40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit ontheffing verplichtingen sociale zekerheidswetten | BWBR0020483 | AMvB | geldend | 2015-06-18 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020483 | Besluit ontheffing verplichtingen sociale zekerheidswetten |
Besluit ontheffing verplichtingen sociale zekerheidswetten
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
IOW: Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
IOW-uitkering: een uitkering op grond van de IOW;
mantelzorg: noodzakelijke zorg voor een zieke of gehandicapte;
uitkeringsgerechtigde: de verzekerde, bedoeld in de Wet WIA, die zijn resterende verdiencapaciteit als bedoeld in paragraaf 7.2 van die wet niet volledig benut of de werknemer, bedoeld in hoofdstuk 1, paragraaf 2, van de WW, die recht heeft op een WGA-uitkering respectievelijk een WW-uitkering, of de jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning, bedoeld in artikel 2:15 en 2:17 van de Wajong, de verzekerde die ziekengeld ontvangt of de persoon die recht heeft op een IOW-uitkering;
Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
Wazo: Wet arbeid en zorg;
Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
WGA-uitkering: een werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA;
WW: Werkloosheidswet;
WW-uitkering: een uitkering op grond van de WW;
Ziekengeld: ziekengeld op grond van de ZW;
ZW: Ziektewet.
Artikel 1a
Dit besluit berust op de artikelen 24, negende lid, en 26, vierde lid, van de WW, 32, derde lid, van de Wet WIA, 16, tweede lid, van de IOW, 2:32, vijfde lid, en 2:33, eerste lid, van de Wajong en 30aa, derde lid, van de ZW.
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
1.
Het UWV kan aan een uitkeringsgerechtigde op diens aanvraag voor een periode van maximaal zes maanden ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet WIA, artikel 2:32, tweede lid, onderdeel c, van de Wajong, artikel 30, eerste lid, onderdelen a en b, van de ZW, artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 2°, van de WW, of in artikel 15, onderdelen b, c en e, van de IOW, indien:
a. a. de uitkeringsgerechtigde mantelzorg verricht; en b. b. die mantelzorg zodanig intensief is, dat in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd te voldoen aan die verplichtingen.
2. Het UWV kan al dan niet op aanvraag van de uitkeringsgerechtigde na afloop van de periode waarover op grond van het eerste lid ontheffing is verleend, de ontheffing telkens verlengen met een periode van een maand, indien nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, en het niet verlengen van die ontheffing gezien de individuele omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 4
1. Het UWV kan aan een uitkeringsgerechtigde al dan niet op diens aanvraag voor een periode van maximaal zes maanden ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA, de artikelen 2:31, eerste lid, en artikel 2:32, tweede lid, onderdelen c en d, van de Wajong, artikel 30, eerste lid, van de ZW, de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW of in de artikelen 12, tweede lid, onderdeel c, 14, tweede lid, onderdeel b, en 15, onderdelen a tot en met e, van de IOW, indien van die uitkeringsgerechtigde tijdelijk redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij aan die verplichtingen voldoet in verband met een plotselinge, ernstige crisissituatie in de privé-sfeer.
2. Het UWV kan al dan niet op aanvraag van de uitkeringsgerechtigde na afloop van de periode waarover op grond van het eerste lid ontheffing is verleend, de ontheffing aansluitend verlengen tot maximaal zes maanden, indien nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4a
1.
Het UWV kan aan een uitkeringsgerechtigde, die partner is als bedoeld in artikel 3:1a, tweede lid, van de Wazo, op diens aanvraag ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, van de Wet WIA, 2:31, eerste lid, en artikel 2:32, tweede lid, onderdelen c en d, van de Wajong, 30, eerste lid, van de ZW, 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW, 12, tweede lid, onderdeel c, 14, tweede lid, onderdeel b, of 15, onderdelen a tot en met e, van de IOW, indien:
a. a. de moeder van het kind overlijdt:
1°.
tijdens het bevallingsverlof indien zij een werknemer is als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, van de Wazo;
2°.
tijdens de bevallingsuitkering indien zij gelijkgestelde als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van de Wazo of zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst is als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet; of
3°.
binnen tien weken na de dag van de geboorte van het kind indien de moeder geen recht had op bevallingsverlof of een bevallingsuitkering als bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wazo; en
1°. 1°. tijdens het bevallingsverlof indien zij een werknemer is als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, van de Wazo; 2°. 2°. tijdens de bevallingsuitkering indien zij gelijkgestelde als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van de Wazo of zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst is als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet; of 3°. 3°. binnen tien weken na de dag van de geboorte van het kind indien de moeder geen recht had op bevallingsverlof of een bevallingsuitkering als bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wazo; en b. b. er een akte van geboorte van haar kind is opgemaakt.
2.
Deze ontheffing eindigt op de dag dat:
a. a. het bevallingsverlof van de moeder, die werknemer is als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, van de Wazo, zou zijn geëindigd; b. b. de bevallingsuitkering van de moeder, die gelijkgestelde als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, van de Wazo of zelfstandige of beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst is als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet, zou zijn geëindigd; of c. c. tien weken na de dag van de geboorte van het kind zijn verstreken, indien de moeder geen recht had op bevallingsverlof of een bevallingsuitkering als bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk 3 van de Wazo.
3. Indien artikel 3:1, vijfde lid, of artikel 3:18, tweede lid, van de Wazo van toepassing, is eindigt de ontheffing, in afwijking van het tweede lid, na afloop van de overeenkomstig die artikelen geldende verlenging.
Artikel 5
Een ontheffing als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 4a kan eenmalig worden verleend per toestand of gebeurtenis.
Artikel 6
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in de artikelen 2 tot en met 4 gestelde voorwaarden en de wijze waarop aangetoond kan worden dat aan die voorwaarden is voldaan.
Artikel 6a
Indien door het UWV aan de uitkeringsgerechtigde, voor de inwerkingtreding van artikel IV van het besluit van 18 juni 2015, houdende wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur in verband met de Wet werk en zekerheid, het invoeren van een ontheffing in verband met de zorg voor een pasgeboren kind bij overlijden van de moeder, een wijziging van het Remigratiebesluit in verband met de berekenwijze van de jaarlijkse indexatie van de remigratie-uitkeringen, het vrijlaten van de afkoopsom klein pensioen voor verschillende uitkeringen in het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten alsmede enkele technische wijzigingen in enkele besluiten (Stb. 242), een ontheffing is verleend op grond van de artikelen 2, 3 of 4, blijven de artikelen 2, 3 en 4 zoals deze luidden voor die inwerkingtreding van toepassing voor de uitkeringsgerechtigde gedurende de resterende duur van die ontheffing.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ontheffing verplichtingen sociale zekerheidswetten.