rijk/amvb/besluit-gelijke-behandeling-bij-pensioenen/BWBR0013405
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit gelijke behandeling bij pensioenen BWBR0013405 AMvB geldend 2004-03-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013405 Besluit gelijke behandeling bij pensioenen

Besluit gelijke behandeling bij pensioenen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. de wet: de Pensioen- en spaarfondsenwet; b. b. de ruilvoet: de verhouding tussen het in te ruilen pensioen en het daarvoor in te kopen pensioen; c. c. de opbouwkeuzevoet: de verhouding tussen het pensioen waarvan kan worden afgezien en het pensioen dat daarvoor in de plaats kan worden opgebouwd; d. d. de afkoopvoet: de verhouding tussen het af te kopen pensioen en de daarvoor in de plaats uit te keren afkoopsom; e. e. de gewezen deelnemer: de persoon die heeft deelgenomen aan de pensioenregeling, voorzover hij na beëindiging van de deelneming anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd een premievrije aanspraak op pensioen op grond van artikel 8, eerste lid, van de wet heeft verkregen en behouden jegens het uitvoeringsorgaan.

Artikel 2

1. Per geboden keuzemogelijkheid als bedoeld in artikel 2b of artikel 2c van de wet, wordt voor een bepaalde periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers dezelfde ruilvoet of opbouwkeuzevoet vastgesteld.

2. De ruilvoet en opbouwkeuzevoet worden zodanig vastgesteld dat sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid als bedoeld in de artikelen 2b, derde lid, en 2c, eerste lid, van de wet.

3. In afwijking van het eerste lid kan aan een gewezen deelnemer de ruilvoet worden toegekend, die geldt op de dag van beëindiging van de deelneming.

Artikel 3

1. De afkoopsom, bedoeld in artikel 32, zevende lid, van de wet wordt vastgesteld door middel van een afkoopvoet.

2. Er wordt voor een bepaalde periode voor alle deelnemers en gewezen deelnemers dezelfde afkoopvoet vastgesteld.

3. De afkoopvoet wordt zodanig vastgesteld dat er sprake is van collectieve actuariële gelijkwaardigheid.

Artikel 4

Indien door de werkgever niet uitdrukkelijk een bepaald soort pensioen is toegezegd wordt de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 12c, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen zodanig vastgesteld dat, ervan uitgaande dat slechts ouderdomspensioen is toegezegd, het in te kopen pensioen naar het inzicht op het tijdstip van vaststelling van die bijdrage voor mannen en vrouwen gelijk is.

Artikel 5

1. Het bedrag van de boete bedoeld in artikel 23c, vijfde lid, eerste volzin, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, wordt bepaald op de wijze voorzien in bijlage 1 bij dit besluit.

2. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan het bedrag van de boete lager stellen dan in bijlage 1 is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.

Artikel 6

De artikelen van dit besluit zijn uitsluitend van toepassing op aanspraken op pensioen die vanaf de datum van inwerkingtreding van het betreffende artikel worden opgebouwd.

Artikel 7

1. Artikel 2 en artikel 3 voor zover het niet betreft pensioen dat wordt berekend of mede wordt berekend op grond van een geldelijke bijdrage of voor zover het niet betreft voorzieningen als bedoeld in het derde lid, artikel 1 en artikel 5 treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

2. Artikel 2 en artikel 3 voor zover het betreft pensioen dat wordt berekend of mede wordt berekend op grond van een geldelijke bijdrage, en artikel 4 treden in werking met ingang van 1 januari 2005.

3. Artikel 2 en artikel 3 voor zover het betreft voorzieningen als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet waarbij een zodanig pensioen is toegezegd dat op individueel niveau wordt gestreefd naar een pensioen dat wordt bepaald op basis van het salaris en de diensttijd van de betrokkene en ter dekking waarvan een of meer kapitaalverzekeringen met pensioenclausule worden gesloten met dien verstande dat bij die voorziening zodanige voorbehouden gelden dat de betrokkene slechts aanspraak kan maken op het pensioen dat aan de hand van de op de uitkeringsdatum geldende tarieven aangekocht kan worden met het alsdan opgebouwde kapitaal, treden in werking met ingang van 1 januari 2005.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gelijke behandeling bij pensioenen.

Bijlage 1. , behorend bij

Artikel 1

1.

Het bedrag van de boete voor de overtreding van de voorschriften, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit waarbij deze bijlage is vastgesteld, gesteld bij de artikelen 2, eerste en tweede lid, en 3, tweede en derde lid, van dit besluit bedraagt € 21 781, vermenigvuldigd met de factor behorende bij de hierna genoemde categorie-indeling naar balanstotaal:

Categorie I: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal minder dan € 9 075 604: factor 1;

Categorie II: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van ten minste € 9 075 604 maar minder dan € 45 378 022: factor 2;

Categorie III: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van ten minste € 45 378 022 maar minder dan € 226 890 108: factor 3;

Categorie IV: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van ten minste € 226 890 108 maar minder dan € 453 780 216: factor 4;

Categorie V: pensioenfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van € 453 780 216 of meer: factor 5.

2. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer beschikbaar zijn gesteld, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer aan degene aan wie de boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.

Artikel 2

Het bedrag van de boete voor de overtreding van de voorschriften, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit waarbij deze bijlage is vastgesteld, gesteld bij artikel 4 van dit besluit bedraagt € 21 781.