40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit LPG-tankstations milieubeheer | BWBR0004327 | AMvB | geldend | 1993-03-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0004327 | Besluit LPG-tankstations milieubeheer |
Besluit LPG-tankstations milieubeheer
Artikel 1
1.
In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. a. LPG: een produkt, hoofdzakelijk bestaande uit propaan en propeen, met geringe hoeveelheden ethaan, butanen en butenen (handelspropaan), dan wel hoofdzakelijk bestaande uit butaan, buteen en isobutaan (handelsbutaan) alsmede mengsels van de genoemde produkten, voor zover de dampspanning bij 343 K (70°C) ten hoogste 3100 kPa (31 bar) bedraagt; b. b. LPG-tankstation: een inrichting, behorende tot een categorie die is aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, die dient tot het afleveren van LPG aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, voor zover:
1°.
de doorzet van LPG meer bedraagt dan 50 m^3 per jaar;
2°.
de bewaring van LPG niet meer bedraagt dan 80 m^3;
1°. 1°. de doorzet van LPG meer bedraagt dan 50 m^3 per jaar; 2°. 2°. de bewaring van LPG niet meer bedraagt dan 80 m^3; c. c. bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een omgevingvergunning krachtens artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het LPG-tankstation te verlenen; d. d. objecten categorie I:
1°.
sporthallen en zwembaden;
2°.
winkels, voor zover zij niet onder categorie II vallen;
3°.
hotels, restaurants en kantoorgebouwen, voor zover zij niet onder categorie II vallen;
4°.
bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder categorie II vallen, alsmede incidentele dienst- of bedrijfswoningen die op industrieterreinen voorkomen, met een gemiddelde dichtheid aan dienst- of bedrijfswoningen van ten hoogste één per hectare;
5°.
speeltuinen, sportvelden, openluchtzwembaden en andere recreatieterreinen, voor zover deze recreatieterreinen niet onder categorie II vallen;
1°. 1°. sporthallen en zwembaden; 2°. 2°. winkels, voor zover zij niet onder categorie II vallen; 3°. 3°. hotels, restaurants en kantoorgebouwen, voor zover zij niet onder categorie II vallen; 4°. 4°. bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder categorie II vallen, alsmede incidentele dienst- of bedrijfswoningen die op industrieterreinen voorkomen, met een gemiddelde dichtheid aan dienst- of bedrijfswoningen van ten hoogste één per hectare; 5°. 5°. speeltuinen, sportvelden, openluchtzwembaden en andere recreatieterreinen, voor zover deze recreatieterreinen niet onder categorie II vallen; e. e. objecten categorie II:
1°.
bejaardenoorden, verpleeginrichtingen, ziekenhuizen en sanatoria, zwakzinnigeninrichtingen en psychiatrische ziekenhuizen, gezinsvervangende tehuizen;
2°.
scholen;
3°.
complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk vloeroppervlak meer dan 1000 m² bedraagt, en winkels met een totaal vloeroppervlak van meer dan 2000 m² per object;
4°.
hotels, restaurants en kantoorgebouwen, bestemd voor meer dan 50 personen per object;
5°.
telefooncentrales, gebouwen met vluchtleidingsapparatuur, elektriciteitscentrales, hoofdschakelstations van de hoofdspoorweginfrastructuur, bedoeld in de Spoorwegwet, en andere kwetsbare objecten met een hoge infrastructurele waarde;
6°.
installaties en bovengrondse opslagtanks voor brandbare, explosieve of giftige stoffen alsmede plaatsen ten behoeve van de bewaring van gasflessen waarvan de gezamenlijke inhoud meer dan 2500 liter (waterinhoud) bedraagt;
7°.
campings, bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen, volkstuincomplexen, waarop meer dan 25 tuinhuisjes, mede bestemd voor het verblijf van personen, aanwezig zijn en andere recreatieterreinen, bestemd voor het verblijf gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar van meer dan 50 personen;
1°. 1°. bejaardenoorden, verpleeginrichtingen, ziekenhuizen en sanatoria, zwakzinnigeninrichtingen en psychiatrische ziekenhuizen, gezinsvervangende tehuizen; 2°. 2°. scholen; 3°. 3°. complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk vloeroppervlak meer dan 1000 m² bedraagt, en winkels met een totaal vloeroppervlak van meer dan 2000 m² per object; 4°. 4°. hotels, restaurants en kantoorgebouwen, bestemd voor meer dan 50 personen per object; 5°. 5°. telefooncentrales, gebouwen met vluchtleidingsapparatuur, elektriciteitscentrales, hoofdschakelstations van de hoofdspoorweginfrastructuur, bedoeld in de Spoorwegwet, en andere kwetsbare objecten met een hoge infrastructurele waarde; 6°. 6°. installaties en bovengrondse opslagtanks voor brandbare, explosieve of giftige stoffen alsmede plaatsen ten behoeve van de bewaring van gasflessen waarvan de gezamenlijke inhoud meer dan 2500 liter (waterinhoud) bedraagt; 7°. 7°. campings, bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen, volkstuincomplexen, waarop meer dan 25 tuinhuisjes, mede bestemd voor het verblijf van personen, aanwezig zijn en andere recreatieterreinen, bestemd voor het verblijf gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar van meer dan 50 personen; f. f. woning: de verblijfsruimten van een gebouw of deel van een gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe is bestemd; g. g. circulaire: circulaire "Sanering bestaande LPG-stations", uitgegeven door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, april 1985.
2.
Dit besluit is niet van toepassing op een LPG-tankstation:
a. a. waarbij de afstand van het reservoir, gerekend vanaf de aansluitpunten van de leidingen alsmede het bovengrondse deel van de leidingen en de pomp bij het reservoir, of het vulpunt tot een woning van derden of een object categorie II, minder bedraagt dan 15 m; b. b. waarbij de afstand van het vulpunt tot een woning van derden of een object categorie II meer dan 15 m en minder dan 20 m bedraagt en waarbij door het treffen van een voorziening als bedoeld in voorschrift 4.6.5 van de bij dit besluit behorende bijlage I niet voldaan kan worden aan het in dat voorschrift, onder c, genoemde afstandscriterium; c. c. waarbij de afstand van het reservoir, gerekend vanaf de aansluitpunten van de leidingen alsmede het bovengrondse deel van de leidingen en de pomp bij het reservoir, of het vulpunt tot een woning van derden of een object categorie II meer dan 15 m en minder dan 20 m bedraagt en waarbij niet voldaan kan worden aan de afstanden tot objecten binnen de inrichting, die volgens de voorschriften onder 4 van de bij dit besluit behorende bijlage I aangehouden dienen te worden; d. d. dat zodanig is ingericht dat het vulpunt van het reservoir niet bereikbaar is voor een tankwagen, waarvan de inhoud ten minste 20 m^3 bedraagt.
Artikel 2
Degene die een LPG-tankstation drijft, dient, behalve aan de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden, te voldoen aan de voorschriften die zijn opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage I, alsmede aan de krachtens deze voorschriften door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen. De voorschriften, opgenomen in bijlage I, zijn niet van toepassing op drukapparatuur, samenstellen en druksystemen waarop het Warenwetbesluit drukapparatuur van toepassing is, voorzover de voorschriften betrekking hebben op het ontwerp, de vervaardiging, de overeenstemmingsbeoordeling, de keuring voor ingebruikneming en de herkeuring bedoeld in dat besluit.
Artikel 3
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
2.
Met betrekking tot een LPG-tankstation, opgericht vóór 1 januari 1985, wordt artikel 2 van toepassing, afhankelijk van de datum van de laatste keuring van de LPG-installatie door de Dienst voor het Stoomwezen, overeenkomstig de onderstaande tabel.
| Datum laatste keuring, gerekend vóór 1 januari 1985 | Datum van toepassing worden |
|---|---|
| vóór 1-5-1982 | datum waarop dit besluit overeenkomstig het eerste lid in werking treedt |
| 1-5-1982 tot en met 31-5-1983 | 31 december 1988 |
| 1-6-1983 tot en met 31-12-1984 | 31 december 1989 |
3. In een geval als bedoeld in het tweede lid, geeft degene die een LPG-tankstation drijft, ten minste vier weken voor het in dat lid bedoelde tijdstip het bevoegd gezag, het districtshoofd en het districtshoofd van de Dienst voor het Stoomwezen ervan kennis dat hij het LPG-tankstation in werking heeft.
4. Bij een kennisgeving als bedoeld in het derde lid worden de gegevens verstrekt, die in de bij dit besluit behorende bijlage II zijn aangegeven. De kennisgeving wordt gedaan op een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Onze Minister kan daarbij nadere regels stellen met betrekking tot de in bijlage II bedoelde gegevens.
5. Een kennisgeving is niet vereist, indien voor het LPG-tankstation een kennisgeving als bedoeld in artikel 1a van het Hinderbesluit (Stb. 1980, 445) is gedaan, met gebruikmaking van het meldingsformulier vermeld in bijlage 2 van de circulaire.
Artikel 4
Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit LPG-tankstations milieubeheer.
Bijlage I. Behorende bij het besluit LPG-tankstations milieubeheer
Bijlage II. Behorende bij het besluit LPG-tankstations Hinderwet Kennisgeving als bedoeld in
Bij een kennisgeving als bedoeld in artikel 3, derde lid, moeten de volgende gegevens worden verstrekt: