten:

a. a. een schema van de taakverdeling in de beschermingsorganisatie; b. b. een omschrijving van de door het personeel van het gasbedrijf of het elektriciteitsbedrijf te volgen gedragslijn in verschillende met de bescherming in verband staande omstandigheden; c. c. een omschrijving van de maatregelen, welke met betrekking tot de punten, vermeld in de bij dit besluit gevoegde bijlagen I en II, wanneer nodig, zullen worden getroffen.

Artikel 4

1. De ondernemer dient het in artikel 3 bedoelde beschermingsplan in binnen een door Onze Ministers te bepalen termijn en op een door hen te bepalen wijze ter verkrijging van een verklaring van geen bezwaar.

2. Het beschermingsplan is eerst van kracht, wanneer door Onze Ministers zodanige verklaring is afgegeven.

3. De ondernemer verstrekt de gegevens, welke Onze Ministers voor de beoordeling van het beschermingsplan nodig achten.

4. De afgifte van de verklaring wordt slechts geweigerd, indien naar het oordeel van Onze Ministers het beschermingsplan niet voorziet in een redelijke bescherming van het gasbedrijf of het elektriciteitsbedrijf.

5. Onze Ministers geven bij aangetekende brief van hun beslissing kennis aan de aanvrager. In geval van weigering van de verklaring vermelden zij, waarop hun oordeel is gegrond en geven zij mogelijkheden aan om de gerezen bezwaren te ondervangen.

Artikel 5

1. Indien een verklaring als bedoeld in artikel 4 is geweigerd, wijzigt de ondernemer het beschermingsplan, na overleg met het hoofd bescherming bevolking, rekening houdend met de opmerkingen van Onze Ministers.

2. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

1. Indien een beschermingsplan, waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven, naar het oordeel van Onze Ministers niet langer voorziet in een redelijke bescherming van het betrokken gas- of elektriciteitsbedrijf, kunnen zij de ondernemer opdragen het beschermingsplan te wijzigen.

2. Onze Ministers geven bij aangetekende brief van hun beslissing kennis aan de ondernemer. Zij vermelden daarin, waarop hun oordeel gegrond is en geven mogelijkheden aan om de gerezen bezwaren te ondervangen.

3. Na ontvangst van de brief wijzigt de ondernemer het beschermingsplan na overleg met het hoofd bescherming bescherming bevolking, rekening houdend met de opmerkingen van Onze Ministers.

4. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7

Onze Ministers kunnen bepalen, dat de ondernemer de ingevolge artikel 3, tweede lid, onder c, in het beschermingsplan omschreven maatregelen met betrekking tot de punten, vermeld in de bij dit besluit gevoegde bijlage I, moet treffen binnen een door hen te bepalen termijn.

Artikel 8

In geval de overheidsorganisatie van de bescherming bevolking hulp verleent aan de beschermingsorganisatie van een gasbedrijf of een elektriciteitsbedrijf behoudt het hoofd van laatstgenoemde organisatie de leiding bij de bescherming van het gasbedrijf of het elektriciteitsbedrijf.

Artikel 9

1. Onze Ministers kunnen vrijstelling of op daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen van een of meer bepalingen van dit besluit.

2. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 10

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 11

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit bescherming gas- en elektriciteitsbedrijven.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst.

Bijlage I. behorende bij het Besluit bescherming gas- en elektriciteitsbedrijven. (Stb. 1957, 580)

Bijlage II. behorende bij het