rijk/amvb/besluit-ex-artikel-110-van-boek-8-van-het-burgerlijk-wetboek/BWBR0005022
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit ex artikel 110 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BWBR0005022 AMvB geldend 2008-11-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005022 Besluit ex artikel 110 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

Besluit ex artikel 110 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

Artikel 1

1.

De schadevergoeding, die de vervoerder mogelijkerwijs is verschuldigd uit hoofde van artikel 105 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is beperkt tot een bedrag van:

a. a. € 1.000.000 per reiziger met een maximum van € 15.000.000 per gebeurtenis in geval van vervoer over de weg of over krachtens artikel 1, eerste lid, van de Locaalspoor- en Tramwegwet aangewezen locaalspoorwegen, of over krachtens artikel 2, eerste lid, van de Wet lokaal spoor aangewezen lokale spoorwegen als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet lokaal spoor. In geval van vervoersdiensten als bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, van Verordening (EU) Nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (Pb EU L 55), waarbij de schadevergoeding die de vervoerder uit hoofde van artikel 105 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is verschuldigd meer bedraagt dan € 15.000.000 per gebeurtenis en de schadevergoeding voor een reiziger meer bedraagt dan € 220.000, mag de vervoerder zijn aansprakelijkheid niet verder beperken dan tot € 220.000 per reiziger; b. b. 175.000 rekeneenheden per reiziger in geval van vervoer over krachtens artikel 2, eerste lid, van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorwegen of in geval van vervoer over krachtens artikel 2, eerste lid van de Wet lokaal spoor aangewezen lokale spoorwegen, als bedoeld in artikel 3, derde lid van de Wet lokaal spoor; c. c. 400.000 rekeneenheden per reiziger in geval van vervoer over zee of binnenwateren.

2. In het geval dat de schadeloosstelling wordt bepaald in de vorm van een rente, mag het gekapitaliseerde bedrag het bedrag waartoe de aansprakelijkheid is beperkt op grond van het eerste lid niet te boven gaan.

Artikel 2

1. De schadevergoeding die de vervoerder mogelijkerwijs verschuldigd is in geval van verlies of beschadiging van handbagage is in de gevallen bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a en c, beperkt tot een bedrag van € 1500 en in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, tot een bedrag van 1400 rekeneenheden. In geval van vervoersdiensten als bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, van Verordening (EU) Nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (Pb EU L 55) is de schadevergoeding die de vervoerder mogelijkerwijs verschuldigd is in geval van verlies of beschadiging van handbagage beperkt tot een bedrag van € 1500 per stuk.

2. De schadevergoeding die de vervoerder mogelijkerwijs verschuldigd is in geval van verlies of beschadiging van een als bagage ten vervoer aangenomen voertuig of schip en de zaken aan boord daarvan is in het geval bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, beperkt tot een bedrag van € 9100 per voertuig of schip.

Artikel 2a

De rekeneenheid, genoemd in dit besluit, is het bijzondere trekkingsrecht, zoals dat is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds. De bedragen die in dit besluit zijn uitgedrukt in rekeneenheden, worden omgerekend in euros naar de koers van de dag van betaling, danwel, in geval van een gerechtelijke procedure, naar de koers van de dag van de uitspraak. De waarde in euros, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, wordt berekend volgens de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de dag van omrekening wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties.

Artikel 3

Het besluit van 27 juli 1988, Stb. 364 wordt ingetrokken.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, waarop Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in werking treedt.