40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici WW en ZW | BWBR0007683 | AMvB | geldend | 1996-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007683 | Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici WW en ZW |
Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici WW en ZW
Artikel 1
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*academicus:* de persoon die met goed gevolg een doctoraal examen of een afsluitend examen van een masteropleiding aan een instelling van wetenschappelijk onderwijs heeft afgelegd;
b. b.
*schoolverlater:* de persoon die de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of beroepsopleiding op grond waarvan aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 dan wel op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet, zolang een periode van drie jaar niet is verstreken, te rekenen vanaf:
1°.
de eerste dag van de maand waarin geen aanspraak meer bestaat op bedoelde studiefinanciering; onderscheidenlijk
2°.
de eerste dag van de maand volgend op die waarin het onderwijs of de beroepsopleiding daadwerkelijk is beëindigd.
1°. 1°. de eerste dag van de maand waarin geen aanspraak meer bestaat op bedoelde studiefinanciering; onderscheidenlijk 2°. 2°. de eerste dag van de maand volgend op die waarin het onderwijs of de beroepsopleiding daadwerkelijk is beëindigd.
2. Niet als schoolverlater als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt aangemerkt de persoon die na het beëindigen van onderwijs of beroepsopleiding ter zake van arbeid verricht als werknemer, voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 17 van de Werkloosheidswet, of gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 26 weken zelfstandig in zijn bestaan heeft voorzien. De eerste zin is niet van toepassing indien die arbeid is verricht in het kader van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet.
Artikel 2
Dit besluit is van toepassing op de werknemer, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Werkloosheidswet, en op de werknemer, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Ziektewet.
Artikel 3
Of arbeid passend is wordt in ieder geval bepaald door:
a. a. de aard van de arbeid, in relatie tot de eerder verrichte arbeid, een eerder uitgeoefend beroep of opgedane werkervaring; b. b. het opleidingsniveau van de persoon op wie dit besluit van toepassing is; c. c. de reistijd naar en van het werk; d. d. het geboden loon; en e. e. het werkloosheidsrisico.
Artikel 4
Voor een schoolverlater wordt wat betreft de aard van de arbeid en het ervoor benodigde opleidingsniveau alle arbeid als passende arbeid aangemerkt, tenzij het loon minder bedraagt dan het wettelijk toegestane mininum.
Artikel 5
Voor een academicus, niet zijnde schoolverlater, wordt vanaf de aanvang van zijn werkloosheid arbeid waarvoor wetenschappelijk of hoger beroepsonderwijsniveau is vereist als passende arbeid aangemerkt.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici WW en ZW.