40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit raadgevend referendum | BWBR0036521 | AMvB | geldend | 2015-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0036521 | Besluit raadgevend referendum |
Besluit raadgevend referendum
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
- ondersteuningsverklaring: ondersteuningsverklaring als bedoeld in artikel 41 van de Wet raadgevend referendum;
- verzoek: verzoek als bedoeld in artikel 29 van de Wet raadgevend referendum;
- referendum: raadgevend correctief referendum.
2. Bepalingen in dit besluit die betrekking hebben op een referendum over een wet zijn tevens van toepassing op een referendum over de stilzwijgende goedkeuring van een verdrag.
Hoofdstuk 2. Registratie van kiesgerechtigdheid van Nederlanders die buiten Nederland wonen
Artikel 2
Ten aanzien van de registratie van de kiesgerechtigdheid van Nederlanders die hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben, zijn de artikelen D 4 tot en met D 10 van het Kiesbesluit van toepassing.
Artikel 3
Vervallen
Hoofdstuk 3. Stembureaus
Artikel 4
Ten aanzien van het aantal leden van stembureaus is artikel E 1 van het Kiesbesluit van toepassing.
Artikel 5
De bekendmaking van de dag en het uur van de zittingen van het centraal stembureau, bedoeld in de artikelen 47, tweede lid, en 82, tweede lid, van de Wet raadgevend referendum, geschiedt door kennisgeving in de Staatscourant.
Hoofdstuk 4. Het indienen van verzoeken en het afleggen van ondersteuningsverklaringen door kiesgerechtigden die buiten Nederland wonen
Artikel 6
1. De kiesgerechtigde die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft, legt bij het verzoek, onderscheidenlijk de ondersteuningsverklaring, een kopie over van een geldig identiteitsbewijs waaruit het Nederlanderschap blijkt of maakt op een andere wijze aannemelijk dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit.
2. De voorzitter van het centraal stembureau gaat na of er met betrekking tot degene die het verzoek heeft ingediend onderscheidenlijk de ondersteuningsverklaring heeft afgelegd, die zich vóór 1 oktober 1994 dan wel op of na 1 oktober 1994 buiten Nederland gevestigd heeft, gegevens bekend zijn in het persoonskaartenarchief of het schakelregister, bedoeld in artikel 4.5 van de Wet basisregistratie personen, onderscheidenlijk in de basisregistratie personen, en, zo dit het geval is, of deze overeenstemmen met de in het verzoek onderscheidenlijk de verklaring vermelde gegevens.
3. Onverminderd de artikelen 33, derde lid, en 45, derde lid, van de Wet raadgevend referendum zijn ongeldig de verzoeken die zijn ingediend, onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen die zijn afgelegd door een kiesgerechtigde die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft, indien deze niet een kopie heeft overgelegd van een geldig identiteitsbewijs waaruit het Nederlanderschap blijkt noch op een andere wijze aannemelijk heeft gemaakt dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit.
Hoofdstuk 5. Controle van ingediende verzoeken en afgelegde ondersteuningsverklaringen
Artikel 7
Indien de controle van de verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen geschiedt door middel van een steekproef, bepaalt de voorzitter van het centraal stembureau de omvang van een steekproef aan de hand van de volgende formule:
waarbij:
n = het aantal verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen dat voor een steekproef wordt geselecteerd
z = 2,576
N = het totaal aantal ingediende verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen die niet op grond van artikel 33, derde lid, onder a tot en met c, onderscheidenlijk artikel 45, derde lid, onder a tot en met c, van de Wet raadgevend referendum ongeldig zijn verklaard
p = 0,5
F = 0,02
Artikel 8
De voorzitter van het centraal stembureau bepaalt op aselecte wijze welke verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen worden gebruikt voor een steekproef.
Artikel 9
1. Het aantal in de steekproef als geldig aangemerkte verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen wordt uitgedrukt als een percentage van het totaal aantal geverifieerde verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen.
2. Het totaal aantal geldige verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen is het totaal aantal ingediende verzoeken onderscheidenlijk ondersteuningsverklaringen die niet op grond van artikel 33, derde lid, onder a tot en met c, onderscheidenlijk artikel 45, derde lid, onder a tot en met c, van de Wet raadgevend referendum ongeldig zijn verklaard, vermenigvuldigd met het percentage, bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 6. De stemming
Artikel 10
1. De burgemeester brengt de adressen en de openingstijden van de stemlokalen en de adressen en de zittingstijden van de mobiele stembureaus uiterlijk op de vierde dag voor de stemming ter openbare kennis. Hierbij vermeldt hij tevens welke stemlokalen voldoen aan artikel 59 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel J 4, tweede lid, van de Kieswet.
2.
Ten aanzien van de stemming zijn de artikelen J 2 tot en met J 8 van het Kiesbesluit van toepassing met dien verstande dat:
– – in artikel J 2, eerste lid, aanhef, voor «artikel J 7a, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 59 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel J 7a, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet; – – in artikel J 2, eerste lid, onderdeel a, voor «verkiezingscode» wordt gelezen: referendumcode; – – in artikel J 2, eerste lid, onderdeel d, onder 3°, voor «artikel J 8 van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 59 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel J 8 van de Kieswet; – – in artikel J 2, tweede lid, voor «artikel J 7a, eerste lid, tweede volzin, van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 59 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel J 7a, eerste lid, tweede volzin, van de Kieswet.
Artikel 11
1.
Bij het gelijktijdig plaatsvinden van een stemming voor een referendum ingevolge de Wet raadgevend referendum met een andere, door de gemeenteraad uitgeschreven, stemming zijn de artikelen J 10 tot en met J 12 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:
– – in deze artikelen voor «de stemming ingevolge de Kieswet» telkens wordt gelezen: de stemming ingevolge de Wet raadgevend referendum; – – in artikel J 10, eerste lid, onderdeel a, voor «artikel J 7 van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 59 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel J 7 van de Kieswet; – – in artikel J 10, eerste lid, onderdeel b, voor «artikel J 7a van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 59 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel J 7a van de Kieswet; – – in artikel J 10, eerste lid, onderdeel c, voor «artikel K 3 van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 60 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel K 3 van de Kieswet; – – in artikel J 10, eerste lid, onderdeel d, voor «artikel L 8 van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 61 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel L 8 van de Kieswet; – – in artikel J 10, eerste lid, onderdeel e, voor «artikel L 14 van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 61 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel L 14 van de Kieswet; – – in artikel J 10, tweede lid, onderdeel b, voor «artikel N 2 van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 63, tweede lid, van de Wet raadgevend referendum juncto artikel N 2 van de Kieswet.
2. Bij het gelijktijdig plaatsvinden van een stemming voor een referendum ingevolge de Wet raadgevend referendum met de stemming voor een ander referendum of een verkiezing als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van die wet zijn de artikelen J 13 en J 14 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat in artikel J 14, eerste lid, voor «de stemming voor de verkiezing van de leden van provinciale staten als voor de stemming voor de verkiezing van de leden van de algemene besturen» wordt gelezen: de stemming voor het referendum als voor de stemming voor het andere referendum of de verkiezing als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum.
Artikel 12
Ten aanzien van de schorsing van de zitting van het stembureau zijn de artikelen J 26 tot en met J 35 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:
– – in artikel J 26, tweede lid, de zinsnede «tenzij het de verkiezing betreft van de leden van de gemeenteraad» buiten toepassing blijft; – – in artikel J 27, derde lid, onderdeel f, voor «artikel M 11 van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 62 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel M 11 van de Kieswet; – – in artikel J 33, derde lid, voor «artikel J 30 van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 59 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel J 30 van de Kieswet.
Artikel 13
Ten aanzien van de verzending van de briefstembescheiden naar kiezers buiten Nederland is artikel M 1 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat voor «M 6, eerste lid, van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 62 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel M 6, eerste lid, van de Kieswet.
Artikel 14
Ten aanzien van de extra zittingen van de briefstembureaus, bedoeld in artikel M 9 van de Kieswet, zijn de artikelen M 2 tot en met M 8 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:
– – in artikel M 2 voor «artikel M 9, tweede lid, van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 62 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel M 9, tweede lid, van de Kieswet; – – in de artikelen M 4, tweede lid, onderdeel b, en vierde lid, onderdeel c, voor «artikel M 11 van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 62 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel M 11 van de Kieswet; – – in artikel M 5, tweede lid, voor «Artikel N 10, eerste lid, laatste volzin, tweede en derde lid, van de Kieswet» wordt gelezen: Artikel 66 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel N 10, eerste lid, laatste volzin, tweede en derde lid, van de Kieswet; – – in artikel M 7, eerste lid, voor «artikel N 16a, eerste lid, van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 69 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel N 16a, eerste lid, van de Kieswet.
Hoofdstuk 7. De stemopneming door het briefstembureau
Artikel 15
Ten aanzien van de schorsing en de hervatting van de stemopneming door briefstembureaus zijn de artikelen N 9 tot en met N 14 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:
– – in artikel N 9 voor «artikel N 16a van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 69 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel N 16a van de Kieswet; – – in artikel N 10, eerste lid, voor «artikel N 9, tweede lid, van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 65, tweede lid, van de Wet raadgevend referendum juncto artikel N 9, tweede lid, van de Kieswet; – – in artikel N 10, tweede lid, voor «Artikel N 10, eerste lid, laatste volzin, tweede en derde lid van de Kieswet» wordt gelezen: Artikel 66 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel N 10, eerste lid, laatste volzin, tweede en derde lid, van de Kieswet; – – in artikel N 12 voor «de artikelen M 10 en M 11 van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 62 van de Wet raadgevend referendum juncto de artikelen M 10 en M 11 van de Kieswet; – – in artikel N 13, eerste lid, voor «hoofdstuk N van de Kieswet» wordt gelezen «hoofdstuk 9 van de Wet raadgevend referendum», voor «artikel N 15 van de Kieswet» wordt gelezen «artikel 69 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel N 15 van de Kieswet», voor «artikel N 6 van de Kieswet» wordt gelezen «artikel 64, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum» en voor «artikel N 16a, eerste lid, van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 69 van de Wet raadgevend referendum juncto artikel N 16a, eerste lid, van de Kieswet.
Hoofdstuk 8. De vaststelling van de uitslag van het referendum
Artikel 16
Ten aanzien van het gebruik van programmatuur ten behoeve van de berekening van de uitslag van het referendum door het centraal stembureau zijn de artikelen P 1 en P 2 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:
– – in artikel P 1, eerste, tweede en zevende lid, telkens voor «de verkiezingen of de berekening van de zetelverdeling» wordt gelezen: het referendum; – – in artikel P 1, vierde lid, voor «dag van de kandidaatstelling» wordt gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming; – – in artikel P 1, vijfde lid, voor «dag van kandidaatstelling» wordt gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming.
Artikel 17
1. Voor zover, bij een gecombineerde stemming voor een referendum en een stemming voor een verkiezing van provinciale staten, het algemeen bestuur van een waterschap of een gemeenteraad, het centraal stembureau voor het referendum tot een nieuwe stemopneming besluit, geschiedt deze mede in aanwezigheid van het centraal stembureau voor die verkiezing. Het centraal stembureau dat mede aanwezig is bij de nieuwe stemopneming doet daarvan verslag aan het vertegenwoordigend orgaan waarvoor het de verkiezingsuitslag vaststelt of heeft vastgesteld.
2. Voor zover, bij een gecombineerde stemming voor een referendum en een stemming voor een verkiezing van provinciale staten, het algemeen bestuur van een waterschap of een gemeenteraad, het centraal stembureau dan wel vertegenwoordigend orgaan voor die verkiezing tot een nieuwe stemopneming besluit, geschiedt deze mede in aanwezigheid van het centraal stembureau voor dat referendum.
Hoofdstuk 9. Wijziging van het
Artikel 18
Wijzigt het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Artikel 19
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet raadgevend referendum in werking treedt.
Artikel 20
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit raadgevend referendum.