rijk/amvb/besluit-loonkostensubsidie-en-minimumbedragen-studietoeslag-participatiewet-2021/BWBR0044894
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021 BWBR0044894 AMvB geldend 2022-03-23 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044894 Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021

Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    *hoofdtaak:* een taak, of meerdere taken of handelingen met in de werkzaamheden onderlinge samenhang, waaraan de werknemer ten minste 1/16 deel van de werktijd per week en 30 minuten van de werktijd per werkdag besteedt;

    *kwaliteit:* het gemiddelde aantal geproduceerde eenheden of diensten over een relevante periode dat bruikbaar is en voldoet aan de gestelde kwaliteit;

    *loonwaardedeskundige:* de door het college voor het bepalen van de loonwaarde aangewezen natuurlijke persoon;

    *netto werktijd:* de tijd die de werknemer besteedt aan het verrichten van handelingen behorend tot een hoofdtaak;

    *normfunctie:* de functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort die wat betreft samenstelling van de werkzaamheden het dichtst tegen de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden van de potentiële werknemer aan ligt;

    *tempo:* het gemiddelde aantal geproduceerde eenheden of diensten over een relevante periode;

    *werknemer:* persoon als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet met wie de werkgever voornemens is een dienstbetrekking als bedoeld in die leden aan te gaan, of met wie de werkgever een dienstbetrekking als bedoeld in die leden is aangegaan.

Paragraaf 2. Mogelijkheden tot arbeidsparticipatie

Artikel 2

1.

Een persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie indien die persoon:

a. a. een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; b. b. over basale werknemersvaardigheden beschikt; c. c. aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; en d. d. ten minste vier uur per dag belastbaar is of ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.

2. Onder minimumloon per uur wordt in dit artikel verstaan: het bedrag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

3. Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.

4. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het eerste lid nadere regels worden gesteld.

Paragraaf 3. Bepalingen met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde

Artikel 3

1. Het college stelt de loonwaarde vast op basis van de feitelijke werkzaamheden op de werkplek van de werknemer bij de werkgever met inachtneming van het bij of krachtens deze paragraaf gestelde op grond van het rapport, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, en met inbreng van de werknemer en de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan dan wel een dienstbetrekking is aangegaan met de werknemer.

2. De loonwaarde bedraagt de som van de arbeidsprestaties per hoofdtaak, bedoeld in artikel 5, rekenkundig afgerond op hele procenten.

3.

De loonwaardedeskundige:

a. a. bepaalt de normfunctie overeenkomstig artikel 4; b. b. stelt de arbeidsprestaties per hoofdtaak vast overeenkomstig artikel 5; c. c. berekent de loonwaarde; en d. d. legt de bevindingen, nadat de werknemer en de werkgever die een dienstbetrekking is aangegaan met de werknemer of dat voornemens is in staat zijn gesteld hun zienswijze kenbaar te maken, vast in een rapport dat voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen regels.

4. Het college draagt er zorg voor dat de loonwaardedeskundige aan de krachtens artikel 6 gestelde kwaliteitseisen voldoet en in voldoende mate onafhankelijk functioneert.

Artikel 4

1.

De loonwaardedeskundige bepaalt een normfunctie die wat betreft de werktijd die aan hoofdtaken wordt besteed voor ten minste 60% overeenkomt met de feitelijke hoofdtaken van de werknemer en gaat daarbij uit van functies die:

a. a. bij de werkgever beschikbaar zijn of, indien dat niet mogelijk is; b. b. beschreven zijn in de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst of functies die beschikbaar zijn in de betreffende sector of, indien dat niet mogelijk is; c. c. beschikbaar zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt.

2.

Indien er geen functie is die voldoet aan het eerste lid, bepaalt de loonwaardedeskundige de normfunctie op grond van een samenstelling van hoofdtaken die overeenkomt met de hoofdtaken van de werknemer en gaat daarbij uit van hoofdtaken die:

a. a. bij de werkgever uitgevoerd worden, of, indien dat niet mogelijk is; b. b. behoren tot functies die beschreven zijn in de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst of in de betreffende sector of, indien dat niet mogelijk is; c. c. behoren tot functies die beschikbaar zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt.

3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot dit artikel.

Artikel 5

1. De loonwaardedeskundige stelt voor maximaal vijf hoofdtaken, die tezamen 100% van de werktijd van de werknemer omvatten, de arbeidsprestatie vast.

2.

De arbeidsprestatie per hoofdtaak bedraagt: AP=TKN*BT, waarbij:

AP staat voor de arbeidsprestatie per hoofdtaak,

T staat voor de prestatie in de hoofdtaak in tempo van de werknemer uitgedrukt in een percentage van de bij de normfunctie behorende prestatie in de hoofdtaak,

K staat voor de prestatie in de taak in kwaliteit van de werknemer uitgedrukt in een percentage van de bij de normfunctie behorende prestatie in de hoofdtaak,

N staat voor de netto werktijd in de hoofdtaak van de werknemer uitgedrukt in een percentage van de bij de normfunctie behorende prestatie in de hoofdtaak, en

BT staat voor de bijdrage in werktijd van de hoofdtaak aan de tijd die de werknemer in totaal aan hoofdtaken besteedt.

3. Factoren die van invloed zijn op meer dan een van de prestaties T, K of N komen in slechts een van de prestaties tot uitdrukking.

Artikel 6

De loonwaardedeskundige voldoet wat betreft kennis over de relevante wet- en regelgeving met betrekking tot het bepalen van de loonwaarde, andere voor de bepaling van de loonwaarde relevante kennis, passende opleiding, vaardigheden en ervaring aan bij ministeriële regeling te stellen eisen.

Paragraaf 4. Uitbetaling van de loonkostensubsidie

Artikel 7

Het college betaalt de loonkostensubsidie voor het deel van de arbeidsduur dat in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd uiterlijk uit op de laatste werkdag voorafgaand aan de eenentwintigste dag van de maand waarin de arbeid is verricht.

Paragraaf 4a. Bedragen studietoeslag

Artikel 7a

Het bedrag, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet bedraagt per maand minimaal voor:

a. a. 21-jarigen en ouder: € 385,14; b. b. 20-jarigen: € 308,12; c. c. 19-jarigen: € 231,09; d. d. 18-jarigen: € 192,57; e. e. 17-jarigen: € 152,14; f. f. 16-jarigen: € 132,88; g. g. 15-jarigen: € 115,55.

Artikel 7b

Het bedrag, bedoeld in artikel 36b, vijfde lid, van de Participatiewet bedraagt per maand € 231,09.

Artikel 7c

1. Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Participatiewet wijzigt, worden de bedragen, genoemd in de artikelen 7a en 7b, gewijzigd met het percentage van die wijziging.

2. De gewijzigde bedragen en de dag waarop de wijzigingen ingaan, worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 8

1. Ten aanzien van de werknemer waarvoor of door wie een aanvraag voor het verlenen van loonkostensubsidie is ingediend voor de dag van inwerkingtreding van dit besluit blijven tot het moment waarop de loonwaarde opnieuw wordt vastgesteld, bedoeld in artikel 10d, zesde lid, van de Participatiewet, het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet en artikel 2.3, tweede lid, onderdeel i, van het Besluit SUWI zoals die luidden op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit, van toepassing.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de loonkostensubsidie ambtshalve wordt verleend en de voorbereiding van het besluit tot verlenen van loonkostensubsidie is aangevangen voor de dag van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 9

1. Het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet wordt ingetrokken.

2. Wijzigt het Besluit SUWI.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2021, met uitzondering van artikel 7, dat op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking treedt.