rijk/amvb/besluit-nederlands-bureau-brandweerexamens/BWBR0006484
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit Nederlands bureau brandweerexamens BWBR0006484 AMvB geldend 1994-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006484 Besluit Nederlands bureau brandweerexamens

Besluit Nederlands bureau brandweerexamens

Paragraaf 1. Begripsomschrijving

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *bureau:* het Nederlands bureau brandweerexamens, bedoeld in artikel 72 van de Wet veiligheidsregios;

b. b.

    *bestuur:* het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens,.

Paragraaf 2. Samenstelling van het bestuur

Artikel 2

1. Het bestuur bestaat uit een voorzitter, vijf leden afkomstig uit de kring van organisaties die mede de belangen van het te examineren personeel van de gemeentelijke brandweren, de regionale brandweren en de bedrijfsbrandweren behartigen alsmede een lid als deskundige op het terrein van toetsontwikkeling en examinering.

2. Het hoofd van het bureau is tevens secretaris van het bestuur.

Artikel 3

1. De leden van het bestuur worden, behoudens tussentijds ontslag, benoemd voor de tijd van vier jaren.

2. De leden van het bestuur kunnen ten hoogste eenmaal worden herbenoemd.

Paragraaf 3. Inrichting en werkwijze van het bureau, taak en openbaarheid van de vergaderingen van het bestuur

Artikel 4

1. Het bestuur stelt bij reglement de inrichting en de werkwijze van het bureau vast.

2. De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar, behoudens in de gevallen waarin openbaarheid onevenredige benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden oplevert.

Artikel 5

De voorzitter van het bestuur of een ander door het bestuur aan te wijzen lid vertegenwoordigt het bureau in en buiten rechte.

Artikel 6

Het bestuur geeft bij het verstrekken van de gegevens, bedoeld in artikel 74, vierde lid, van de Wet veiligheidsregios, indien nodig, aan welke gegevens een vertrouwelijk karakter dragen. Dit vertrouwelijk karakter kan voortvloeien uit de aard van de gegevens of uit het feit dat natuurlijke personen of rechtspersonen deze aan het bureau hebben verstrekt onder de voorwaarde dat zij als vertrouwelijk worden behandeld.

Artikel 7

Het bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli een verslag op met betrekking tot het in het afgelopen jaar gevoerde en het in het komende jaar te voeren beleid dat ter kennisneming aan Onze Minister wordt toegezonden, alsmede een planning van de af te nemen examens over het komende seizoen dat loopt van 1 september tot en met 31 augustus.

Paragraaf 4. Controle op het financieel beheer

Artikel 8

1. Het bestuur dient jaarlijks vóór 1 juli bij Onze Minister een begroting in van de inkomsten en uitgaven voor het daarop volgende kalenderjaar en een meerjarenraming van de inkomsten en uitgaven van de daarop volgende vier jaren en zendt het jaarverslag van het voorafgaande kalenderjaar en de toelichting daarop aan Onze Minister.

2.

In de begroting, bedoeld in het eerste lid,:

a. a. wordt een overzicht gegeven van de personele kosten, de apparaatsuitgaven, de bestuurskosten, de examenkosten, de voorlichtingskosten, de examengelden, de bijdrage uit 's Rijks kas en de overige inkomsten; b. b. wordt het te voeren financiële beleid, zoveel mogelijk gekwantificeerd aan de hand van prestaties en geplande activiteiten, toegelicht; c. c. worden de ramingcijfers van het begrotingsjaar en het lopende kalenderjaar alsmede de werkelijke cijfers van het voorafgaande kalenderjaar opgenomen.

3.

Het jaarverslag, bedoeld in het eerste lid,:

a. a. bevat een verantwoording van het gevoerde beleid, zulks in het bijzonder in relatie tot hetgeen bij de begroting als te voeren beleid is gepresenteerd; b. b. is voorzien van een controlerapport en een verklaring die zijn afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

4. De verantwoording, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, vermeldt de prestaties die het gevolg zijn van de activiteiten en legt een relatie met de gedane uitgaven en ontvangsten.

5. Het bestuur verstrekt desgevraagd aan de Accountantsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken alle gegevens die deze dienst noodzakelijk acht voor de uitoefening van zijn taak.

6. De ambtenaren van de dienst, bedoeld in het vijfde lid, kunnen tevens op eigen initiatief informatie inwinnen bij de accountant die met de controle is belast.

Artikel 9

Onze Minister beslist vóór 1 oktober over de goedkeuring van de begroting van de inkomsten en uitgaven voor het daarop volgende kalenderjaar, de meerjarenraming van de inkomsten en uitgaven en het jaarverslag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het voorafgaande kalenderjaar.

Paragraaf 5. Nationale ombudsman en openbaarheid van bestuur

Artikel 10

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

1. Het bestuur zendt jaarlijks vóór 1 juli van het jaar, volgend op het kalenderjaar waarvoor de voorlopige bijdrage, bedoeld in de artikelen 11 en 13, tweede lid, is vastgesteld, het jaarverslag en de toelichting daarop aan Onze Minister.

2. Artikel 8, derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3. Onze Minister stelt aan de hand van de gegevens in het jaarverslag vóór 1 oktober volgend op het kalenderjaar waarvoor de voorlopige bijdrage, bedoeld in de artikelen 11 en 13, tweede lid, is vastgesteld, de bijdrage definitief vast.

Artikel 15

De archiefbescheiden van de Staat die in beheer zijn bij het Bureau Brandweerexamens, gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit over naar het bureau.

Artikel 15a

Dit besluit berust op artikel 75, derde lid, van de Wet veiligheidsregios.

Artikel 16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop artikel I van de wet in werking treedt.

Artikel 17

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Nederlands bureau brandweerexamens.