40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit opleidingseisen verpleegkundige | BWBR0007443 | AMvB | geldend | 1995-12-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007443 | Besluit opleidingseisen verpleegkundige |
Besluit opleidingseisen verpleegkundige
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. wet: de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg; b. b. opleidingsinstelling: een rechtspersoon die een organisatorisch verband in stand houdt dat een opleiding tot verpleegkundige verzorgt; c. c. gezondheidszorginstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen.
Paragraaf 2. Opleiding verpleegkundige
Artikel 2
Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van verpleegkundigen te worden ingeschreven, wordt vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg het examen ter afsluiting van een opleiding tot verpleegkundige heeft afgelegd, uitgereikt door een instelling als bedoeld in hoofdstuk I van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, dan wel van een getuigschrift, uitgereikt door een krachtens artikel 6 aangewezen opleidingsinstelling.
Artikel 3
De opleiding tot verpleegkundige bestaat uit ten minste 4600 uren, die als volgt zijn verdeeld:
a. a. ten minste 1535 uren theoretisch onderwijs; b. b. ten minste 2300 uren praktisch onderwijs.
Artikel 4
1. Het theoretische onderwijs omvat ten minste de onderdelen verpleegkunde, geneeskunde, gedragswetenschappen en ondersteunende vakken.
2.
Het onderdeel verpleegkunde omvat ten minste:
a. a. gezondheidsleer; b. b. algemene beginselen van de verpleegkunde; c. c. beginselen van de verpleegkunde met betrekking tot patiënten die in een gezondheidszorginstelling zijn opgenomen in verband met een onderzoek, een behandeling of een chirurgische ingreep; d. d. beginselen van de verpleegkunde met betrekking tot specifieke categorieën van patiënten zoals:
1°.
zwangeren, kraamvrouwen en pasgeborenen;
2°.
patiënten met een psychiatrische ziekte;
3°.
patiënten met beperkte mogelijkheden tot zelfzorg, in somatisch of psychosociaal opzicht;
4°.
jeugdige patiënten;
5°.
geriatrische patiënten;
6°.
chronisch somatisch zieken;
7°.
lichamelijk gehandicapten;
8°.
verstandelijk gehandicapten;
9°.
patiënten in de thuissituatie.
1°. 1°. zwangeren, kraamvrouwen en pasgeborenen; 2°. 2°. patiënten met een psychiatrische ziekte; 3°. 3°. patiënten met beperkte mogelijkheden tot zelfzorg, in somatisch of psychosociaal opzicht; 4°. 4°. jeugdige patiënten; 5°. 5°. geriatrische patiënten; 6°. 6°. chronisch somatisch zieken; 7°. 7°. lichamelijk gehandicapten; 8°. 8°. verstandelijk gehandicapten; 9°. 9°. patiënten in de thuissituatie.
3.
Het onderdeel geneeskunde omvat algemene beginselen van:
a. a. anatomie en fysiologie; b. b. pathologie; c. c. bacteriologie, virologie en parasitologie; d. d. biofysica, biochemie en radiologie; e. e. voedingsleer; f. f. preventieve gezondheidszorg alsmede gezondheidsvoorlichting en -opvoeding; g. g. farmacologie; h. h. psychiatrie.
4.
Het onderdeel gedragswetenschappen omvat algemene beginselen van:
a. a. sociologie; b. b. psychologie.
5.
Het onderdeel ondersteunende vakken omvat ten minste:
a. a. methoden van bewaking en bevordering van de kwaliteit van de uitoefening van het beroep van verpleegkundige; b. b. methoden van verslaglegging en informatie-overdracht; c. c. methoden van vastlegging van patiëntengegevens en inrichting van patiëntendossiers; d. d. beroepsethiek; e. e. medisch tuchtrecht en andere gebieden van het gezondheidsrecht; f. f. organisatie van de gezondheidszorg; g. g. methoden van werkbegeleiding; h. h. samenwerking met andere beroepsbeoefenaren.
Artikel 5
Het praktische onderwijs omvat het in gezondheidszorginstellingen opdoen van praktische ervaring op de in artikel 4, tweede lid, onder c en d, bedoelde onderdelen van de opleiding onder leiding van docenten verpleegkunde.
Paragraaf 3. Aanwijzing opleidingsinstellingen
Artikel 6
Onze Minister kan op hun daartoe strekkend verzoek opleidingsinstellingen, niet zijnde instellingen als bedoeld in hoofdstuk I van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, aanwijzen die een opleiding tot verpleegkundige verzorgen die naar zijn oordeel voldoet aan de artikelen 3, 4 en 5.
Artikel 7
Voor aanwijzing komen in aanmerking opleidingsinstellingen waarvan in redelijkheid verwacht mag worden dat zij:
a. a. met betrekking tot de opleiding en het examen de artikelen 3, 4, 5 en 8 onderscheidenlijk 9 zullen naleven; b. b. slechts personen tot de opleiding toelaten die een algemene schoolopleiding van 10 jaar, afgesloten met een getuigschrift, dan wel een getuigschrift van een specifieke beroepsopleiding kunnen overleggen; c. c. zorg dragen voor een evenwichtige coördinatie tussen het theoretische en het praktische gedeelte van de opleiding gedurende het gehele studieprogramma; d. d. zorg dragen voor het op systematische wijze bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van de opleiding.
Artikel 8
1. De opleidingsinstelling stelt jaarlijks een opleidingsplan vast waarin de in de artikelen 3, 4 en 5 omschreven onderdelen van de opleiding nader zijn uitgewerkt.
2. Belanghebbenden kunnen het opleidingsplan, desgevraagd, inzien.
Artikel 9
1. Voor het afnemen van het examen wordt door de opleidingsinstelling een examencommissie ingesteld.
2.
De instelling stelt een examenreglement vast dat in elk geval bepalingen bevat ter zake van:
a. a. de onderdelen van het examen en de wijze waarop deze worden afgenomen en beoordeeld; b. b. een procedure bij verschil van mening in de examencommissie over de toe te kennen beoordeling; c. c. een procedure van beroep tegen besluiten van de examencommissie; d. d. een regeling met betrekking tot het herexamen.
3. De opleidingsinstelling draagt er zorg voor dat de aspirantverpleegkundige tijdig kennis kan nemen van het in het tweede lid bedoelde examenreglement.
Artikel 10
Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien de opleidingsinstelling naar zijn oordeel niet meer aan de in artikel 7 bedoelde voorwaarden voldoet.
Artikel 11
Van een aanwijzing of een intrekking van een aanwijzing wordt kennis gegeven in de Staatscourant.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit opleidingseisen verpleegkundige.