rijk/amvb/besluit-houdende-verhoging-uitkeringen-niet-pensioengerechtigden-van-land-en-zee/BWBR0002248
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit houdende verhoging uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht met een algemene toeslag BWBR0002248 AMvB geldend 1957-08-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002248 Besluit houdende verhoging uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht met een algemene toeslag

Besluit houdende verhoging uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht met een algemene toeslag

Artikel 1

Dit besluit verstaat onder:

uitkering: het nominale bedrag, zoals dit is of wordt vastgesteld, van een uitkering verleend of te verlenen krachtens de Regeling uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht (Stb. 1948, I 543) met uitzondering van:

a. a. de toeslag en de extra-toeslag verleend krachtens Ons besluit van 24 maart 1951 (Stb. 87); b. b. de toeslag-1954 verleend krachtens Ons besluit van 16 september 1954 (Stb. 433); c. c. de aanpassingtoeslag verleend krachtens Ons besluit van 15 april 1955 (Stb. 184), en d. d. de nadere toeslag-1954 verleend krachtens Ons besluit van 27 oktober 1956 (Stb. 520);

Regeling: de Regeling uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht (Stb. 1948, I 543).

Artikel 2

1. Voor zover het recht op een uitkering op 1 januari 1957 niet is vervallen, worden de uitkeringen te rekenen van 1 januari 1957 of van het later tijdstip waarop zij zijn ingegaan of zullen ingaan, met inachtneming van de volgende bepalingen, ambtshalve verhoogd met een toeslag, verder te noemen algemene toeslag.

2. Op het tijdstip, met ingang waarvan een uitkering is verhoogd met een algemene toeslag, vervallen de toeslagen welke, krachtens de in artikel 1 genoemde besluiten, op een uitkering zijn verleend, met uitzondering van de extra-toeslag, bedoeld in artikel 5a van Ons besluit van 24 maart 1951 (Stb. 87).

Artikel 3

De algemene toeslag wordt uitgedrukt in een percentage van de uitkering.

Artikel 4

Het percentage, bedoeld in artikel 3, bedraagt voor:

a. a. uitkeringen, welke zijn of worden verleend aan gewezen vrijwillig dienende militairen, bedoeld in artikel 1 van de Regeling, voor zover die militairen de hieronder vermelde rang en stand of de daarmede gelijkgestelde rang en stand hebben bekleed:

            sergeant of hoger 
          
          
            : 102
          
        
        
          
            korporaal 
          
          
            : 109
          
        
        
          
            soldaat of matroos 
          
          
            : 93;

b. b. uitkeringen, welke zijn of worden verleend aan weduwen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling: 100.

Artikel 4a

Vervallen

Artikel 4b

Vervallen

Artikel 4c

Vervallen

Artikel 5

De algemene toeslag wordt naar boven afgerond tot volle guldens.

Artikel 6

De algemene toeslag wordt slechts genoten over tijdvakken, waarover de uitkering wordt genoten.

Artikel 7

De algemene toeslag wordt verleend door Onze Minister van Oorlog of van Marine, al naar gelang de betrokken militair, minder geëmployeerde, werkman of bediende heeft behoord tot of is werkzaam geweest bij een inrichting van de Koninklijke landmacht of van de zeemacht.

Artikel 8

Uitkering en algemene toeslag worden als een eenheid beschouwd. De bepalingen, vervat in het vijfde hoofdstuk der Pensioenwetten voor de land- en zeemacht 1922 , zijn in daartoe leidende gevallen van overeenkomstige toepassing op de algemene toeslag.

Artikel 9

De kosten van de algemene toeslag komen ten laste van het hoofdstuk VIII A of VIII B der rijksbegroting, al naar gelang de betrokken militair, minder geëmployeerde, werkman of bediende heeft behoord tot of is werkzaam geweest bij een inrichting van de Koninklijke landmacht of van de zeemacht.

Artikel 10

1. Onze besluiten, genoemd in artikel 1, vinden te rekenen van 1 januari 1957 geen toepassing meer op uitkeringen, waarop op of na die datum recht is of wordt verkregen.

2. Het bepaalde in het eerste lid lijdt uitzondering ten aanzien van de extra-toeslag, bedoeld in artikel 5a van Ons besluit van 24 maart 1951 (Stb. 87).