rijk/amvb/besluit-bijdrage-rijksincassovoorziening/BWBR0038835
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit bijdrage rijksincassovoorziening BWBR0038835 AMvB geldend 2017-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0038835 Besluit bijdrage rijksincassovoorziening

Besluit bijdrage rijksincassovoorziening

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • aangeboden vordering: een vordering die door een aangesloten organisatie dan wel een andere instantie wordt aangeboden aan het Centraal Justitieel Incassobureau om met gebruikmaking van de rijksincassovoorziening te innen;
  • aangesloten organisatie: een zelfstandig bestuursorgaan dat ingevolge een besluit van de Minister voor Wonen en Rijksdienst als bedoeld in artikel 21a van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen gebruik maakt van de rijksincassovoorziening;
  • bijdrage: de bijdrage die aan een aangesloten organisatie in rekening wordt gebracht voor de kosten voor de instandhouding van de rijksincassovoorziening;
  • jaar: kalenderjaar;
  • kosten: kosten voor de instandhouding van de rijksincassovoorziening;
  • Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
  • rijksincassovoorziening: de voorziening die in stand wordt gehouden door het Centraal Justitieel Incassobureau voor rijksbrede clustering van incasso van aangeboden vorderingen van bestuursorganen.

Artikel 2

De bijdrage per jaar bestaat uit:

a. a. een vooraf vastgesteld deel, dat betrekking heeft op de vaste kosten in het desbetreffende jaar, en b. b. een achteraf vastgesteld deel, dat betrekking heeft op de variabele kosten in het desbetreffende jaar.

Artikel 3

1. Een aangesloten organisatie verstrekt ieder jaar uiterlijk op 31 juli aan Onze Minister gegevens met betrekking tot het voor het volgende jaar verwachte aantal aangeboden vorderingen.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een zelfstandige bestuursorgaan dat ingevolge een besluit van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst op grond van artikel 21a van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen het volgende jaar gebruik zal maken van de rijksincassovoorziening.

3. Onze Minister stelt ieder jaar op uiterlijk 30 september voor het volgende jaar de gemiddelde vaste kosten per aangeboden vordering en de gemiddelde variabele kosten per aangeboden vordering vast op basis van het verwachte totale aantal aangeboden vorderingen in dat jaar.

Artikel 4

1. Onze Minister stelt ieder jaar uiterlijk op 30 september voor het volgende jaar voor elke aangesloten organisatie het deel van de bijdrage voor de vaste kosten vast op basis van het in dat jaar verwachte aantal aangeboden vorderingen van de betrokken aangesloten organisatie, vermenigvuldigd met de gemiddelde vaste kosten per aangeboden vordering, bedoeld in artikel 3, derde lid.

2. Onze Minister stelt ieder jaar op uiterlijk 30 september voor het volgende jaar voor elke aangesloten organisatie het deel van de bijdrage voor de variabele kosten voorlopig vast op basis van het in het desbetreffende jaar verwachte aantal aangeboden vorderingen van de betrokken aangesloten organisatie, vermenigvuldigd met de gemiddelde variabele kosten per aangeboden vordering, bedoeld in artikel 3, derde lid.

3. Onze Minister stelt elk jaar op uiterlijk 30 september voor elke aangesloten organisatie de bijdrage voorlopig vast op een bedrag dat de som is van het ingevolge het eerste lid vastgestelde deel ter zake van de vaste kosten en het ingevolge het tweede lid voorlopig vastgestelde deel ter zake van de variabele kosten.

4. Een aangesloten organisatie wordt een voorschot in rekening gebracht op basis van de voor die organisatie voorlopig vastgestelde bijdrage.

Artikel 5

1. Onze Minister stelt het deel van de bijdrage voor elke aangesloten organisatie ter zake van de variabele kosten na afloop van het jaar definitief vast op basis van het aantal in dat jaar werkelijk aangeboden vorderingen van de betrokken aangesloten organisatie, vermenigvuldigd met de gemiddelde variabele kosten per aangeboden vordering, bedoeld in artikel 3, derde lid.

2. Onze Minister stelt de bijdrage voor elke aangesloten organisatie na afloop van het jaar waarop deze betrekking heeft definitief vast op het bedrag dat de som is van het ingevolge artikel 4, eerste lid, vastgestelde deel ter zake van de vaste kosten en het ingevolge het eerste lid definitief vastgestelde deel ter zake van de variabele kosten.

Artikel 6

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de vaststelling en de betaling van het voorschot en de bijdrage.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bijdrage rijksincassovoorziening.