rijk/amvb/besluit-ex-artikel-xviii-wet-op-de-bezoldiging-van-de-rechterlijke-ambtenaren-wi/BWBR0007430
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit ex artikel XVIII Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren (wijziging bezoldigingsstructuur) BWBR0007430 AMvB geldend 1995-06-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007430 Besluit ex artikel XVIII Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren (wijziging bezoldigingsstructuur)

Besluit ex artikel XVIII Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren (wijziging bezoldigingsstructuur)

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. de Wet: de Wet van 4 februari 1994 (Stb. 81) tot wijziging van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten (wijziging bezoldigingsstructuur); b. b. VUT-uitkering: een uitkering op grond van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden.

Artikel 2

1. Een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel XVIII, eerste of tweede lid, van de Wet is gelijk aan het overeenkomstig het derde lid berekende verschil tussen, enerzijds, het hogere salarisbedrag, bedoeld in artikel XVIII, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Wet, en, anderzijds, het werkelijk genoten salaris.

2. Onder salaris wordt in het eerste lid verstaan: het salaris over de periode 1 mei 1991 tot 1 juni 1992 of, indien de datum van ontslag of overlijden eerder viel, tot die eerdere datum.

3. Het verschil wordt berekend tegen eindwaarde per 1 april 1994 op basis van een rekenrente van 7%.

Artikel 3

1.

Een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel XVIII, derde lid, van de Wet:

a. a. wordt, voor zover deze in verband met gederfde pensioenaanspraken wordt toegekend, berekend op gelijke wijze als een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 2, en b. b. is, voor zover deze in verband met een te laag vastgestelde VUT-uitkering wordt toegekend, gelijk aan de nominale waarde van het verschil tussen, enerzijds, de VUT-uitkering die op basis van het hogere salarisbedrag, bedoeld in artikel XVIII van de Wet zou gelden en, anderzijds, de werkelijk genoten VUT-uitkering.

2. Voor zover de eenmalige uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betrekking heeft op een op 1 april 1994 nog lopende VUT-uitkering, wordt voor "nominale waarde" gelezen: contante waarde per 1 april 1994 op basis van een rekenrente van 4%.

Artikel 4

Op de berekening van een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel XVIII, vierde lid, van de Wet zijn artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt verdisconteerd de afbouw in de aanspraak op het wachtgeld onderscheidenlijk in de Uitkeringsregeling 1966.

Artikel 5

Het bedrag van een overeenkomstig dit besluit berekende eenmalige uitkering wordt vermeerderd met een rente van 7% met ingang van 1 april 1994 tot en met de dag voorafgaande aan die der voldoening.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1994.