rijk/amvb/besluit-gemeentelijke-schuldhulpverlening/BWBR0043850
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening BWBR0043850 AMvB geldend 2021-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043850 Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening

Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • boedel: goederen van de cliënt ten tijde van de uitspraak tot instelling van een afkoelingsperiode, alsmede goederen die hij tijdens de afkoelingsperiode verkrijgt;
  • plan van aanpak: plan van aanpak voor de schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
  • schuldhulpverlener: degene die namens het college de cliënt ondersteunt in het kader van de gemeentelijke schuldhulpverlening;
  • wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Paragraaf 2. Gegevensverstrekking vroegsignalering

Artikel 2

De verhuurder van een tot bewoning bestemde onroerende zaak verstrekt als er achterstand is in het betalen van de huur de contactgegevens van de huurder en de hoogte van de achterstand aan het college voor schuldhulpverlening, als hij:

a. a. inspanning heeft geleverd om in persoonlijk contact te treden met de huurder om deze te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen; b. b. de huurder gewezen heeft op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening; c. c. de huurder ten minste eenmaal een schriftelijke herinnering heeft gestuurd over de betalingsachterstand; en d. d. bij die schriftelijke herinnering heeft aangeboden om met schriftelijke toestemming van de huurder zijn contactgegevens aan het college te verstrekken en de huurder daarop niet afwijzend heeft gereageerd.

Artikel 3

Als signaal als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet wordt aangewezen de gegevens die worden verstrekt:

a. a. op grond van artikel 2; b. b. krachtens artikel 9, tweede lid, van de Drinkwaterwet; c. c. op grond van artikel 89, eerste juncto negende lid, van de Zorgverzekeringswet; d. d. krachtens artikel 2.26, derde lid, onderdeel a, van de Energiewet; of e. e. krachtens artikel 4, derde lid, van de Warmtewet.

Paragraaf 3. Breed moratorium

Artikel 4

1. Voor een cliënt kan de afkondiging van een afkoelingsperiode worden verzocht, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet.

2. Het verzoek voor een afkoelingsperiode wordt gedaan door het college bij de rechtbank van de woonplaats van de cliënt. Op het verloop van de procedure zijn de artikelen 278 tot en met 291 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

3.

Bij het verzoek worden in ieder geval overgelegd:

a. a. een door behoorlijke bescheiden gestaafde en actuele staat opgemaakt door de schuldhulpverlener, waaruit de omvang van de boedel en alle bekende schulden, de namen en woonplaatsen van de schuldeisers, alsmede de hoogte van hun vorderingen, blijken; b. b. een overzicht van de in het beslagregister van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, ingesteld op grond van de artikelen 57, tweede lid, en 80 van de Gerechtsdeurwaarderswet ingeschreven of anderszins bekende beslagen; c. c. een met redenen omklede verklaring van het college dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is in het kader van de schuldhulpverlening; d. d. een plan van aanpak alsmede een machtiging tot beheer of, in voorkomend geval, nadere afspraken met de bewindvoerder; en e. e. een formulier, waarvan het model is opgenomen in de bijlage bij dit besluit, waarin de cliënt verklaart mee te werken aan de schuldhulpverlening en dat hij zich zal houden aan de bijbehorende verplichtingen.

4. Indiening van het verzoek behoeft niet door een advocaat te geschieden.

Artikel 5

1.

Het verzoek voor een afkoelingsperiode wordt toegewezen als voldoende aannemelijk is:

a. a. dat de cliënt de uit de schuldhulpverlening voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen; en b. b. dat de afkoelingsperiode noodzakelijk is in het kader van de schuldhulpverlening en in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers.

2.

Het verzoek wordt afgewezen indien:

a. a. in de tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek, bedoeld in artikel 4, is ingediend, al eerder een afkoelingsperiode is afgekondigd; b. b. na indiening van het verzoek, bedoeld in artikel 4, blijkt dat de cliënt de rechtbank heeft verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet, uit te spreken.

3. Bij toewijzing van het verzoek stelt de rechter de duur van de afkoelingsperiode vast met inachtneming van artikel 4, eerste lid.

Artikel 6

Tot de verplichtingen die de cliënt gedurende de afkoelingsperiode na moet komen behoren in ieder geval de verplichtingen om:

a. a. op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de op hem van toepassing zijnde schuldhulpverlening; b. b. medewerking te verlenen aan de schuldhulpverlening; c. c. naar vermogen baten voor de boedel te verwerven; d. d. mee te werken aan het beheer van zijn boedel en schulden door de schuldhulpverlener; e. e. zijn betalingsverplichtingen na te komen uit verbintenissen tot het geregeld leveren van gas, water, elektriciteit en verwarming, tot verzekering van zorgkosten, opstal, wettelijke aansprakelijkheid en motorrijtuigen, alsmede tot betaling van huur of hypotheeklasten; en f. f. geen nieuwe schulden aan te gaan.

Artikel 7

Indien een verzoek tot faillietverklaring en een verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 4 gelijktijdig bij de rechtbank aanhangig zijn, wordt eerst laatstgenoemd verzoek behandeld.

Artikel 8

1.

Het college is gehouden de rechtbank te verzoeken om tussentijdse beëindiging van de afkoelingsperiode indien:

a. a. het verzoek voor een afkoelingsperiode blijkt te zijn gebaseerd op onjuiste informatie van de kant van de cliënt en geen verzoek zou zijn gedaan als het college had beschikt over de juiste gegevens; b. b. de machtiging aan de schuldhulpverlener tot beheer van de boedel van de cliënt is ingetrokken of handelingen zijn of worden verricht waardoor een of meerdere schuldeisers worden benadeeld; c. c. de cliënt wordt geacht weer aan al zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen; d. d. het met de afkoelingsperiode samenhangende schuldhulpverleningstraject is of wordt beëindigd; e. e. de cliënt in ernstige mate of herhaaldelijk tekortschiet in de nakoming van een van de in artikel 6, onderdelen a tot en met d dan wel f, genoemde verplichtingen; f. f. de cliënt de in artikel 6, onderdeel e, genoemde betalingsverplichtingen heeft geschonden, waardoor ten aanzien van ten minste één van die verplichtingen een betalingsachterstand is ontstaan van één maand of meer.

2. In overige gevallen kan het college de rechtbank verzoeken om tussentijdse beëindiging van de afkoelingsperiode.

3. De cliënt kan de rechtbank verzoeken om tussentijdse beëindiging van de afkoelingsperiode als hij aannemelijk maakt in staat te zijn aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.

4. De afkoelingsperiode eindigt van rechtswege met het overlijden van de cliënt.

Artikel 9

1. In het geval van een verzoek als bedoeld in de artikelen 4 en 8 wordt het college opgeroepen. De rechtbank kan de cliënt, schuldeisers en het Openbaar Ministerie oproepen om gehoord te worden.

2. De rechtbank beslist onverwijld op het verzoek. De afkoelingsperiode gaat in op de dag volgende op de dag van de uitspraak.

3. De griffier doet van de beschikking tot vaststelling of tussentijdse beëindiging van een afkoelingsperiode en het tijdstip daarvan, alsmede in het eerste geval het tijdstip waarop deze zal eindigen, onmiddellijk aankondiging in de Staatscourant. Het college informeert terstond de bekende schuldeisers, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel a.

Artikel 10

Gedurende de afkoelingsperiode kan de cliënt niet tot betaling van zijn schulden, ontstaan voor afkondiging van de afkoelingsperiode, worden genoodzaakt en worden alle tot verhaal van die schulden strekkende executies opgeschort.

Artikel 11

Een schuldeiser die een retentierecht heeft op een aan de cliënt toebehorende zaak verliest dit recht niet door aanvang van de afkoelingsperiode.

Paragraaf 4. Gegevensverstrekking schuldhulpverlening

Artikel 12

Om een plan van aanpak op te stellen verstrekt het college intern voor schuldhulpverlening op verzoek de volgende gegevens die zijn verwerkt over de inwoner bij de uitvoering van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet:

a. a. contactgegevens hulpverleners of klantmanagers; b. b. gegevens opgenomen in de basisregistratie personen; en c. c. gegevens over de inkomsten- en vermogenspositie.

Artikel 13

1. Colleges van andere gemeenten verstrekken op verzoek van een college voor het besluit tot verlenen van schuldhulp gegevens over eerder gebruik van schuldhulpverlening door de inwoner.

2.

Op verzoek van een college worden voor het besluit tot verlenen van schuldhulp gegevens over een onherroepelijke bestuurlijke boete die aan een inwoner is opgelegd in verband met financiële benadeling van een bestuursorgaan, verstrekt door:

a. a. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; b. b. de Sociale verzekeringsbank; c. c. de colleges van andere gemeenten; d. d. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in verband met de uitvoering van de Wet Studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; e. e. de Belastingdienst in verband met de uitoefening van de aan hem opgedragen taken, bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen; en f. f. de Dienst Toeslagen in verband met de uitvoering van de Algemene Wet inkomensafhankelijke regelingen.

3. Het college raadpleegt de in de basisregistratie personen opgenomen gegevens van de inwoner in verband met de verificatie van de identiteit en de gegevens over het verblijfsrecht om vast te stellen of hij in aanmerking komt voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de wet.

4. Een verzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt alleen gedaan als de gemeenteraad in zijn plan, bedoeld in artikel 2 van de wet, heeft opgenomen dat toepassing kan worden gegeven aan artikel 3, tweede en derde lid, van de wet.

Artikel 14

De hieronder genoemde bestuursorganen verstrekken op verzoek van het college de volgende gegevens om de inkomsten- en vermogenspositie van de inwoner te bepalen om een plan van aanpak vast te stellen:

a. a. de Belastingdienst: de gegevens over inkomen en vermogen die verkregen zijn bij de heffing van belastingen en de premies volksverzekeringen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; b. b. de Dienst Toeslagen: de gegevens over de toekenning van tegemoetkomingen en de daarop verleende voorschotten met toepassing van de Algemene Wet inkomensafhankelijke regelingen; c. c. de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers: de gegevens die worden verwerkt in de basisregistratie kadaster; d. d. de Dienst wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994: de gegevens die worden verwerkt in de basisregistratie voertuigen; e. e. de Kamer van Koophandel: de naam of de handelsnaam waaronder een inwoner handelt en de ondernemingen en rechtspersonen waarbij een inwoner blijkens het handelsregister betrokken is; f. f. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen: de gegevens over de kinder- en partneralimentatie; g. g. de Sociale verzekeringsbank: de hoogte van uitkeringen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet, de Algemene Nabestaandenwet, de Algemene Ouderdomswet, de Participatiewet en de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen; h. h. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: de inkomensgegevens uit de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 15

De hieronder vermelde bestuursorganen, personen en instanties verstrekken op verzoek van het college de volgende gegevens om inzicht te krijgen in de omvang van de openstaande vorderingen en betalingsverplichtingen op de inwoner om een plan van aanpak vast te stellen:

a. a. de Belastingdienst: de gegevens over belastingvorderingen; b. b. de Dienst Toeslagen: de gegevens over terugvordering van of aansprakelijkstelling voor onverschuldigd betaalde huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag of kindgebonden budget en verplichtingen tot het betalen van de opgelegde bestuurlijke boete; c. c. een stelsel van kredietregistratie als bedoeld in artikel 4:32 van de Wet op het financieel toezicht: de bij het stelsel beschikbare gegevens betreffende verleende kredieten; d. d. het CAK, genoemd in artikel 6.1.1 van de Wet langdurige zorg: de gegevens met betrekking tot de inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wet langdurige zorg, artikel 2.1.4b, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de gegevens met betrekking tot de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie, bedoeld in de artikelen 18d en 18e van de Zorgverzekeringswet; e. e. Onze Minister van Justitie en Veiligheid voor zover het inning- en incassowerkzaamheden betreft: de gegevens met betrekking tot de openstaande vorderingen en bestuurlijke boetes; f. f. de gerechtsdeurwaarders: de gegevens over openstaande vorderingen en beslagen; g. g. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: de gegevens over een schuld uit een lening als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; h. h. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank: de gegevens over de terugvordering van uitkeringen, toeslagen, tegemoetkomingen of bijstand en over verplichtingen tot het betalen van de door deze bestuursorganen opgelegde bestuurlijke boetes; i. i. het college van deze en andere gemeenten: de gegevens over de gemeentebelasting, de terugvordering van uitkeringen, tegemoetkomingen of bijstand en over verplichtingen tot het betalen van de door deze bestuursorganen opgelegde bestuurlijke boetes; j. j. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen: de gegevens met betrekking tot de inning van kinder- en partneralimentatie; k. k. andere bestuursorganen, personen en instanties dan genoemd in de onderdelen a tot en met h voor zover bij het college bekend: de gegevens over de openstaande vorderingen.

Artikel 16

1. Het college verifieert, gedurende de uitvoering van het plan van aanpak, minstens eenmaal per jaar de in de artikelen 14 en 15 van dit besluit genoemde gegevens van de cliënt om te zorgen dat de gegevens juist en actueel blijven.

2. Als bij een verificatie door het college wordt vastgesteld dat de gegevens van de cliënt niet meer juist of actueel zijn, en die ten gevolge hebben dat het plan van aanpak niet meer voldoet, wordt door het college het plan van aanpak gewijzigd.

Artikel 17

1. Het college verstrekt het gegeven dat de cliënt schuldhulpverlening ontvangt op grond van de wet aan de gerechtsdeurwaarders, verstrekkers van de signalen, genoemd in artikel 3, schuldeisers, bewindvoerders en kredietverstrekkers.

2. De gerechtsdeurwaarders en bewindvoerders ontvangen de gegevens ter uitoefening van hun wettelijke taak.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 18

De artikelen 1 tot en met 9 van het Besluit breed moratorium, zoals die artikelen luidden op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, blijven van toepassing op verzoeken en de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen gedaan tot en met die dag.

Artikel 19

Het Besluit breed moratorium wordt ingetrokken.

Artikel 20

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 21

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening.

Bijlage 1. behorend bij

[afbeelding]