40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit gebruik eigen zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen | BWBR0009479 | AMvB | geldend | 1998-04-24 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009479 | Besluit gebruik eigen zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen |
Besluit gebruik eigen zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. a. graangewassen: zomer- en wintertarwe (Triticum aestivum L emend. Fiori et Paol.), zomer- en wintergerst (Hordeum vulgare L.), rogge (Secale cereale L.), haver (Avena sativa) en triticale (X Triticosecale Wittm.); b. b. teeltseizoen: de periode die loopt van 1 september van een kalenderjaar tot 1 september van het daarop volgende kalenderjaar.
Artikel 2
Het in de artikelen 40 en 41 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet bedoelde uitsluitend recht is niet van toepassing op het gebruik voor vermeerderingsdoeleinden binnen het eigen bedrijf van een teler van door die teler geoogst materiaal van een ras, behorende tot de graangewassen en het gewas aardappel.
Artikel 3
1. De houder van het kwekersrecht kan van een teler een redelijke vergoeding vorderen voor het in artikel 2 bedoelde gebruik.
2. Er is sprake van een redelijke vergoeding indien de vergoeding aanmerkelijk lager is dan het bedrag dat in rekening wordt gebracht voor het in licentie produceren van teeltmateriaal van het ras.
3. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het eerste lid niet van toepassing is op een teler die als een kleine landbouwer, als bedoeld in artikel 14, derde lid, derde liggende streepje, van verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van de Europese Unie van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PbEG L 227) dient te worden beschouwd.
Artikel 4
1.
Het in artikel 2 bedoelde gebruik is slechts toegestaan indien de teler binnen een door de houder van het kwekersrecht te stellen termijn op diens verzoek met betrekking tot het lopende teeltseizoen en het daaraan voorafgaande teeltseizoen inlichtingen en bewijsstukken verstrekt omtrent:
a. a. de vermeerdering van een ras van de houder van het kwekersrecht ten behoeve van het gebruik op zijn eigen bedrijf; b. b. de hoeveelheid vermeerderd teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras dat binnen zijn eigen bedrijf is ingezaaid of uitgepoot; c. c. de omvang van het areaal waarin het vermeerderde teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras is ingezaaid of uitgepoot; d. d. de naam van de leverancier die het teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras heeft geleverd en de desbetreffende hoeveelheid, en e. e. indien van toepassing, de hoeveelheid in licentie geproduceerd teeltmateriaal van het in onderdeel a bedoelde ras.
2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste vier weken.
Artikel 5
Bij uitoefening van de bevoegdheid krachtens artikel 3, eerste lid, verstrekt de houder van het kwekersrecht een teler op diens verzoek een recent uittreksel uit het Nederlands Rassenregister, alsmede informatie omtrent het in artikel 3, tweede lid, bedoelde bedrag.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen II, III en IV van de Uitvoeringswet UPOV 1991 in werking treden.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruik eigen zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen.