40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit Raad voor ruimtelijk, milieu- en natuuronderzoek | BWBR0011762 | AMvB | geldend | 2000-12-06 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0011762 | Besluit Raad voor ruimtelijk, milieu- en natuuronderzoek |
Besluit Raad voor ruimtelijk, milieu- en natuuronderzoek
Paragraaf 1. Algemene bepaling
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Onze aangewezen Ministers: Onze Minister en Onze Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Paragraaf 2. Instelling, aandachtsgebied en taak
Artikel 2
Er is een sectorraad, genaamd Raad voor ruimtelijk, milieu- en natuuronderzoek, hierna te noemen raad.
Artikel 3
Het aandachtsgebied van de raad omvat onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van de ruimtelijke ordening, het milieubeheer, en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van natuur en landschap, waaronder in elk geval het door of mede door de overheid gefinancierde onderzoek, alsmede de ontwikkelingen op die onderzoeksgebieden.
Artikel 4
1.
De raad heeft tot taak:
a. a. het desgevraagd of uit eigen beweging doen van voorstellen aan Onze aangewezen Ministers over de uitvoering van beleid betreffende het in artikel 3 bedoelde aandachtsgebied; b. b. het, waar nodig, bevorderen van overleg tussen alle betrokkenen bij onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied; c. c. het, waar nodig, verkrijgen van inzicht in lopend onderzoek op het aandachtsgebied; d. d. het signaleren van nieuwe thema's en overlappingen met betrekking tot onderzoek op het aandachtsgebied; e. e. het desgevraagd of uit eigen beweging evalueren van uitgevoerde programma's van strategisch onderzoek.
2.
De in het eerste lid, onder a, bedoelde voorstellen kunnen betrekking hebben op:
a. a. de gebieden waarop het onderzoek zich zal moeten richten; b. b. de omvang van het benodigde onderzoek; c. c. de mogelijkheden van uitvoering en financiering van het voorgestelde onderzoek op de onderscheiden terreinen; d. d. de effecten van het opvolgen van de voorstellen van de raad voor de op verschillende deelterreinen lopende of voorgestelde onderzoeksprogramma's; e. e. de internationale context en infrastructurele inbedding van het uit te voeren onderzoek.
Paragraaf 3. Samenstelling, benoeming en zittingsduur
Artikel 5
1. De raad heeft vijftien leden, onder wie de voorzitter.
2. De raad heeft vijf adviserende leden.
3. Van de in het eerste lid bedoelde leden zijn zeven leden bekend met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen die onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied financieren, of anderszins bij de resultaten daarvan belang hebben, en zijn zeven leden bekend met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen die onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied uitvoeren.
Artikel 6
1. De voorzitter en de andere leden van de raad worden door Onze Minister in overeenstemming met Onze andere aangewezen Ministers benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van herbenoeming.
2. Door ieder van Onze aangewezen Ministers wordt een adviserend lid benoemd.
3. De raad wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan.
Paragraaf 4. Financiële en overige bepalingen
Artikel 7
Ter verkrijging van een bijdrage uit de algemene middelen stelt de raad jaarlijks een begroting op van de kosten, verbonden aan de uitvoering van de werkzaamheden van de raad, en zendt deze ter goedkeuring aan Onze Minister.
Artikel 8
De voorzitter van de raad stelt een nader met Onze Minister overeen te komen deel van zijn werktijd ter beschikking aan de raad en ontvangt daarvoor een door Onze Minister te bepalen vergoeding uit 's Rijks kas.
Artikel 9
De raad houdt de stukken die op de voorbereiding van de voorstellen van de raad betrekking hebben, ter beschikking van Onze Minister.
Artikel 10
De raad brengt het in artikel 9 van de Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling bedoelde verslag uit vóór 1 juli van het jaar volgend op dat waarop het verslag betrekking heeft.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 11
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 mei 2000.
Artikel 12
Dit besluit vervalt met ingang van 15 mei 2006, behoudens verlenging bij koninklijk besluit.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Raad voor ruimtelijk, milieu- en natuuronderzoek.