rijk/amvb/besluit-plantgezondheid/BWBR0044299
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit plantgezondheid BWBR0044299 AMvB geldend 2021-03-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044299 Besluit plantgezondheid

Besluit plantgezondheid

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • ander materiaal: ander materiaal als bedoeld in artikel 2, onder 5, van verordening 2016/2031;
  • bloembollen: bloembollen als bedoeld krachtens artikel 10, tweede lid, onder e, van het Landbouwkwaliteitsbesluit en de voor opplant bestemde planten hiervan;
  • BKD: Stichting Bloembollenkeuringsdienst;
  • bosbouwgewassen: bosbouwgewassen als bedoeld in artikel 1, onder n, van het Besluit verhandeling teeltmateriaal en de voor opplant bestemde planten hiervan;
  • KCB: Stichting Kwaliteits-Controle-Bureau;
  • *landbouwgewassen: * landbouwgewassen als bedoeld in artikel 1, onder p, van het Besluit verhandeling teeltmateriaal, de voor opplant bestemde planten hiervan alsmede andere gewassen die door hun productiewijze als zodanig aangemerkt kunnen worden en consumptieaardappelen;
  • NAK: Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;
  • Naktuinbouw: Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw;
  • overtreder: degene die de overtreding pleegt of mede pleegt;
  • voor opplant bestemde planten: planten als bedoeld in artikel 2, onder 4, van verordening 2016/2031;
  • tuinbouwgewassen: tuinbouwgewassen als bedoeld in artikel 1, onder o, van het Besluit verhandeling teeltmateriaal en de voor opplant bestemde planten hiervan, alsmede andere gewassen die door hun productiewijze als zodanig aangemerkt kunnen worden;
  • wet: Plantgezondheidswet.

Hoofdstuk 2. Bevoegde autoriteit

Artikel 2

De BKD wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot bloembollen voor:

a. a. de officiële controles en andere officiële activiteiten ten aanzien van de bij of krachtens artikel 37 van verordening 2016/2031 bedoelde voorschriften; b. b. het verlenen van een erkenning aan marktdeelnemers voor de afgifte van plantenpaspoorten, bedoeld in artikel 89, eerste lid, van verordening 2016/2031; c. c. de afgifte, de vervanging, het ongeldig maken en het verwijderen van plantenpaspoorten als bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 93, eerste en tweede lid en 95, tweede lid, van verordening 2016/2031; d. d. het onderzoek voor de afgifte van een plantenpaspoort als bedoeld in artikel 87, tweede lid en derde lid, onderdeel c, van verordening 2016/2031; e. e. inspecties en maatregelen met betrekking tot de erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 92 van verordening 2016/2031; f. f. de officiële controles:

      1°.
      aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en
    
    
      2°.
      op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625;

1°. 1°. aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en 2°. 2°. op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625; g. g. indien het onderzoek of de controle-activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, daartoe aanleiding geven, het opleggen van fytosanitaire maatregelen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031, voor de EU-quarantaineorganismen, genoemd in de bijlage; h. h. het beslissen over zendingen als bedoeld in artikel 55 van verordening 2017/625.

Artikel 3

De NAK wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot landbouwgewassen voor:

a. a. de officiële controles en andere officiële activiteiten ten aanzien van de bij of krachtens artikel 37 van verordening 2016/2031 bedoelde voorschriften; b. b. het verlenen van een erkenning aan marktdeelnemers voor de afgifte van plantenpaspoorten, bedoeld in de artikel 89, eerste lid, van verordening 2016/2031; c. c. de afgifte, de vervanging, het ongeldig maken en het verwijderen van plantenpaspoorten als bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 93, eerste en tweede lid en 95, tweede lid, van verordening 2016/2031; d. d. het onderzoek voor de afgifte van een plantenpaspoort als bedoeld in artikel 87, tweede lid en derde lid, onderdeel c, van verordening 2016/2031; e. e. inspecties en maatregelen met betrekking tot de erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 92 van verordening 2016/2031; f. f. de officiële controles:

      1°.
      aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en
    
    
      2°.
      op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625;

1°. 1°. aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en 2°. 2°. op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625; g. g. indien het onderzoek of de controle-activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, daartoe aanleiding geven, het opleggen van fytosanitaire maatregelen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031, voor de EU-quarantaineorganismen, genoemd in de bijlage; h. h. het beslissen over zendingen als bedoeld in artikel 55 van verordening 2017/625.

Artikel 4

De Naktuinbouw wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot tuinbouw- en bosbouwgewassen voor:

a. a. de officiële controles en andere officiële activiteiten ten aanzien van de bij of krachtens artikel 37 van verordening 2016/2031 bedoelde voorschriften; b. b. het verlenen van een erkenning aan marktdeelnemers voor de afgifte van plantenpaspoorten, bedoeld in artikel 89, eerste lid, van verordening 2016/2031; c. c. de afgifte, de vervanging, het ongeldig maken en het verwijderen van plantenpaspoorten als bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 93, eerste en tweede lid en 95, tweede lid, van verordening 2016/2031; d. d. het onderzoek voor de afgifte van een plantenpaspoort als bedoeld in artikel 87, tweede lid en derde lid, onderdeel c, van verordening 2016/2031; e. e. inspecties en maatregelen met betrekking tot de erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 92 van verordening 2016/2031; f. f. de officiële controles:

      1°.
      aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en
    
    
      2°.
      op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625;

1°. 1°. aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en 2°. 2°. op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625; g. g. indien het onderzoek of de controle-activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, daartoe aanleiding geven, het opleggen van fytosanitaire maatregelen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031, voor de EU-quarantaineorganismen, genoemd in de bijlage; h. h. het beslissen over zendingen als bedoeld in artikel 55 van verordening 2017/625.

Artikel 5

De KCB wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot planten, plantaardige producten, voor opplant bestemde planten en ander materiaal voor:

a. a. de officiële controles en andere officiële activiteiten ten aanzien van de bij of krachtens artikel 37 van verordening 2016/2031 bedoelde voorschriften; b. b. het verlenen van een erkenning aan marktdeelnemers voor de afgifte van plantenpaspoorten, bedoeld in artikel 89, eerste lid, van verordening 2016/2031; c. c. de afgifte, de vervanging, het ongeldig maken en verwijderen van plantenpaspoorten als bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 93, eerste en tweede lid en 95, tweede lid, van verordening 2016/2031; d. d. het onderzoek voor de afgifte van een plantenpaspoort als bedoeld in artikel 87, tweede lid en derde lid, onderdeel c, van verordening 2016/2031; e. e. inspecties en maatregelen met betrekking tot de erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 92 van verordening 2016/2031; f. f. de officiële controles:

      1°.
      aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en
    
    
      2°.
      op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625;

1°. 1°. aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en 2°. 2°. op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625; g. g. indien het onderzoek of de controle-activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, daartoe aanleiding geven, het opleggen van fytosanitaire maatregelen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031, voor de EU-quarantaineorganismen, genoemd in de bijlage; h. h. het beslissen over zendingen als bedoeld in artikel 55 van verordening 2017/625.

Hoofdstuk 3. Preventie

Artikel 6

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de beheersing van risicos op schadelijke organismen bij planten, plantaardige producten en ander materiaal op het gebied van onder meer:

a. a. bacterievuur; b. b. teeltvoorschriften; c. c. beregeningsverbodsgebieden.

Hoofdstuk 4. Retributies

Artikel 7

1. Onze Minister stuurt als bevoegde autoriteit een factuur voor retributies als bedoeld in artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet.

2. De BKD, NAK, Naktuinbouw en de KCB sturen als bevoegde autoriteit een factuur voor retributies als bedoeld in artikel 21, zesde lid, van de wet.

3. De tarieven worden in rekening gebracht op basis van de activiteiten of werkzaamheden die worden verricht door of in opdracht van de bevoegde autoriteit of worden verricht door de professionele marktdeelnemer.

4.

Het tarief van de retributie kan worden gerelateerd aan:

a. a. de tijd besteed aan de activiteiten; b. b. het aantal of het gewicht van de producten of partijen producten waarop de activiteiten betrekking hebben; c. c. de oppervlakte van het areaal waarop de activiteiten betrekking hebben; d. d. elektronische certificering en documentenverstrekking; e. e. het aantal locaties van een professionele marktdeelnemer; f. f. de omzet van een professionele marktdeelnemer, behaald met de activiteiten die onderworpen zijn aan de officiële controles of andere officiële activiteiten van de bevoegde autoriteit; of g. g. de omvang van het risico op niet-naleving van het bij of krachtens de wet of verordening 2016/2031 bepaalde door de desbetreffende professionele marktdeelnemer.

Hoofdstuk 5. Bestuurlijke boete

Artikel 8

1.

De hoogte van de bestuurlijke boete die Onze Minister aan een overtreder voor een overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8, derde lid, 13, tweede lid, 15, vierde lid, 20, tweede lid, 24, derde lid, en 25 van de wet kan opleggen wordt overeenkomstig de volgende boetecategorieën vastgesteld:

a. a. categorie 1: € 500; b. b. categorie 2: € 1.500; c. c. categorie 3: € 2.500; d. d. categorie 4: € 5.000; e. e. categorie 5: € 8.700 of, indien dat meer is, 10% van de jaaromzet.

2. Bij ministeriële regeling worden de bepalingen waarvoor in geval van overtreding een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, ingedeeld overeenkomstig de daarbij aangewezen boetecategorie.

3. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister een hogere boete vaststellen, indien de omstandigheden van het geval of de ernst van de overtreding daartoe aanleiding geven.

Hoofdstuk 6. Overgangsbepaling

Artikel 9

Voor besluiten die voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Plantgezondheidswet zijn genomen op basis van het Besluit bestrijding schadelijke organismen, blijft het recht gelden zoals dat luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Plantgezondheidswet.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit plantgezondheid.

Bijlage . Bijlage EU-quarantaineorganismen

(bijlage als bedoeld in de artikelen 2, onderdeel g, 3, onderdeel g, 4, onderdeel g, en 5, onderdeel g, van het Besluit plantgezondheid)

Anthonomus eugenii Cano

Bemisia tabaci Genn (niet-Europese populaties) bekend als vector van virussen

Globodera pallida (Stone) Behrens

Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens

Liriomyza sativae (Blanchard)

Meloidogyne chitwoodi Golden et al.

Meloidogyne fallax Karssen

Rhizoecus hibisci Kawai et Takagi

Spodoptera eridania (Cramer)

Spodoptera frugiperda (Smith)

Spodoptera litura (Fabricus)

Tephritidae (niet-Europese) zoals: Anastrepha fraterculus (Wiedemann), Anastrepha ludens (Loew), Anastrepha obliqua Macquart, Anastrepha suspensa (Loew), Bactrocera dorsalis (Hendel), Bactrocera tryoni (Froggatt), Bactrocera tsueonis (Miyake), Bactrocera zonata (Saunders), Dacus ciliatus Loew, Epochra canadensis (Loew), Pardalaspis cyanescens Bezzi, Pardalaspis quinaria Bezzi, Pterandrus rosa (Karsch), Rhacochlaena japonica Ito, Rhagoletis fausta (Osten-Sacken), Rhagoletis indifferens Curran, Rhagoletis mendax Curran, Rhagoletis pomonella (Walsh), Rhagoletis ribicola Doane, Rhagoletis suavis (Loew), Zeugodacus cucurbitae (Coquillett)

Thrips palmi Karny