rijk/amvb/besluit-bescherming-tegen-bepaalde-zoönosen-en-bestrijding-besmettelijke-dierzie/BWBR0007820
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten BWBR0007820 AMvB geldend 2004-08-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007820 Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten

Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *wet:*
    Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

b. b.

    *verordening (EG) nr. 2160/2003:* verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU L 325);

c. c.

    *richtlijn nr. 2003/99/EG:* richtlijn nr. 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönosen en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van richtlijn nr. 92/117/EEG van de Raad (PbEU L 325);

d. d.

    *richtlijn nr. 92/119/EEG:* richtlijn nr. 92/119/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte (PbEG 1993, L 62).

Artikel 2

De exploitant van een levensmiddelenbedrijf, bedoeld in artikel 3, derde lid, van verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 2002 (PbEG L 31) tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, die onderzoek doet naar de aanwezigheid van zoönosen of zoönoseverwekkers, die overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van richtlijn nr. 2003/99/EG worden bewaakt:

a. a. houdt de resultaten van het onderzoek bij; b. b. bewaart de onderzoeksgegevens en de relevante isolaten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode en c. c. stelt de onderzoeksresultaten of relevante isolaten desgevraagd ter beschikking aan Onze Minister.

Artikel 2a

1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003, is Onze Minister.

2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van richtlijn nr. 2003/99/EG, is Onze Minister.

Artikel 3

1. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, regels stellen omtrent de monitoring, preventie en bestrijding van zoönosen en zoönoseverwekkers als bedoeld in bijlage I bij verordening (EG) nr. 2160/2003 en bijlage I bij richtlijn nr. 2003/99/EG, voorzover dit noodzakelijk is ter uitvoering van communautaire regelgeving.

2.

De in het eerste lid bedoelde regels hebben betrekking op:

a. a. het doen van onderzoek naar, het bewaren van gegevens over, het verzamelen en ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten met betrekking tot de aanwezigheid van zoönosen en zoönoseverwekkers, antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en bij andere verwekkers, wanneer deze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid; b. b. de preventie en bestrijding van zoönosen en zoönoseverwekkers op grond van het nationale bestrijdingsprogramma, bedoeld in artikel 5 van verordening (EG) nr. 2160/2003, en de ingevolge artikel 8 van verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde voorschriften; c. c. het stellen van voorwaarden aan het intracommunautaire handelsverkeer, bij of krachtens artikel 9, tweede en vierde lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003 en d. d. het stellen van voorwaarden aan het handelsverkeer met derde landen, bij of krachtens artikel 10, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003.

3. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, laboratoria als bedoeld in artikel 12 van verordening (EG) nr. 2160/2003 erkennen.

4. Onze Minister wijst, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een nationaal referentielaboratorium aan overeenkomstig artikel 11 van verordening (EG) nr. 2160/2003 en artikel 10 van richtlijn nr. 2003/99/EG.

Artikel 3a

1. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, medewerking vorderen van het bestuur van het Productschap Diervoeder, het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees of het Productschap Zuivel voor het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b.

2. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bepalen dat tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden gesteld bij overtreding van de maatregelen die, op grond van het eerste lid, bij verordening door het bestuur van het Productschap Diervoeder, het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees of het Productschap Zuivel zijn vastgesteld, voorzover het handelen in strijd met de regelen als overtreding strafbaar is gesteld.

3. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bepalen dat het Productschap Diervoeder, het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees of het Productschap Zuivel personen kan aanwijzen die worden belast met het toezicht op de naleving van de op grond van het eerste lid vastgestelde regels.

Artikel 4

1. Het is verboden te handelen in strijd met het nationale bestrijdingsprogramma, bedoeld in artikel 5 van verordening (EG) nr. 2160/2003, en de ingevolge artikel 8 van verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde voorschriften.

2. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 7, vijfde lid, 9, eerste lid, 10, vierde lid, en 12, van verordening (EG) nr. 2160/2003.

3. Het is verboden te handelen in strijd met op grond van artikel 8, eerste lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde specifieke bestrijdingsmethoden en voorschriften.

Artikel 5

Zodra een gebouw of terrein door het plaatsen van een kenteken, ingevolge artikel 22, eerste lid, van de wet, besmet of van besmetting verdacht is verklaard met klassieke varkenspest, mond- en klauwzeer, aviaire influenza, ziekte van Newcastle, paardepest, of de in bijlage I van richtlijn nr. 92/119/EEG genoemde dierziekten, legt de houder van de zieke of verdachte dieren per voor de ziekte vatbare diersoort schriftelijk vast het aantal dieren, het aantal gestorven dieren en het aantal dieren dat verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertoont. De gegevens van de telling dienen, totdat het kenteken is verwijderd, na een mutatie in bovengenoemde aantallen zo spoedig mogelijk te worden bijgewerkt.

Artikel 6

Indien de houder van een dier vermoedt dat dat dier door aviaire influenza, ziekte van Newcastle, paardepest, of de in Bijlage I van richtlijn nr. 92/119/EEG genoemde dierziekten is aangetast,

a. a. treft hij, totdat Onze Minister de nodig geachte maatregelen neemt, dienstige maatregelen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen a, b, en i van de wet; b. b. draagt hij er zorg voor dat dat dier zijn verblijfplaats niet verlaat; c. c. legt hij per voor de ziekte vatbare diersoort schriftelijk vast het aantal dieren, het aantal gestorven dieren en het aantal dieren dat verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertoont en brengt hij mutaties zo spoedig mogelijk in deze telling aan; d. d. is het hem verboden de bij of krachtens artikel 25, eerste lid, van de wet aangewezen soorten of categorieën van dieren, produkten of voorwerpen te vervoeren van en naar het gebouw of terrein, en e. e. is het hem verboden het gebouw of terrein te verlaten, tenzij na toepassing van de door Onze Minister krachtens artikel 26 van de wet voorgeschreven maatregelen van ontsmetting.

Artikel 6a

Vervallen

Artikel 6b

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 8a

Vervallen

Artikel 9

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 10

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 11

Het Besluit houdende nadere regelen inzake de bestrijding van de pseudo-vogelpest, het Besluit vogelpest, het Besluit houdende maatregelen in verband met vogelcholera, het Besluit infectieuze laryngo tracheïtis en het Besluit entstoffen voor dieren worden ingetrokken.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten.