40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit boetes Wft | BWBR0020418 | AMvB | geldend | 2007-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020418 | Besluit boetes Wft |
Besluit boetes Wft
Artikel 1
1.
Onder eigen vermogen wordt in dit besluit verstaan:
a. a. indien het betreft rechtspersonen die op grond van artikel 360 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verplicht zijn een jaarrekening op te stellen: het eigen vermogen zoals dat blijkt uit die jaarrekening; b. b. indien het betreft andere administratieplichtigen, die op grond van artikel 52 Algemene wet inzake rijksbelastingen verplicht zijn een administratie te voeren en een jaarrekening opstellen: het eigen vermogen zoals dat uit deze jaarrekening blijkt; c. c. indien het betreft administratieplichtigen die geen jaarrekening opstellen: het eigen vermogen zoals dat blijkt uit de administratie die op grond van artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelasting wordt aangehouden;
2.
Onder balanstotaal wordt in dit besluit verstaan:
a. a. indien het betreft rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid onder a: het balanstotaal zoals dat blijkt uit die jaarrekening; b. b. indien het betreft administratieplichtigen als bedoeld in het eerste lid onder b: het balanstotaal zoals dat uit deze jaarrekening blijkt;
3. Indien het betreft een persoon die niet volgens de Nederlandse wet administratieplichtig is, stelt de toezichthouder op basis van andere documenten, met inachtneming van de in artikel 362 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde normen, het eigen vermogen onderscheidenlijk het balanstotaal vast.
Artikel 2
Voor de tariefnummers, behorend bij de in artikel 3, 4 en 5 genoemde overtredingen, zijn de boetebedragen als volgt vastgesteld:
Artikel 3
Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de Wet op het financieel toezicht of in een hierna genoemd artikel van een op die wet gebaseerde algemene maatregel van bestuur, is als volgt beboetbaar:
Artikel 4
1.
Overtreding van een voorschrift in het hierna te noemen artikel van de Algemene wet bestuursrecht is als volgt beboetbaar:
| Algemene wet bestuursrecht | Tariefnummer | |
|---|---|---|
| 5:20 | 3 |
2.
Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de Prospectusverordening is als volgt beboetbaar:
| Prospectusverordening | Tariefnummer | |
|---|---|---|
| 26, vijfde lid | 4 | |
| 30 | 4 | |
| 34 | 4 |
3.
Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de uitvoeringsverordening markten voor financiële instrumenten is als volgt beboetbaar:
| Uitvoeringsverordening markten voor financiële instrumenten | Tariefnummer |
|---|---|
| 7 | 3 |
| 8, eerste lid | 3 |
| 8, tweede lid | 3 |
| 17, eerste lid | 3 |
| 24 | 3 |
| 27, eerste lid | 3 |
| 29, eerste lid | 3 |
| 29, tweede lid | 3 |
| 29, derde lid | 3 |
| 29, vierde lid | 3 |
| 29, vijfde lid | 3 |
| 36 | 3 |
| 37 | 3 |
Artikel 5
Overtreding van een voorschrift gesteld in een hierna te noemen artikel uit de Nadere Regeling – gesteld krachtens de artikelen 31, 35, 54, 56, 58, 59, 66, 68, 69, 70, 71, 84, 110, 112, 118, 123, 124, 133, 134, 164, 165 en 167 van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen – is als volgt beboetbaar gesteld:
Artikel 6
1.
Indien een boete wordt opgelegd aan een persoon die behoort tot een van de hierna genoemde categorieën, is de hoogte van de boete mede afhankelijk van diens draagkracht:
a. a. financiële ondernemingen; b. b. vertegenwoordigers van een verzekeraar; c. c. houders van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, 3:96 of 5:32 van de Wet op het financieel toezicht; d. d. personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden verrichten ten behoeve van deze activiteiten; en e. e. personen en vennootschappen, niet behorende tot een in de onderdelen a tot en met d genoemde categorie, indien het een overtreding betreft van artikel:
1°.
5:70, 5:71 of 5:72 van de Wet op het financieel toezicht;
2°.
5:34, eerste of tweede lid, 5:34, eerste tot en met vierde lid, 5:36, 5:37, 5:38, eerste of tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste of tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:44, 5:48, derde tot en met achtste of tiende lid, 5:50 of 5:51 van de Wet op het financieel toezicht; of
3°.
5:26, eerste lid, 5:28, eerste of tweede lid, 5:30, eerste of derde lid, 5:31, 5:32, eerste of vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht.
1°. 1°.
5:70, 5:71 of 5:72 van de Wet op het financieel toezicht;
2°. 2°.
5:34, eerste of tweede lid, 5:34, eerste tot en met vierde lid, 5:36, 5:37, 5:38, eerste of tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste of tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:44, 5:48, derde tot en met achtste of tiende lid, 5:50 of 5:51 van de Wet op het financieel toezicht; of
3°. 3°.
5:26, eerste lid, 5:28, eerste of tweede lid, 5:30, eerste of derde lid, 5:31, 5:32, eerste of vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht.
2. De draagkracht komt in de hoogte van de boete tot uiting door het boetebedrag, zoals bepaald op grond van artikel 3, 4 en 5, te vermenigvuldigen met de op grond van artikel 7 toepasselijke draagkrachtfactor.
3. Indien de toezichthouder niet beschikt over de voor de bepaling van de draagkracht noodzakelijke gegevens, verzoekt hij degene aan wie de boete zal worden opgelegd deze gegevens binnen een door hem te stellen redelijke termijn te verstrekken.
4. Indien de betrokkene de in het derde lid bedoelde gegevens niet binnen de in dat lid bedoelde termijn verstrekt, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de draagkrachtfactor vijf van toepassing.
5. Indien een boete wordt opgelegd aan een persoon die behoort tot meerdere van de in het eerste artikel genoemde categorie dan is de categorie van toepassing die leidt tot de hoogste draagkrachtfactor.
Artikel 7
De in artikel 6, tweede lid, bedoelde draagkrachtfactoren zijn:
a. a. draagkrachtfactor één:
1°.
beleggingsondernemingen, beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders met een eigen vermogen van minder dan € 500.000;
2°.
kredietinstellingen en clearinginstellingen met een balanstotaal van minder dan € 50.000.000;
3°.
natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 5.000.000.;
4°.
levensverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 15.000.000;
5°.
financiëledienstverleners, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 4°, waarvan het aantal werknemers, gemeten naar voltijdsequivalent, dat zich rechtstreeks bezighoudt met financiële dienstverlening minder dan 15 bedraagt;
6°.
personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van deze activiteiten met een omzet van minder dan € 100.000;
7°.
personen en vennootschappen, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 6°, met een eigen vermogen van minder dan € 150.000.
1°. 1°. beleggingsondernemingen, beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders met een eigen vermogen van minder dan € 500.000; 2°. 2°. kredietinstellingen en clearinginstellingen met een balanstotaal van minder dan € 50.000.000; 3°. 3°. natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 5.000.000.; 4°. 4°. levensverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 15.000.000; 5°. 5°. financiëledienstverleners, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 4°, waarvan het aantal werknemers, gemeten naar voltijdsequivalent, dat zich rechtstreeks bezighoudt met financiële dienstverlening minder dan 15 bedraagt; 6°. 6°. personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van deze activiteiten met een omzet van minder dan € 100.000; 7°. 7°. personen en vennootschappen, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 6°, met een eigen vermogen van minder dan € 150.000. b. b. draagkrachtfactor twee:
1°.
beleggingsondernemingen, beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 500.000 maar minder dan € 5.000.000;
2°.
Kredietinstellingen en clearinginstellingen met een balanstotaal van ten minste € 50.000.000 maar minder dan € 500.000.000;
3°.
natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 5.000.000 maar minder dan € 25.000.000;
4°.
levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 15.000.000 maar minder dan € 75.000.000;
5°.
financiëledienstverleners, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 4°, waarvan het aantal werknemers, gemeten naar voltijdsequivalent, dat zich rechtstreeks bezighoudt met financiële dienstverlening ten minste 15 maar minder dan 25 bedraagt;
6°.
personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van deze activiteiten met een omzet van ten minste € 100.000, maar niet meer dan € 200.000;
7°.
personen en vennootschappen, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 6°, met een eigen vermogen van ten minste € 150.000 maar minder dan € 300.000.
1°. 1°. beleggingsondernemingen, beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 500.000 maar minder dan € 5.000.000; 2°. 2°. Kredietinstellingen en clearinginstellingen met een balanstotaal van ten minste € 50.000.000 maar minder dan € 500.000.000; 3°. 3°. natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 5.000.000 maar minder dan € 25.000.000; 4°. 4°. levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 15.000.000 maar minder dan € 75.000.000; 5°. 5°. financiëledienstverleners, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 4°, waarvan het aantal werknemers, gemeten naar voltijdsequivalent, dat zich rechtstreeks bezighoudt met financiële dienstverlening ten minste 15 maar minder dan 25 bedraagt; 6°. 6°. personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van deze activiteiten met een omzet van ten minste € 100.000, maar niet meer dan € 200.000; 7°. 7°. personen en vennootschappen, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 6°, met een eigen vermogen van ten minste € 150.000 maar minder dan € 300.000. c. c. draagkrachtfactor drie:
1°.
beleggingsondernemingen, beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 5.000.000 maar minder dan € 50.000.000;
2°.
Kredietinstellingen en clearinginstellingen met een balanstotaal van ten minste € 500.000.000 maar minder dan € 5.000.000.000;
3°.
natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 25.000.000 maar minder dan € 125.000.000;
4°.
levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 75.000.000 maar minder dan € 375.000.000;
5°.
financiëledienstverleners, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 4°, waarvan het aantal werknemers, gemeten naar voltijdsequivalent, dat zich rechtstreeks bezighoudt met financiële dienstverlening ten minste 25 maar minder dan 40 bedraagt;
6°.
personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van deze activiteiten met een omzet van ten minste € 200.000, maar niet meer dan € 300.000;
7°.
personen en vennootschappen, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 6°, met een eigen vermogen van ten minste € 300.000 maar minder dan € 500.000.
1°. 1°. beleggingsondernemingen, beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 5.000.000 maar minder dan € 50.000.000; 2°. 2°. Kredietinstellingen en clearinginstellingen met een balanstotaal van ten minste € 500.000.000 maar minder dan € 5.000.000.000; 3°. 3°. natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 25.000.000 maar minder dan € 125.000.000; 4°. 4°. levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 75.000.000 maar minder dan € 375.000.000; 5°. 5°. financiëledienstverleners, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 4°, waarvan het aantal werknemers, gemeten naar voltijdsequivalent, dat zich rechtstreeks bezighoudt met financiële dienstverlening ten minste 25 maar minder dan 40 bedraagt; 6°. 6°. personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van deze activiteiten met een omzet van ten minste € 200.000, maar niet meer dan € 300.000; 7°. 7°. personen en vennootschappen, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 6°, met een eigen vermogen van ten minste € 300.000 maar minder dan € 500.000. d. d. draagkrachtfactor vier:
1°.
beleggingsondernemingen, beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 50.000.000 maar minder dan € 500.000.000;
2°.
kredietinstellingen en clearinginstellingen met een balanstotaal van ten minste € 5.000.000.000 maar minder dan € 50.000.000.000;
3°.
natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 125.000.000 maar minder dan € 500.000.000;
4°.
levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 375.000.000 maar minder dan € 1.500.000.000;
5°.
financiëledienstverleners, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 4°, waarvan het aantal werknemers, gemeten naar voltijdsequivalent, dat zich rechtstreeks bezighoudt met financiële dienstverlening ten minste 40 maar minder dan 50 bedraagt;
6°.
personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van deze activiteiten met een omzet van ten minste € 300.000, maar niet meer dan € 400.000;
7°.
personen en vennootschappen, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 6°, met een eigen vermogen van ten minste € 500.000 maar minder dan € 5.000.000.
1°. 1°. beleggingsondernemingen, beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 50.000.000 maar minder dan € 500.000.000; 2°. 2°. kredietinstellingen en clearinginstellingen met een balanstotaal van ten minste € 5.000.000.000 maar minder dan € 50.000.000.000; 3°. 3°. natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 125.000.000 maar minder dan € 500.000.000; 4°. 4°. levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 375.000.000 maar minder dan € 1.500.000.000; 5°. 5°. financiëledienstverleners, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 4°, waarvan het aantal werknemers, gemeten naar voltijdsequivalent, dat zich rechtstreeks bezighoudt met financiële dienstverlening ten minste 40 maar minder dan 50 bedraagt; 6°. 6°. personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van deze activiteiten met een omzet van ten minste € 300.000, maar niet meer dan € 400.000; 7°. 7°. personen en vennootschappen, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 6°, met een eigen vermogen van ten minste € 500.000 maar minder dan € 5.000.000. e. e. draagkrachtfactor vijf:
1°.
beleggingsondernemingen, beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 500.000.000;
2°.
kredietinstellingen en clearinginstellingen met een balanstotaal van ten minste € 50.000.000.000;
3°.
natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 500.000.000;
4°.
levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 1.500.000.000;
5°.
financiëledienstverleners, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 4°, waarvan het aantal werknemers, gemeten naar voltijdsequivalent, dat zich rechtstreeks bezighoudt met financiële dienstverlening ten minste 50 bedraagt;
6°.
personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van deze activiteiten met een omzet van ten minste € 400.000;
7°.
personen en vennootschappen, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 6°, met een eigen vermogen van ten minste € 5.000.000.
1°. 1°. beleggingsondernemingen, beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders met een eigen vermogen van ten minste € 500.000.000; 2°. 2°. kredietinstellingen en clearinginstellingen met een balanstotaal van ten minste € 50.000.000.000; 3°. 3°. natura-uitvaartverzekeraars en schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 500.000.000; 4°. 4°. levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 1.500.000.000; 5°. 5°. financiëledienstverleners, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 4°, waarvan het aantal werknemers, gemeten naar voltijdsequivalent, dat zich rechtstreeks bezighoudt met financiële dienstverlening ten minste 50 bedraagt; 6°. 6°. personen die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben, danwel in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van deze activiteiten met een omzet van ten minste € 400.000; 7°. 7°. personen en vennootschappen, niet zijnde financiële ondernemingen als bedoeld onder 1° tot en met 6°, met een eigen vermogen van ten minste € 5.000.000.
Artikel 8
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit boetes Wft.