rijk/amvb/besluit-tijdelijke-compensatie-koopkrachtverlies-postactieve-ambtenaren-zorgverz/BWBR0021811
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit tijdelijke compensatie koopkrachtverlies postactieve ambtenaren Zorgverzekeringswet BWBR0021811 AMvB geldend 2007-05-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0021811 Besluit tijdelijke compensatie koopkrachtverlies postactieve ambtenaren Zorgverzekeringswet

Besluit tijdelijke compensatie koopkrachtverlies postactieve ambtenaren Zorgverzekeringswet

Artikel 1

1.

Onder betrokkene wordt verstaan: degene die op 31 december 2005 de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en

a. a. als gewezen ambtenaar, dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden ambtenaar, over de maand december 2005 een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van

        1°.
        de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel;
      
      
        2°.
        
          artikel 27a, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

1°. 1°. de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel; 2°. 2°.

          artikel 27a, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

b. b. als gewezen Kamerlid, dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden Kamerlid, over de maand december 2005 overeenkomstig de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer; c. c. als gewezen lid van het Europees Parlement, dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden lid, over de maand december van 2005 overeenkomstig de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van artikel 2c, derde lid, van de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement; d. d. als gewezen personeelslid dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden personeelslid over een of meer maanden van het jaar 2005 een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van de Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel; e. e. als gewezen personeelslid, dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden personeelslid, van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdelen b tot en met b2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 1.2, onderdelen a, c en d, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek over een of meer maanden van het jaar 2005 een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van een met de Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel vergelijkbare regeling, overeengekomen door de Vereniging MBO Raad, de Vereniging Colo, kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, de Vereniging HBO-raad, de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, de vereniging Nederlandse Federatie van Universitair medische centra en de Werkgeversvereniging Onderzoekinstellingen enerzijds en de centrales voor overheids- en onderwijspersoneel anderzijds; f. f. als gewezen ambtenaar, dan wel als achtergebleven echtgenoot van een overleden ambtenaar, over een of meer maanden van het jaar 2005 een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van de Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel, of g. g. als gepensioneerde deelnemer in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdelen d en e, van het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994, zoals dat besluit luidde op 31 december 2005, op grond van door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gestelde regels over 2006 een tegemoetkoming heeft ontvangen ter compensatie van de inkomenseffecten van de invoering van de Zorgverzekeringswet.

2. Onder echtgenoot wordt tevens verstaan: geregistreerd partner of levenspartner die op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract met een ambtenaar, personeelslid onderscheidenlijk Kamerlid of lid van het Europees Parlement een gemeenschappelijke huishouding voerde.

Artikel 2

De Sociale verzekeringsbank verleent de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met f, een uitkering die, met inbegrip van de ter zake van die uitkering op de voet van artikel 31 van de Wet op de loonbelasting 1964 verschuldigde belasting:

a. a. in 2007 gelijk is aan 70% van de over 2005 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met f, tot ten hoogste € 1093,75; b. b. in 2008 gelijk is aan 50% van de over 2005 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met f, tot ten hoogste € 781,25; c. c. in 2009 gelijk is aan 40% van de over 2005 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a tot en met f, tot ten hoogste € 625,.

Artikel 3

1. Indien de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, onderdeel uitmaakt van een verlening over een tijdvak dat mede betrekking heeft op 2004, wordt voor de berekening van de uitkering, bedoeld in artikel 2, van de tegemoetkoming over genoemd tijdvak voor iedere maand dat de tegemoetkoming betrekking heeft op 2005 een twaalfde deel van de tegemoetkoming aan 2005 toegerekend.

2. Indien de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, uitsluitend betrekking heeft op een tot en met december 2005 lopend tijdvak, wordt voor de berekening van de uitkering, bedoeld in artikel 2, de tegemoetkoming die is verleend over het tot en met december 2005 lopende tijdvak, vermenigvuldigd met de breuk waarbij de teller 12 bedraagt en de noemer staat voor het aantal maanden waarover die tegemoetkoming is verleend.

Artikel 4

De Sociale verzekeringsbank verleent de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, een uitkering die, met inbegrip van de ter zake van die uitkering op de voet van artikel 31 van de Wet op de loonbelasting 1964 verschuldigde belasting,

a. a. in 2007 gelijk is aan 70% van de over 2006 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, tot ten hoogste € 1093,75; b. b. in 2008 gelijk is aan 50% van de over 2006 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, tot ten hoogste € 781,25; c. c. in 2009 gelijk is aan 40% van de over 2006 ontvangen tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, tot ten hoogste € 625,.

Artikel 5

De uitkering, bedoeld in de artikelen 2 en 4, wordt jaarlijks verleend in de maand september.

Artikel 6

De uitkering, bedoeld in de artikelen 2 en 4, wordt niet verleend aan de betrokkene die voor de eerste dag van de maand van uitkeren is overleden.

Artikel 7

Artikel 35 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tijdelijke compensatie koopkrachtverlies postactieve ambtenaren Zorgverzekeringswet.