rijk/amvb/besluit-kabelgebonden-telecommunicatie-infrastructuur/BWBR0008156
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur BWBR0008156 AMvB geldend 1996-07-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008156 Besluit kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur

Besluit kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. de wet: de Wet op de telecommunicatievoorzieningen; b. b. de houder van de concessie: de rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet; c. c. een houder van een infrastructuurvergunning: een houder van een infrastructuurvergunning als bedoeld in artikel 2 van de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur.

Paragraaf 2. Opdrachten aan de houder van de concessie

Artikel 2

1.

Voorzieningen die de houder van de concessie op grond van artikel 4a van de wet ter beschikking stelt aan een houder van een infrastructuurvergunning, zijn in ieder geval:

a. a. lokaties waar koppelingen van de telecommunicatie-infrastructuur van een houder van een infrastructuurvergunning aan de telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de concessie naar het oordeel van een houder van een infrastructuurvergunning gewenst zijn en door de houder van de concessie gerealiseerd kunnen worden, en b. b. koppelvlakken tussen de telecommunicatie-infrastructuur van een houder van een infrastructuurvergunning en de telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de concessie die voldoen aan de door een houder van een infrastructuurvergunning gevraagde capaciteit, kwaliteit en eigenschappen.

2.

De houder van de concessie stelt de in het eerste lid bedoelde voorzieningen aan een houder van een infrastructuurvergunning ter beschikking binnen vier weken nadat deze een verzoek daartoe aan de houder van de concessie heeft gedaan indien de gevraagde voorzieningen in vooraanleg reeds aanwezig zijn. In geval de gevraagde voorzieningen niet in vooraanleg aanwezig zijn dient de houder van de concessie binnen vier weken aan een houder van een infrastructuurvergunning een bindende offerte te leveren waarin in ieder geval is opgenomen:

a. a. een beschrijving van de te leveren voorzieningen, waarbij is uitgegaan van de door een houder van een infrastructuurvergunning gevraagde voorzieningen, en b. b. de prijs waarvoor en de termijn waarbinnen de gevraagde voorzieningen door de houder van de concessie geleverd zullen worden.

Paragraaf 3. Opdrachten aan een houder van een infrastructuurvergunning

Artikel 3

1. Een houder van een infrastructuurvergunning is verplicht binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn na het afgeven van de infrastructuurvergunning een ieder in het gebied waarop de infrastructuurvergunning betrekking heeft, tegen vergoeding het gebruik van vaste verbindingen ter beschikking te stellen.

2. In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kan voor wat betreft de termijnen waarbinnen het gebruik van vaste verbindingen ter beschikking wordt gesteld, onderscheid gemaakt worden tussen verschillende houders van een infrastructuurvergunning.

Artikel 4

Na afloop van de in artikel 3 bedoelde termijnen is met betrekking tot het door een houder van een infrastructuurvergunning ter beschikking stellen van voorzieningen ten behoeve van koppelingen aan de telecommunicatie-infrastructuur van de houder van de concessie, onderscheidenlijk aan de kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur van een andere houder van een infrastructuurvergunning, artikel 2 van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 4. Verplichtingen voor een houder van een infrastructuurvergunning

Artikel 5

1. De houder van een infrastructuurvergunning draagt er zorg voor dat bij de bedrijfsvoering met betrekking tot de kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur het telefoon- en telegraafgeheim, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Grondwet, wordt nageleefd.

2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de overige verplichtingen van een houder van een infrastructuurvergunning.

3. De krachtens het tweede lid gestelde regels zien mede op de vermindering van de ongelijkwaardigheid in de mededingingspositie, welke het gevolg is van de eerdere aanleg en exploitatie van kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur door de houder van de concessie.

Paragraaf 5

Artikel 6

Vervallen

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 7

Wijzigt het Besluit draadomroep- en kabelinrichtingen.

Artikel 8

Wijzigt het Besluit limitering aansprakelijkheid telecommunicatie.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 juli 1996.

Artikel 10

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur.