rijk/amvb/besluit-raad-voor-gezondheidsonderzoek/BWBR0008299
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit Raad voor gezondheidsonderzoek BWBR0008299 AMvB geldend 1996-11-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008299 Besluit Raad voor gezondheidsonderzoek

Besluit Raad voor gezondheidsonderzoek

Paragraaf 1. Algemene bepaling

Artikel 1

1. Als Onze Minister wordt aangewezen: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

2. Als Onze Ministers wie het mede aangaat, worden aangewezen: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en Onze Minister van Economische Zaken.

Paragraaf 2. Instelling en aandachtsgebied

Artikel 2

Er is een sectorraad genaamd Raad voor gezondheidsonderzoek, hierna aan te duiden als de raad.

Artikel 3

Het aandachtsgebied van de raad betreft de volgende terreinen:

a. a. Het medisch-wetenschappelijk onderzoek omvattende het wetenschappelijk onderzoek naar vóórkomen, ontstaan, herkennen en preventie van ziekten, behandeling van zieken of verlichting van ziektelast alsmede de hiermee verband houdende ontwikkelingen op het gebied van de technologie; b. b. Het gezondheidszorgonderzoek omvattende het wetenschappelijk onderzoek naar alle aspecten van het systeem van de gezondheidszorg: de structuur, de organisatie, het functioneren en de effecten van de gezondheidszorg in wisselwerking met de vraag naar en het gebruik van die zorg, alsmede de hiermee verband houdende ontwikkelingen op het gebied van de technologie.

Paragraaf 3. Samenstelling, benoeming en zittingsduur

Artikel 4

1. De raad bestaat uit een voorzitter en 14 andere leden. De raad kan uit de leden een ondervoorzitter aanwijzen.

2.

Van de in het eerste lid bedoelde leden zijn:

a. a. tenminste zes leden in het bijzonder bekend met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen, waaronder het bedrijfsleven, die onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied financieren, of anderszins belanghebbend zijn bij de resultaten daarvan, b. b. tenminste zes leden in het bijzonder bekend met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen die onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied uitvoeren.

3. Naast de in het eerste lid bedoelde leden telt de raad namens Onze Minister en Onze andere aangewezen ministers, drie adviserende leden.

Artikel 5

1. De benoeming van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde leden geschiedt voor een periode van ten hoogste vier jaar. Zij zijn eenmaal aansluitend herbenoembaar voor een periode van ten hoogste twee jaar.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 5, eerste lid, van de Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling worden de leden van de raad op eigen aanvraag door Onze Minister ontslagen en kunnen voorts door Onze Minister, gehoord de raad, worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

3. Bij de samenstelling van de raad wordt gestreefd naar evenredige deelneming aan de raad van vrouwen en van personen behorende tot etnische of culturele minderheidsgroepen.

4. Onze Minister en Onze andere aangewezen ministers wijzen ieder een adviserend lid aan.

Paragraaf 4. Inrichting en werkwijze

Artikel 6

De raad regelt zijn eigen werkwijze.

Artikel 7

1. De raad heeft een secretaris.

2. Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd.

3. De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van de raad.

4. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat, na overleg met de voorzitter, de secretaris en de andere medewerkers.

Paragraaf 5. Financiële en overige bepalingen

Artikel 8

De raad zendt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister een ontwerp voor de begroting voor het daaropvolgende kalenderjaar van de aan de taakvervulling door de raad verbonden uitgaven.

Artikel 8a

Het Vergoedingenbesluit adviescolleges is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9

1. Na overleg met Onze Minister en Onze andere aangewezen ministers, zendt de raad Onze Minister jaarlijks voor 1 september een ontwerp voor een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar.

2. Onze Minister stelt het werkprogramma vast en zendt dit jaarlijks op de derde dinsdag van september aan de beide kamers der Staten-Generaal.

3. Onze Minister kan, na overleg met Onze andere aangewezen ministers, het werkprogramma wijzigen.

4. De raad houdt bij het vervullen van zijn taak zoveel mogelijk rekening met het werkprogramma.

5. Onverminderd de Comptabiliteitswet 2001 vervult de raad zijn taak met de middelen die ingevolge de desbetreffende begrotingswet ter beschikking zijn gesteld.

Artikel 10

1. De raad verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen.

2. Onze Minister kan inzage verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding, behoudens verlenging.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Raad voor gezondheidsonderzoek.