rijk/amvb/besluit-reken-en-procedureregels-recht-op-waarde-overdracht/BWBR0006867
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht BWBR0006867 AMvB geldend 1994-08-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006867 Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht

Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht

Paragraaf 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a. de wet: de Pensioen- en spaarfondsenwet; b. b. uitvoeringsorgaan: instelling waarbij de werkgever de uitvoering van de in artikel 2 van de wet bedoelde pensioentoezegging heeft ondergebracht, waarbij het overdragende uitvoeringsorgaan de instelling is die op grond van artikel 32b van de wet de waarde overdraagt en het overnemende uitvoeringsorgaan de instelling waaraan de waarde wordt overgedragen; c. c. waarde-overdracht: overdracht van de afkoopsom van de aanspraken op pensioen ter verwerving van met de waarde van die afkoopsom overeenkomende aanspraken in de regeling van het overnemende uitvoeringsorgaan; d. d. rechthebbende: degene die in aanmerking komt voor waarde-overdracht op grond van artikel 32b van de wet; e. e. fictieve overdrachtswaarde: waarde van fictieve of achterblijvende aanspraak op nabestaandenpensioen; f. f. reguliere pensioenregeling: pensioenregeling waarbij de pensioenaanspraken in de zin van artikel 8 van de wet worden uitgedrukt in euro pensioen; g. g. niet-reguliere pensioenregelingen: alle overige pensioenregelingen; h. h. nabestaandenpensioen: weduwen-, weduwnaars- of partnerpensioen; i. i. overdrachtsdatum: aanvangsdatum van deelneming aan de pensioenregeling van het overnemende uitvoeringsorgaan; in geval van gelijktijdige deelneming aan meerdere pensioenregelingen en er sprake is van overdracht van de ene naar de andere regeling is de overdrachtsdatum de datum van beëindiging van de deelneming aan de eerstgenoemde regeling; j. j. u-rendement: het u-rendement zoals dit maandelijks wordt gepubliceerd door het Centrum Verzekeringsstatistiek van het Verbond van Verzekeraars.

Paragraaf 2. Procedure

Artikel 2

De werkgever informeert de werknemer bij beëindiging en bij aanvang van de deelneming aan de pensioenregeling terstond over zijn recht op waarde-overdracht.

Artikel 3

1.

De rechthebbende die overweegt gebruik te maken van zijn recht op waarde-overdracht verzoekt het overnemende uitvoeringsorgaan om een opgave te verstrekken van zijn aanspraken op pensioen zoals bepaald in artikel 4:

a. a. binnen twee maanden na de aanvangsdatum van de deelneming aan een pensioenregeling; b. b. binnen twee maanden na de datum van beëindiging van een van de deelnemingen, in geval van gelijktijdige deelneming aan meerdere pensioenregelingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel i.

2. De rechthebbende kan voor het einde van de termijn genoemd in artikel 7, eerste lid, verzoeken om een aanvullende opgave voor het geval de waarde van het nabestaandenpensioen niet wordt overgedragen. De termijnen genoemd in de artikelen 4 tot en met 7, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

Het overnemende uitvoeringsorgaan vraagt binnen één maand na ontvangst van het verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aan het overdragende uitvoeringsorgaan een opgave per de overdrachtsdatum van:

a. a. de overdrachtswaarde; b. b. de nominale pensioenaanspraken waarop de overdrachtswaarde is gebaseerd; c. c. de wijze waarop deze aanspraken in de pensioenregeling ondergebracht bij het overdragende uitvoeringsorgaan worden aangepast; d. d. fictieve overdrachtswaarde, voor zover van toepassing; e. e. de pensioendatum; f. f. alle overige informatie die van belang is voor de uitvoering van artikel 32b van de wet.

Artikel 5

1. Het overdragende uitvoeringsorgaan verstrekt de opgave bedoeld in artikel 4 binnen twee maanden na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan het overnemende uitvoeringsorgaan.

2. Indien het overdragende uitvoeringsorgaan een niet-reguliere pensioenregeling uitvoert zijn de onderdelen b, c en d van artikel 4 niet van toepassing.

Artikel 6

Het overnemende uitvoeringsorgaan verstrekt de opgave bedoeld in artikel 5, eerste lid, binnen twee maanden na ontvangst aan rechthebbende onder vermelding van de aanspraken die zullen voortvloeien uit de waarde-overdracht en de wijze waarop de aanspraken in de pensioenregeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan worden behandeld.

Artikel 7

1. Indien de rechthebbende gebruik wil maken van zijn recht op waarde-overdracht dient hij binnen twee maanden na ontvangst van de opgave bedoeld in artikel 6 en indien van toepassing artikel 3, tweede lid, een verzoek tot waarde-overdracht in bij het overnemende uitvoeringsorgaan.

2. Indien de rechthebbende gehuwd is, moet de echtgenoot verklaren in te stemmen met het verzoek tot overdracht van het nabestaandenpensioen.

3. Indien de echtgenoot niet instemt met het verzoek tot overdracht van het nabestaandenpensioen, is artikel 8, achtste lid, van de wet hierop van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

1. Het overnemende uitvoeringsorgaan stelt het overdragende uitvoeringsorgaan terstond in kennis van de ontvangst van het verzoek tot waarde-overdracht.

2. Het risico dat betrekking heeft op de over te dragen aanspraken komt met ingang van de datum van het verzoek van de rechthebbende tot waarde-overdracht voor rekening van het overnemende uitvoeringsorgaan.

3. De overdrachtswaarde wordt binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek tot waarde-overdracht door het overdragende uitvoeringsorgaan aan het overnemende uitvoeringsorgaan betaald.

4. Het overdragende uitvoeringsorgaan is rente verschuldigd over de overdrachtswaarde over de periode tussen de overdrachtsdatum en de datum waarop de overdrachtswaarde wordt betaald. Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze de rente wordt berekend.

Paragraaf 3. Rekenregels

Artikel 9

1. De overdrachtswaarde is gelijk aan de contante waarde van de over te dragen nominale aanspraken, vermenigvuldigd met de kortingsfactor f geldend op de overdrachtsdatum, en wordt berekend op basis van een standaardtarief. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor het standaardtarief.

2.

De kortingsfactor f, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend overeenkomstig de formule f = 1 - (f1 * f2). In de vorenbedoelde formule is:

a. a. f1 afhankelijk van het u-rendement per 1 januari van het jaar waarin de overdrachtsdatum valt, met dien verstande dat de volgende tabel van toepassing is:

              u-rendement
            
            
               f1
            
          
          
            
              u 5 
            
            
              0
            
          
          
            
              5 < u 6 
            
            
              0,10
            
          
          
            
              6 < u 8 
            
            
              0,20
            
          
          
            
              8 < u 10 
            
            
              0,30
            
          
          
            
              10 < u 12 
            
            
              0,40
            
          
          
            
              u > 12 
            
            
              0,50

b. b. wat betreft f2 de volgende tabel van toepassing:

              jaar waarin de overdrachtsdatum valt 
            
            
              f2
            
          
          
            
              1994 
            
            
              1,0
            
          
          
            
              1995 
            
            
              0,9
            
          
          
            
              1996 
            
            
              0,8
            
          
          
            
              1997 
            
            
              0,7
            
          
          
            
              1998 
            
            
              0,6
            
          
          
            
              1999 
            
            
              0,5
            
          
          
            
              2000 
            
            
              0,4
            
          
          
            
              2001 
            
            
              0,3
            
          
          
            
              2002 
            
            
              0,2
            
          
          
            
              2003 
            
            
              0,1
            
          
          
            
              2004 en later 
            
            
              0

3. In afwijking van het eerste lid worden de aanspraken, indien de overdrachtswaarde niet op basis van het standaardtarief bepaald kan worden, met behoud van de actuariële gelijkwaardigheid eerst omgezet in pensioenaanspraken waarop het standaardtarief wel toegepast kan worden.

4.

Voor de bepaling van de overdrachtswaarde blijven buiten beschouwing:

a. a. toekomstige aanpassingen van de aanspraken, niet zijnde meeverzekerde onvoorwaardelijk toegezegde verhogingen waarvan de hoogte in absolute of procentuele zin vaststaat; b. b. wezenpensioen en invaliditeitspensioen; c. c. aanspraken op nabestaandenpensioen die achterblijven bij het overdragende uitvoeringsorgaan; d. d. fictieve aanspraak op nabestaandenpensioen voor een ongehuwde zonder partner die deelneemt in een pensioenregeling waarbij nabestaandenpensioen uitsluitend wordt toegezegd aan gehuwden ten behoeve van de huidige echtgenoot dan wel aan degenen die ongehuwd samenleven ten behoeve van de huidige partner.

5. In afwijking van het eerste lid is de overdrachtswaarde bij een niet-reguliere pensioenregeling gelijk aan het gefinancierde deel van de aanspraken.

Artikel 10

De waarde van achterblijvende en fictieve aanspraken op nabestaandenpensioen wordt afzonderlijk berekend als fictieve overdrachtswaarde overeenkomstig artikel 9, leden 1 tot en met 4, onderdeel a.

Artikel 11

Indien de overdrachtswaarde ongelijk is aan het gefinancierde deel van de aanspraken komt het verschil ten gunste respectievelijk ten laste van de oude werkgever of van het pensioenfonds waar deze de pensioenregeling heeft ondergebracht.

Artikel 12

1. De door het overdragende uitvoeringsorgaan opgegeven overdrachtswaarde wordt aangewend voor ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen en overige pensioenvormen op basis van de pensioenregeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan. Daarbij kan rekening worden gehouden met een fictieve overdrachtswaarde.

2. Voor gevallen van waarde-overdracht van pensioenaanspraken naar een reguliere pensioenregeling worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld voor de berekening van pensioenaanspraken op grond van de overdrachtswaarde in de pensioenregeling van het overnemende uitvoeringsorgaan.

3. Bij waarde-overdracht van pensioenaanspraken naar een niet-reguliere pensioenregeling wordt de overdrachtswaarde aangewend als inkoopsom voor pensioenaanspraken in die pensioenregeling.

Artikel 13

1. De na waarde-overdracht verkregen aanspraken worden in de pensioenregeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan behandeld alsof zij in de regeling zelf zijn opgebouwd.

2. Indien de overgedragen pensioenaanspraken leiden tot meer dan het maximale aantal jaren waarover in de pensioenregeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan pensioen kan worden opgebouwd, wordt het meerdere behandeld als een bij ontslag verkregen pensioenaanspraak in die regeling.

Paragraaf 4. Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 14

Indien op de dag van het in werking treden van dit besluit de termijn bedoeld in artikel 3, eerste lid, geheel of gedeeltelijk is verstreken, wordt deze termijn verlengd tot twee maanden na de dag van in werking treden van dit besluit.

Artikel 15

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de datum waarop de Wet tot wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (wettelijk recht op waarde-overdracht en enige andere maatregelen op het aanvullend pensioenterrein) in werking treedt.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit reken- en procedureregels recht op waarde-overdracht.