rijk/amvb/besluit-toekenning-eindejaarsuitkering-over-1993-aan-militairen-en-burgerlijk-de/BWBR0006995
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit toekenning eindejaarsuitkering over 1993 aan militairen en burgerlijk defensiepersoneel BWBR0006995 AMvB geldend 1994-12-07 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006995 Besluit toekenning eindejaarsuitkering over 1993 aan militairen en burgerlijk defensiepersoneel

Besluit toekenning eindejaarsuitkering over 1993 aan militairen en burgerlijk defensiepersoneel

Hoofdstuk 1. Toekenning van de eindejaarsuitkering over 1993 aan militairen en burgerlijk defensiepersoneel

Artikel 1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. a. "de betrokkene"

      1°.
      de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die in de maand november 1993 in werkelijke dienst is, dan wel burgerlijk defensiepersoneel dat aanspraak heeft op salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en dat in de maand november 1993 in dienst is van het Ministerie van Defensie;
    
    
      2°.
      de militair met de rang van vice-admiraal of luitenant-generaal of met een hogere rang die in de maand november 1993 in werkelijke dienst is;

1°. 1°. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die in de maand november 1993 in werkelijke dienst is, dan wel burgerlijk defensiepersoneel dat aanspraak heeft op salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en dat in de maand november 1993 in dienst is van het Ministerie van Defensie; 2°. 2°. de militair met de rang van vice-admiraal of luitenant-generaal of met een hogere rang die in de maand november 1993 in werkelijke dienst is; b. b. "de berekeningsbasis"

de over de maand november 1993 genoten bezoldiging volgens de schaal of wedde, de over de maand november 1993 genoten bezoldiging volgens de tabel of wedde eerste oefening, dan wel het over de maand november 1993 genoten zakgeld of salaris in de zin van de voor betrokkene geldende bezoldigingsregeling.

Artikel 2

1. Aan de betrokkene, genoemd in artikel 1, onderdeel a, ten eerste, wordt in de maand januari 1994 een eindejaarsuitkering verleend ter grootte van 4,8% van de voor hem geldende berekeningsbasis.

2. Aan de betrokkene, genoemd in artikel 1, onderdeel a, ten tweede, wordt in de maand januari 1994 een eindejaarsuitkering verleend ter grootte van 3,6% van de voor hem geldende berekeningsbasis.

Artikel 3

In afwijking van artikel 1, onderdeel b, geldt voor de betrokkene die deelnemer is aan de Regeling partiële arbeidsparticipatie senioren (PAS) als berekeningsbasis niet het over de maand november 1993 genoten salaris bedoeld in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, maar het salaris dat hij over die maand zou hebben genoten, indien geen gebruik was gemaakt van de PAS-regeling.

Artikel 4

De eindejaarsuitkering heeft geen algemeen karakter en wordt niet gerekend tot de bezoldiging of het salaris in de zin van de bezoldigingsvoorschriften. De eindejaarsuitkering is ambtelijk inkomen in de zin van de Algemene militaire pensioenwet en de Algemene burgerlijke pensioenwet en wordt aangewezen als een uitkering als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet van 17 juli 1923, Stb. 364.

Hoofdstuk 2. Toekenning van een eenmalige uitkering in 1993 aan burgerlijk defensiepersoneel

Artikel 5

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. a. "burgerlijk defensiepersoneel" het burgerlijk defensiepersoneel dat op 1 december 1993 in dienst is van het Ministerie van Defensie; b. b. "salaris" hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel 6

Het burgerlijk defensiepersoneel heeft in 1993 aanspraak op een eenmalige uitkering van f 300.

Artikel 7

1. Burgerlijk defensiepersoneel dat een deeltijd dienstbetrekking vervult, ontvangt een overeenkomstige uitkering naar rato van de omvang van de werktijd.

2. Burgerlijk defensiepersoneel dat wegens bijzondere omstandigheden, zoals ouderschapsverlof, buitengewoon verlof, verlof in verband met ziekte en schorsing, slechts een deel van het salaris behorende bij de dienstbetrekking geniet, ontvangt een overeenkomstige uitkering naar rato van behoud van het salaris.

Artikel 8

Burgerlijk defensiepersoneel dat een nevenbetrekking vervult, voor zover herleidbaar tot een deeltijd dienstbetrekking, komt in aanmerking voor een eenmalige uitkering overeenkomstig het gestelde in artikel 7, eerste lid.

Artikel 9

Burgerlijk defensiepersoneel dat deelnemer is aan de Regeling partiële arbeidsparticipatie senioren komt in aanmerking voor een eenmalige uitkering die berekend is op basis van het salaris behorende bij de oorspronkelijke arbeidsduur.

Artikel 10

Voor de vaststelling van de omstandigheden, genoemd in de artikelen 7, 8 en 9 wordt de situatie beoordeeld zoals die was op 1 december 1993.

Artikel 11

De eenmalige uitkering wordt aangemerkt als ambtelijk inkomen in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet. De uitkering maakt geen deel uit van de berekeningsbasis voor de vakantie-uitkering en wordt niet betrokken bij de berekening van vergoedingen en toelagen, zoals voor overwerk en onregelmatige dienst, en bij de berekening van ambtsjubileumgratificaties. De uitkering blijft buiten beschouwing voor de berekening van de kortingsbedragen wegens verstrekte emolumenten.

Hoofdstuk 3. Wijziging van enige besluiten

Artikel 12

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 13

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 14

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 15

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 16

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 17

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 18

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 19

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 20

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 21

Dit besluit treedt in werking:

    • voor wat betreft hoofdstuk 1 met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 1993;
    • voor wat betreft hoofdstuk 2 met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 december 1993;
    • voor wat betreft de artikelen 13, onderdeel A, en 16, onderdeel A, met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1993;
    • voor wat betreft de artikelen 12, onderdelen B tot en met K, 13, onderdelen B tot en met E, 14, 15, 16, onderdelen B tot en met G, 17 en 19 met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 1993;
    • voor wat betreft de artikelen 13, onderdelen F en G, 16, onderdelen H tot en met J, 18, onderdeel A, en 20, onderdelen A, C, D, E, F en G met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1994;
    • voor wat betreft de artikelen 13, onderdelen H en I, 16, onderdelen K en L, met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 1994;
    • voor wat betreft artikel 12, onderdeel A, met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1994;
    • voor wat betreft artikel 16, onderdeel M, met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 1994;
    • voor wat betreft artikel 18, onderdeel B, en artikel 20, onderdeel B, met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.