40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit regelen ontheffing functie militaire ambtenaren Koninklijke landmacht | BWBR0002657 | AMvB | geldend | 1969-06-07 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0002657 | Besluit regelen ontheffing functie militaire ambtenaren Koninklijke landmacht |
Besluit regelen ontheffing functie militaire ambtenaren Koninklijke landmacht
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:
a. a.
*Onze Minister*: Onze Minister van Defensie;
b. b.
*Militair*:
1.
de officier, op wie het gestelde in artikel 81 A van de Wet bevordering en ontslag beroepsofficieren (*Stb.* 1954, 575) van toepassing is;
2.
de tot het reserve-personeel behorende officier van de landmacht, wiens vrijwillig dienstverband hem tot doorlopende werkelijke dienst verplicht;
3.
de beroepsmilitair beneden de rang van tweede-luitenant behorende tot de Koninklijke landmacht, op wie het gestelde in artikel 116 B van het Reglement voor de militaire ambtenaren der Koninklijke Landmacht en der Koninklijke Luchtmacht (*Stb.* 1931, 378) van toepassing is;
-
-
de officier, op wie het gestelde in artikel 81 A van de Wet bevordering en ontslag beroepsofficieren (*Stb.* 1954, 575) van toepassing is;
-
-
-
de tot het reserve-personeel behorende officier van de landmacht, wiens vrijwillig dienstverband hem tot doorlopende werkelijke dienst verplicht;
-
-
-
de beroepsmilitair beneden de rang van tweede-luitenant behorende tot de Koninklijke landmacht, op wie het gestelde in artikel 116 B van het Reglement voor de militaire ambtenaren der Koninklijke Landmacht en der Koninklijke Luchtmacht (*Stb.* 1931, 378) van toepassing is;
-
c. c. laatstelijk genoten bezoldiging:
1e.
van de datum van ontheffing van de uitoefening van de functie als bedoeld in artikel 2, af tot aan het tijdstip, bedoeld onder 2e: de som van de bij het vaststellen van de pensioengrondslag in beschouwing te nemen inkomsten en baten - in geld uitgedrukt -, waarop de militair op de dag voorafgaande aan de hiervoren bedoelde datum aanspraak had of zou hebben gehad, met uitzondering van de geldswaarde van het emolument vrije geneeskundige behandeling;
2e.
van de datum af, waarop, indien de militair in dezelfde rang of stand en klasse zijn functie was blijven uitoefenen, de onder 1e bedoelde som een ander bedrag zou hebben belopen: dat andere bedrag.
1e. 1e. van de datum van ontheffing van de uitoefening van de functie als bedoeld in artikel 2, af tot aan het tijdstip, bedoeld onder 2e: de som van de bij het vaststellen van de pensioengrondslag in beschouwing te nemen inkomsten en baten - in geld uitgedrukt -, waarop de militair op de dag voorafgaande aan de hiervoren bedoelde datum aanspraak had of zou hebben gehad, met uitzondering van de geldswaarde van het emolument vrije geneeskundige behandeling; 2e. 2e. van de datum af, waarop, indien de militair in dezelfde rang of stand en klasse zijn functie was blijven uitoefenen, de onder 1e bedoelde som een ander bedrag zou hebben belopen: dat andere bedrag.
Artikel 2
1. Tot 1 januari 1975 kan de militair, die de leeftijd van vijfenvijftig jaren heeft bereikt of overschreden, op zijn daartoe gedaan verzoek door Onze Minister eervol van de uitoefening van zijn functie worden ontheven en in afwachting van de dag waarop hij ter zake van het bereiken of overschrijden van die leeftijd zal worden ontslagen, huiswaarts worden gezonden.
2. Onze Minister stelt regelen vast betreffende de toepassing van hetgeen in het vorige lid is bepaald.
Artikel 3
1. Gedurende de tijd, dat de militair op grond van artikel 2 van de uitoefening van zijn functie is ontheven, ontvangt hij 80 percent van de laatstelijk genoten bezoldiging, vermeerderd met zoveel - doch ten hoogste 10 - malen 0,5 percent van die bezoldiging als het totaal aantal volle pensioengeldige dienstjaren op de dag van ingang van de ontheffing van de uitoefening van de functie meer dan 30 bedraagt.
2. Gedurende de in het vorige lid bedoelde tijd, zijn op de militair de artikelen 5, 6 en 8 van de Uitkeringswet gewezen militairen (Stb. 1966, 451) van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.