rijk/amvb/besluit-rechtspositie-leden-van-centrale-directies-en-van-colleges-van-bestuur-v/BWBR0012613
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit rechtspositie leden van centrale directies en van colleges van bestuur van hogescholen BWBR0012613 AMvB geldend 2001-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012613 Besluit rechtspositie leden van centrale directies en van colleges van bestuur van hogescholen

Besluit rechtspositie leden van centrale directies en van colleges van bestuur van hogescholen

Hoofdstuk 1. Rechtspositievoorschriften ten behoeve van de centrale directies en de colleges van bestuur

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder hogeschool:

a. a. een in de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek opgenomen hogeschool; b. b. centrale directie: de centrale directie, bedoeld in artikel 10.2 van de onder a genoemde wet; c. c. college van bestuur: het college van bestuur, bedoeld in artikel 10.2 dan wel artikel 10.9 van de onder a genoemde wet; d. d. bevoegd gezag: het instellingsbestuur van een hogeschool, dan wel, indien het een bijzondere hogeschool betreft die uitgaat van een rechtspersoon waarvan de statuten bepalen dat het college van bestuur optreedt als instellingsbestuur, de bestuursraad.

Artikel 2

Het bevoegd gezag stelt de rechtspositie vast van de leden van de centrale directie dan wel van de leden van het college van bestuur met inachtneming van artikel 3.

Artikel 3

1. Het salaris dat aan een lid van de centrale directie onderscheidenlijk van het college van bestuur wordt toegekend, bedraagt niet meer dan het salaris overeenkomstig het maximum van schaal 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

2. Aan een lid van de centrale directie onderscheidenlijk van het college van bestuur kan naast het salaris een toelage worden toegekend, indien hij is benoemd of aangesteld voor een periode van ten hoogste 4 jaren. Artikel 668a, eerste en tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is in dat geval niet van toepassing.

3. Het salaris en de toelage worden door het bevoegd gezag vastgesteld en toegekend. Zij vormen tezamen de bezoldiging.

4. Indien een salaris is toegekend overeenkomstig het maximum van schaal 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de toelage, bedoeld in het tweede lid, meer bedraagt dan 10% van dat salaris, gaat de aanspraak van betrokkene op een werkloosheidsuitkering die hij gehad zou hebben op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, zoals dat luidde op 30 juni 2001, niet te boven, behoudens het vijfde en zesde lid.

5. Indien het bedrag van de aanspraak die betrokkene zou hebben gehad met toepassing van Hoofdstuk II van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, zoals dat luidde op 30 juni 2001, lager is dan het bedrag dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van het aantal gewogen dienstjaren van betrokkene met de ingevolge het derde lid toegekende bezoldiging, wordt laatstbedoeld bedrag gehanteerd bij het bepalen van de hoogte van het desbetreffende gedeelte van de in het vierde lid bedoelde aanspraak.

6. Voor de berekening van het aantal gewogen dienstjaren van de betrokkene, bedoeld in het vijfde lid, worden de dienstjaren tot en met het 40e levensjaar, de dienstjaren tussen het 40e en het 50e levensjaar en de dienstjaren vanaf het 50e levensjaar vermenigvuldigd met respectievelijk de factor 1, 1,5 en 2.

Hoofdstuk 2. Wijziging en intrekking van andere besluiten

Artikel 4

Wijzigt het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel.

Artikel 5

Wijzigt het Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel.

Artikel 6

Wijzigt het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs en educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 7

Het Kaderbesluit rechtspositie HBO wordt ingetrokken.

Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8

In afwijking van hoofdstuk 2 blijven ten aanzien van degene die voor 1 juli 2001 is benoemd of aangesteld tot lid van een centrale directie of van een college van bestuur de rechtspositievoorschriften, zoals die jegens hem golden op 30 juni 2001, van kracht, indien en voor zolang de betrokkene niet schriftelijk binnen een door het bevoegd gezag vast te stellen termijn van tenminste drie maanden vanaf 1 juli 2001 aan het bevoegd gezag heeft medegedeeld dat hij er mee instemt dat zijn rechtspositie krachtens artikel 2 wordt vastgesteld.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2001.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rechtspositie leden van centrale directies en van colleges van bestuur van hogescholen.