rijk/amvb/besluit-milieuverslaglegging/BWBR0010010
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit milieuverslaglegging BWBR0010010 AMvB geldend 2008-01-18 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010010 Besluit milieuverslaglegging

Besluit milieuverslaglegging

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

wet: Wet milieubeheer;

vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de wet of vergunning als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;

bestuursorgaan: bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning te verlenen;

overheidsverslag: milieuverslag als bedoeld in artikel 12.4 van de wet;

Onze Ministers: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

bijlage I en II: de bij dit besluit behorende bijlage I, onderscheidenlijk bijlage II.

Artikel 2

Als categorieën van gevallen waarin inrichtingen ernstige nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, als bedoeld in artikel 12.1, tweede lid, van de wet, worden aangewezen de in bijlage I genoemde categorieën.

Artikel 3

1. In het overheidsverslag worden, voorzover voor de betrokken inrichting relevant, de onderwerpen behandeld en gegevens vermeld, die zijn aangegeven in bijlage II.

2.

Kwantitatieve gegevens worden vermeld als jaarvrachten voor de gehele inrichting. In afwijking van het bepaalde in de eerste volzin kan bij regeling van Onze Ministers voor daarbij aangegeven kwantitatieve gegevens worden bepaald dat deze tevens op een andere daarbij aangegeven wijze worden vermeld, indien dit naar hun oordeel is vereist met het oog op:

a. a. de vaststelling van het door bestuursorganen te voeren milieubeleid en de controle op de voortgang van de uitvoering van dat beleid, of b. b. de uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

3. Kwantitatieve gegevens worden voorzien van een toelichting, indien dit voor een goed begrip van die gegevens noodzakelijk is.

4. Kwantitatieve gegevens komen op zorgvuldige en verifieerbare wijze met behulp van een bij de inrichting gedocumenteerd meet- en registratiesysteem tot stand.

5.

Bij regeling van Onze Ministers kunnen modellen worden vastgesteld voor het opstellen van overheidsverslagen. Indien de eerste volzin toepassing vindt, wordt voor ieder model in ieder geval aangegeven:

a. a. voor welke categorie van de in bijlage I aangewezen gevallen het betrokken model geldt, en b. b. welke gegevens bij welk onderwerp tenminste in het verslag worden vermeld.

6. Bij de regeling, bedoeld in het vijfde lid, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid.

7.

Een bestuursorgaan kan bij het aanbrengen van beperkingen of het verbinden van voorschriften aan een vergunning bepalen dat daarbij aangegeven andere gegevens dan vermeld in bijlage II, onder 1 tot en met 13, in het overheidsverslag worden vermeld, dan wel dat de overeenkomstig het tweede tot en met het zesde lid te verstrekken kwantitatieve gegevens daarin op een andere daarbij aangegeven wijze worden vermeld. Van deze bevoegdheid wordt uitsluitend gebruik gemaakt in gevallen waarin dat redelijkerwijs nodig is met het oog op:

a. a. het bepalen van de mate waarin de betrokken inrichting of een onderdeel daarvan in het bijzonder nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, of b. b. vervulling van de taak, bedoeld in artikel 18.2 van de wet, onderscheidenlijk artikel 29 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

8. Een bestuursorgaan kan bij het aanbrengen van beperkingen of het verbinden van voorschriften aan een vergunning nadere eisen stellen met betrekking tot de behandeling in het overheidsverslag van het in bijlage II, onder 14, genoemde onderwerp, en het bepaalde in het vierde lid.

Artikel 3a

Indien degene die de betrokken inrichting drijft, ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR rapportageplichtig is, worden in afwijking van artikel 3, eerste lid, en punt 2 van bijlage II, met betrekking tot het verslagjaar in het overheidsverslag:

a. a. niet de onderwerpen 1 tot en met 6 uit de in bijlage II opgenomen tabel behandeld voor zover over die onderwerpen reeds ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR wordt gerapporteerd; b. b. geen gegevens vermeld voor zover die gegevens reeds ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR worden verstrekt.

Artikel 3b

Indien met toepassing van artikel 3, zevende lid, bij het verbinden van voorschriften aan een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de wet of artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is bepaald dat daarbij aangegeven andere gegevens dan vermeld in bijlage II, onder 1 tot en met 13, in het overheidsverslag worden vermeld, blijven die voorschriften met betrekking tot het verslagjaar buiten toepassing voor zover die gegevens reeds ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR worden verstrekt.

Artikel 4

1.

Een bestuursorgaan kan aan een vergunning voorschriften verbinden tot het overleggen van andere rapportages dan het overheidsverslag, uitsluitend indien dat redelijkerwijs nodig is om gegevens te verkrijgen die niet met de daartoe nodige frequentie in het overheidsverslag kunnen worden opgenomen, met het oog op:

a. a. het bepalen van de mate waarin de betrokken inrichting of een onderdeel daarvan in het bijzonder nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, of b. b. de vervulling van de taak, bedoeld in artikel 18.2 van de wet, onderscheidenlijk artikel 29 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

2. Indien voorschriften aan een vergunning worden verbonden als bedoeld in het eerste lid, wordt in de motivering van het besluit aangegeven waarom aan artikel 3, zevende lid, geen toepassing wordt gegeven.

Artikel 4a

Indien met toepassing van artikel 4, eerste lid, aan een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de wet of artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren een voorschrift is verbonden als in dat lid bedoeld, blijft dat voorschrift met betrekking tot het betrokken verslagjaar buiten toepassing voor zover de betrokken gegevens reeds ingevolge artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening PRTR worden verstrekt.

Artikel 5

1. Het bestuursorgaan brengt de vergunning voor een inrichting die behoort tot een in bijlage I aangewezen categorie van gevallen, voor 1 januari 2004 in overeenstemming met artikel 4, eerste lid.

2. Tot het tijdstip waarop de betrokken vergunning met artikel 4, eerste lid, in overeenstemming is gebracht, doch uiterlijk tot 1 januari 2004, zijn dat artikellid en artikel 3, eerste lid, in samenhang met bijlage II, onderwerp 14, niet van toepassing.

Artikel 5a

Een wijziging van de richtlijn, genoemd in bijlage I, onderdeel 22, gaat voor de toepassing van dat onderdeel gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel 6

Wijzigt het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A.

Artikel 7

Wijzigt het Besluit emissie-eisen titaandioxide-inrichtingen.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1999, met uitzondering van:

a. a.

    artikel 6 dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2000 en

b. b.

    artikel 7 dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit milieuverslaglegging.

Bijlage I. behorende bij

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  1. Inrichtingen die behoren tot de categorieën van inrichtingen die zijn genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder:

2.6, onder b;

5.3, onder b;

6.2, onder a of b;

7.4;

8.2, onder a of b;

9.3, onder g of h;

11.3, onder c, onder 1°, 4° of 6°, of d;

12.2, onder a;

16.3, onder b;

24.2;

28.4, onder e.

  1. Pomp- en distributiestations ten behoeve van aardolie- of aardgaswinning die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 1.3, onder a.

  2. Electriciteitscentrales voor zover het betreft inrichtingen waarin brandstoffen worden verstookt in één of meerdere installaties, met in totaal een thermisch vermogen van 300 Mw of meer.

  3. Luchtvaartterreinen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Luchtvaartwet, die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 1.3, onder c.

  4. Inrichtingen voor het vervaardigen van:

met een verwerkings- of productiecapaciteit van 100 000 ton of meer.

  1. Inrichtingen voor het vervaardigen van:

met een verwerkings- of productiecapaciteit van 20 000 ton per jaar of meer.

  1. Inrichtingen bestemd voor het bewerken of verwerken van chemische producten, met inbegrip van elastomeren, peroxiden, alkenen en stikstofverbindingen met een productiecapaciteit van 50 000 ton per jaar of meer.

  2. Bierbrouwerijen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 1.3, onder a of b, of onder 27.3.

  3. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 9.3, onder a, met een waterverdampingscapaciteit van 250 000 ton per jaar of meer.

  4. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 9.3, onder i, met een productiecapaciteit van 25 ton per uur of meer.

  5. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 11.3, onder b, met een capaciteit van 100 000 ton per jaar of meer.

  6. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 11.3, onder e, met een smeltcapaciteit van 150 000 ton per jaar of meer.

  7. Inrichtingen voor de secundaire vervaardiging van non-ferrometalen of legeringen daarvan met productiecapaciteit van 100 000 ton per jaar of meer.

  8. Inrichtingen die behoren tot de categorieën van inrichtingen die zijn genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 12.2, onder b, c, e, f of g met een productieoppervlak van 250 000 m^2 of meer.

  9. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 12.2, onder d, met een productieoppervlak van 250 000 m^2 of meer.

  10. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 12.2, onder h:

  11. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 12.2, onder i, met een productiecapaciteit van 100 000 ton per jaar of meer.

  12. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 13.3, onder a, met een jaarproductie voor het vervaardigen of assembleren van 10 000 of meer automobielen of motoren voor automobielen.

  13. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 13.3, onder b, voor zover het betreft scheepswerven met een doklengte van 200 meter of meer, waar straal- of conserveringswerkzaamheden in de open lucht plaatsvinden.

  14. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 16.1, onder a, en die tevens behoren tot categorie 1.3, onder b.

  15. Inrichtingen die behoren tot de categorie van inrichtingen die is genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, onder 27.3 voor zover het betreft inrichtingen met een capaciteit van 250 000 inwonerequivalenten of meer.

22. Inrichtingen waarin zich een verbrandingsinstallatie bevindt als bedoeld in artikel 12, tweede lid, eerste volzin, van richtlijn nr. 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332).

Bijlage II. behorende bij

  1. In het overheidsverslag worden ten minste de volgende gegevens vermeld:

  2. Bij de behandeling van de onderwerpen 1 tot en met 14 worden de daarbij behorende gegevens opgenomen, zoals aangegeven in onderstaande tabel.

  3. Bij de behandeling van de onderwerpen 1 tot en met 7 worden telkens mede gegevens opgenomen over:

  4. Bij de behandeling van de onderwerpen 8 tot en met 11 worden telkens medegegevens opgenomen over de in het eerstvolgende verslagjaar te treffen maatregelen en aan te brengen voorzieningen gericht op reductie van de betreffende milieubelasting.