40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening | BWBR0007574 | AMvB | geldend | 1995-11-29 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007574 | Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening |
Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:
a. a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; b. b. de stichting: de stichting, bedoeld in de artikelen 6.5b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, 20.14 van de Wet milieubeheer en 8.5 van de Wet ruimtelijke ordening.
Artikel 1a
Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op subsidie verstrekt krachtens dit besluit.
Artikel 2
1. Onze Minister verstrekt op aanvraag aan de stichting jaarlijks een subsidie. De subsidie wordt per boekjaar verstrekt.
2. De subsidie is bestemd ter dekking van de redelijkerwijs noodzakelijk te achten lasten van de exploitatie van de stichting. De exploitatielasten van de stichting bestaan in elk geval uit de personeelskosten volgens de vastgestelde arbeidsvoorwaarden, de materiële kosten met inbegrip van de reiskosten, de onderzoekskosten, de huisvestingskosten en de kosten van de raad van toezicht van de stichting.
Artikel 3
Bij ministeriële regeling kan een subsidieplafond worden vastgesteld.
Paragraaf 2. De subsidieverlening en bevoorschotting
Artikel 4
Onze Minister bepaalt het bedrag van de subsidieverlening aan de hand van de begroting en de daarbij behorende toelichting.
Artikel 5
1. Onze Minister beslist jaarlijks voor 1 december op de subsidie-aanvraag van de stichting voor het eerstvolgende boekjaar. Bij de beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
2. Onze Minister kan, indien de verstrekte stukken, bedoeld in de artikelen 4:61, eerste lid, onderdeel b, en 4:63 van de Algemene wet bestuursrecht, daartoe aanleiding geven, de verlening van de subsidie op een lager bedrag bepalen dan door de stichting is aangevraagd. Voordat Onze Minister een dergelijk besluit neemt, hoort hij de raad van toezicht van de stichting.
Artikel 6
Gelijktijdig met een in artikel 4:70 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde mededeling dient de stichting een aanvraag in tot wijziging van de subsidie.
Artikel 7
1. Onze Minister verleent gedurende het boekjaar per kwartaal een voorschot van een kwart van het bedrag van de verleende subsidie. Onze Minister draagt er zorg voor dat de stichting elk voorschot uiterlijk een dag voorafgaande aan het kwartaal waarvoor het is bestemd heeft ontvangen.
2. In afwijking van het eerste lid kan de subsidie in ongelijke delen per kwartaal worden uitbetaald indien de stichting daarom verzoekt.
Paragraaf 3. Verantwoording en controle
Artikel 8
De stichting dient jaarlijks vóór 15 mei een aanvraag tot vaststelling van de subsidie over het voorafgaande boekjaar in.
Artikel 9
Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op het financieel verslag.
Artikel 10
Onze Minister schrijft een protocol voor, dat de accountant hanteert die een controle uitvoert op de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen. Onze Minister schrijft dat protocol voor na overleg hierover met de stichting.
Paragraaf 4. De subsidievaststelling
Artikel 11
1. Onze Minister stelt de subsidie vast aan de hand van de overgelegde jaarrekening, waaruit blijkt hoe hoog de werkelijke exploitatielasten en het eventuele exploitatietekort van de stichting in het afgelopen boekjaar zijn geweest.
2. Onze Minister wijkt bij de vaststelling van de subsidie slechts af van het saldo van de jaarrekening nadat hij over deze afwijking overleg heeft gevoerd met het bestuur van de stichting.
3. Te veel betaalde voorschotten gelden als vooruitbetaling op de subsidie voor het eerstvolgend boekjaar.
Paragraaf 5. De administratieve organisatie van de stichting
Artikel 12
Vervallen
Paragraaf 6. Overige bepalingen
Artikel 13
De stichting behoeft de toestemming van Onze Minister voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdelen c, d, e en f van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 14
In het geval, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht, is de stichting aan Onze Minister een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald door de opbrengstwaarde van de goederen.
Artikel 15
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van dit besluit.
Artikel 16
1. De bij of krachtens dit besluit gestelde regels worden drie jaar na het oprichten van de stichting in opdracht van Onze Minister geëvalueerd.
2. Onze Minister stelt de stichting in kennis van de uitkomsten van de in het eerste lid bedoelde evaluatie, zodra deze bekend zijn.
Artikel 17
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop twee maanden zijn verstreken sedert de dag van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 18
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening.