rijk/amvb/besluit-melding-voorvallen-van-verontreiniging-door-schepen/BWBR0004472
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit melding voorvallen van verontreiniging door schepen BWBR0004472 AMvB geldend 1989-02-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004472 Besluit melding voorvallen van verontreiniging door schepen

Besluit melding voorvallen van verontreiniging door schepen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a. olie: minerale olie in elke vorm, daaronder begrepen ruwe olie, stookolie, oliedrab, olieafval en geraffineerde produkten, andere dan die petrochemische produkten welke zijn begrepen onder de bepalingen van het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Stb. 1988, 112); b. b. schadelijke vloeistof: een vloeistof als bedoeld in artikel 1, onder f, van het Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen; c. c. schadelijke stof in verpakte vorm: elke stof welke als schadelijk is aangemerkt in, en verpakt op omhullende wijze als aangegeven in het Handboek Gevaarlijke Stoffen, bedoeld in artikel 130e van het Schepenbesluit 1965 (Stb. 367).

Artikel 2

De kapitein is verplicht een voorval waarbij het schip is betrokken onverwijld te melden, wanneer dit voorval met zich meebrengt:

a. a. dat olie of schadelijke vloeistoffen boven de toegestane lozingshoeveelheden in zee worden geloosd of dreigen te worden geloosd, ongeacht de reden daarvan, daaronder begrepen lozingen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het schip zeker te stellen of mensenlevens op zee te redden; b. b. dat schadelijke stoffen in verpakte vorm in zee worden geloosd of dreigen te worden geloosd; c. c. dat er ten gevolge van de bedrijfsvoering aan boord van het schip olie of schadelijke vloeistoffen in zee worden geloosd, die de toegestane lozingshoeveelheden van die stoffen, dan wel de lozingssnelheden geldend voor die stoffen, te boven gaan; of d. d. dat er schade, een storing of een defect ontstaat aan een schip met een lengte van vijftien meter of meer en waarbij:

      1°.
      de veiligheid van het schip in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een aanvaring, het aan de grond lopen, brand, een explosie, schade aan de constructie, het binnendringen van water en het schuiven van lading; of 
    
    
      2°.
      de veiligheid van de navigatie in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een storing van of defect aan het roer, de voortstuwingsmachines, de generatoren en de essentiële navigatiehulpsystemen aan boord.

1°. 1°. de veiligheid van het schip in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een aanvaring, het aan de grond lopen, brand, een explosie, schade aan de constructie, het binnendringen van water en het schuiven van lading; of 2°. 2°. de veiligheid van de navigatie in gevaar wordt gebracht als gevolg van onder meer een storing van of defect aan het roer, de voortstuwingsmachines, de generatoren en de essentiële navigatiehulpsystemen aan boord.

Artikel 3

De melding, bedoeld in artikel 2, dient zo uitgebreid mogelijk te zijn en dient, met inachtneming van door Onze Minister vast te stellen regels in ieder geval te bevatten:

a. a. de namen en de roepnamen van de betrokken schepen; b. b. tijd, soort en plaats van het voorval; c. c. soort en hoeveelheid van de olie, van de schadelijke vloeistof dan wel van de schadelijke stof in verpakte vorm, die in zee is geloosd of dreigt te worden geloosd; en d. d. de genomen maatregelen met betrekking tot assistentie en berging.

Artikel 4

De kapitein dient:

    1. de melding, bedoeld in artikel 2, waar nodig aan te vullen en informatie te verschaffen over de verdere ontwikkelingen met inachtneming van door Onze Minister vast te stellen regels; en
    1. zo goed mogelijk te voldoen aan verzoeken van de betrokken kuststaten om aanvullende informatie.

Artikel 5

Een melding dient met de hoogst mogelijke prioriteit te worden gedaan aan de dichtstbijzijnde kuststaat op een door Onze Minister vast te stellen wijze.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 7

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit melding voorvallen van verontreiniging door schepen.