rijk/amvb/besluit-tot-regeling-toelating-vreemde-militaire-luchtvaartuigen-binnen-nederlan/BWBR0002328
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit tot regeling toelating vreemde militaire luchtvaartuigen binnen Nederlands rechtsgebied BWBR0002328 AMvB geldend 1959-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002328 Besluit tot regeling toelating vreemde militaire luchtvaartuigen binnen Nederlands rechtsgebied

Besluit tot regeling toelating vreemde militaire luchtvaartuigen binnen Nederlands rechtsgebied

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. "vreemde militaire luchtvaartuigen": alle luchtvaartuigen van vreemde nationaliteit, waarin het bevel wordt gevoerd door een militair van vreemde nationaliteit; b. b. "Nederlands rechtsgebied": het grondgebied van Nederland, daaronder begrepen de territoriale wateren, zomede de luchtruimte boven dit gebied; c. c. "Onze minister": Onze minister van defensie.

Artikel 2

1. Vreemde militaire luchtvaartuigen mogen zich slechts na bekomen vergunning binnen Nederlands rechtsgebied begeven, dan wel daarin de luchtvaart uitoefenen.

2. Onze minister kan de in het eerste lid bedoelde vergunning verlenen op verzoek.

3. Onze minister is mede bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in het eerste lid voor door hem aan te wijzen soorten van vluchten met vreemde militaire luchtvaartuigen van door hem aan te wijzen nationaliteit.

4. Aan de vergunning, respectievelijk ontheffing, kunnen voorwaarden worden verbonden.

Artikel 3

Het verzoek tot het verkrijgen van de in het vorige artikel bedoelde vergunning moet geschieden langs de diplomatieke weg onder opgave van:

    1. het doel van de vlucht;
    1. het aantal, de uitrusting en het type der luchtvaartuigen en de door die luchtvaartuigen te voeren kenmerken;
    1. het aantal en de kwaliteit der inzittenden;
    1. de route waarlangs en de hoogte waarop het vluchtinlichtingengebied Amsterdam wordt aangevlogen, alsmede de route en de hoogte binnen dit gebied;
    1. de gewenste landingsplaatsen;
    1. het tijdstip, waarop de grens van het vluchtinlichtingengebied Amsterdam gepasseerd wordt en het vermoedelijke tijdstip van aankomst en vertrek.

Artikel 4

1. Behoudens bijzondere vergunning van Onze minister is het verboden in een vreemd militair luchtvaartuig mede te voeren: wapenen, munitie, bommen, torpedo's, andere projectielen en fotografische toestellen, een en ander voor zover geen deel uitmakende van de normale uitrusting van het luchtvaartuig.

2. Behoudens bijzondere vergunning van Onze minister is het verboden van valschermen gebruik te maken voor het verlaten van vreemde militaire vliegtuigen.

Artikel 5

1. Een vreemd militair luchtvaartuig, dat zich binnen Nederlands rechtsgebied door de lucht beweegt, dient een opdracht om zich naar een bepaald luchtvaartterrein te begeven onverwijld op te volgen. Zo nodig kan het daartoe worden gedwongen.

2. Een vreemd militair luchtvaartuig, dat binnen Nederlands rechtsgebied vertoeft, kan door of vanwege Onze minister worden gelast langs een daartoe aangegeven route Nederlands rechtsgebied te verlaten. Zo nodig kan het daartoe worden gedwongen.

Artikel 6

Het eerste lid van artikel 2, artikel 4 en het eerste lid van artikel 5 zijn niet van toepassing ingeval van overmacht.

Artikel 7

De toelating van vreemde militaire luchtvaartuigen tot het Nederlandse rechtsgebied geschiedt onder de algemene voorwaarde dat de Nederlandse wetten en verordeningen worden in acht genomen.

Artikel 8

Het Koninklijk besluit van 29 april 1931, Stb. 179, wordt ingetrokken.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking tegelijk met de Luchtvaartwet (Wet van 15 januari 1958, Stb. 47).