rijk/amvb/besluit-doorberekening-kosten-college-van-toezicht/BWBR0044995
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit doorberekening kosten College van Toezicht BWBR0044995 AMvB geldend 2021-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044995 Besluit doorberekening kosten College van Toezicht

Besluit doorberekening kosten College van Toezicht

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder de wet: de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

Artikel 2

Ter bepaling van de kosten die op grond van artikel 12, tweede lid, van de wet, in rekening worden gebracht aan de collectieve beheersorganisaties en onafhankelijke beheersorganisaties, wordt uitgegaan van de voor een bepaald jaar geraamde kosten van het College van Toezicht. De kosten worden in rekening gebracht aan de collectieve beheersorganisaties en onafhankelijke beheersorganisaties in het jaar waarvoor de kosten van het College van Toezicht zijn geraamd.

Artikel 3

1. De hoogte van de jaarlijkse bijdrage van een onafhankelijke beheersorganisatie bedraagt 0,5% van de op grond van artikel 2 in rekening te brengen kosten.

2. De op grond van artikel 2 in rekening te brengen kosten komen, onder aftrek van de bijdragen van de onafhankelijke beheersorganisaties als bedoeld in het eerste lid, voor rekening van de collectieve beheersorganisaties gezamenlijk, naar rato van het door hen geïnde bedrag aan vergoedingen.

3.

In aanvulling op het tweede lid wordt de hoogte van de jaarlijkse bijdrage van een collectieve beheersorganisatie bepaald door de volgende regels:

a. a. De jaarlijkse bijdrage van een collectieve beheersorganisatie bedraagt ten minste 0,5% en ten hoogste 33% van de op grond van artikel 2 in rekening te brengen kosten; b. b. Toepassing van het onder a bepaalde brengt mee dat de op grond van het tweede lid bepaalde bijdragen van de overige collectieve beheersorganisaties worden gecorrigeerd naar rato van het door hen geïnde bedrag aan vergoedingen.

Artikel 4

1. Voor het bepalen van de jaarlijkse bijdrage van een collectieve beheersorganisatie maakt Onze Minister gebruik van de bij Onze Minister laatst bekende gegevens met betrekking tot het geïnde bedrag aan vergoedingen van de desbetreffende collectieve beheersorganisatie zoals die door het College van Toezicht zijn verstrekt. Deze gegevens gaan niet verder terug dan twee jaar voor het jaar waarin de bijdrage van de collectieve beheersorganisatie wordt bepaald.

2. Indien Onze Minister niet beschikt over de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt de jaarlijkse bijdrage van de collectieve beheersorganisatie bepaald op 0,5% van de op grond van artikel 2 in rekening te brengen kosten.

Artikel 5

1. Indien Onze Minister de bijdrage die een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is verschuldigd, niet langer bij hem in rekening kan brengen als gevolg van een fusie van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, brengt Onze Minister de bijdrage in rekening bij de rechtspersoon die bij die fusie het vermogen van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie heeft verkregen.

2. Indien Onze Minister de bijdrage die een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is verschuldigd, niet langer bij hem in rekening kan brengen als gevolg van een zuivere splitsing van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, brengt Onze Minister de bijdrage in rekening bij de rechtspersonen die bij die zuivere splitsing het vermogen van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie hebben verkregen.

3. Indien een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie de werkzaamheden ten aanzien van de inning en verdeling van vergoedingen heeft beëindigd en een andere rechtspersoon de werkzaamheden van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie voortzet, anders dan na een fusie of zuivere splitsing, brengt Onze Minister de bijdrage in rekening bij de rechtspersoon die de werkzaamheden van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie voortzet.

4. Een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie die in de loop van een jaar zijn werkzaamheden ten aanzien van de inning en verdeling van vergoedingen heeft beëindigd, draagt vanaf het daarop volgende jaar niet bij aan de op grond van artikel 2 in rekening te brengen kosten.

5. Een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie die na 1 juli van een jaar onder toezicht van het College van Toezicht komt te staan draagt vanaf het daarop volgende jaar bij aan de op grond van artikel 2 in rekening te brengen kosten.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit doorberekening kosten College van Toezicht.