rijk/amvb/besluit-vaststelling-eenmalige-uitkering-2017-en-2018-en-wijziging-enige-besluit/BWBR0041570
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit vaststelling eenmalige uitkering 2017 en 2018 en wijziging enige besluiten (arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Defensie over periode 1 januari 2017 tot 1 oktober 2018) BWBR0041570 AMvB geldend 2018-11-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041570 Besluit vaststelling eenmalige uitkering 2017 en 2018 en wijziging enige besluiten (arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Defensie over periode 1 januari 2017 tot 1 oktober 2018)

Besluit vaststelling eenmalige uitkering 2017 en 2018 en wijziging enige besluiten (arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Defensie over periode 1 januari 2017 tot 1 oktober 2018)

Hoofdstuk 1. Toekenning van een eenmalige uitkering 2017 en 2018 aan het defensiepersoneel

Artikel 1

1.

De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering 2017:

a. a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op enig moment in het jaar 2017 in werkelijke dienst is geweest alsmede de ambtenaar die op enig moment in het jaar 2017 was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn; b. b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die op enig moment in het jaar 2017 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest; c. c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op enig moment in het jaar 2017 in dienst was van het Ministerie van Defensie; d. d. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op enig moment in het jaar 2017 in het genot was van wachtgeld als bedoeld in artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie; e. e. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op enig moment in het jaar 2017 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen alsmede de gewezen ambtenaar die op enig moment in het jaar 2017 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie; f. f. de gewezen militair en de gewezen ambtenaar, die op enig moment in het jaar 2017 aanspraak had op een suppletie op grond van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie.

2.

De eenmalige uitkering 2017 bedraagt:

a. a. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder a en b, 1% van de in het jaar 2017 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen; b. b. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder c, 1% van het in het jaar 2017 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie; c. c. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder d, 1% van het in het jaar 2017 genoten wachtgeld, na toepassing van de krachtens de in artikel 18, vijfde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie genoemde besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf; d. d. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder e, 1% van de in het jaar 2017 genoten uitkering, na toepassing van de krachtens het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie, geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf; e. e. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder f, 1% van de in het jaar 2017 genoten suppletie na toepassing van de krachtens de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

3. De eenmalige uitkering 2017 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen noch maakt zij deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

4. De eenmalige uitkering 2017 maakt voor de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst, alsmede voor de gewezen ambtenaar, die aanspraak heeft op deze uitkering, deel uit van de pensioengrondslag.

Artikel 2

1.

De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering 2018:

a. a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op enig moment in de maand januari 2018 in werkelijke dienst is geweest alsmede de ambtenaar die op enig moment in de maand januari 2018 was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn; b. b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die op enig moment in de maand januari 2018 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest; c. c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op enig moment in de maand januari 2018 in dienst was van het Ministerie van Defensie; d. d. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op enig moment in de maand januari 2018 in het genot was van wachtgeld als bedoeld in artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie; e. e. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op enig moment in de maand januari 2018 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen alsmede de gewezen ambtenaar die op enig moment in de maand januari 2018 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie; f. f. de gewezen militair en de gewezen ambtenaar, die op enig moment in de maand januari 2018 aanspraak had op een suppletie op grond van de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie.

2.

De eenmalige uitkering 2018 bedraagt:

a. a. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder a en onder b, 0,5% van het twaalfvoud van de in de maand januari 2018 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen; b. b. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder c, 0,5% van het twaalfvoud van het in de maand januari 2018 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie; c. c. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder d, 0,5% van het twaalfvoud van het in de maand januari 2018 genoten wachtgeld, na toepassing van de krachtens de in artikel 18, vijfde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie genoemde besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf; d. d. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder e, 0,5% van het twaalfvoud van de in de maand januari 2018 genoten uitkering, na toepassing van de krachtens het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie, geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf; e. e. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder f, 0,5% van het twaalfvoud van de in de maand januari 2018 genoten suppletie na toepassing van de krachtens de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

3. De eenmalige uitkering 2018 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen noch maakt zij deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

4. De eenmalige uitkering 2018 maakt voor de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst, alsmede voor de gewezen ambtenaar, die aanspraak heeft op deze uitkering, deel uit van de pensioengrondslag.

Hoofdstuk 2. Wijzigingen met ingang van 1 januari 2017

Artikel 3

Wijzigt het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Artikel 4

Wijzigt het Besluit personenchauffeurs defensie.

Artikel 5

Wijzigt het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel 6

Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen.

Artikel 7

Wijzigt het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie.

Artikel 8

Wijzigt het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen.

Artikel 9

Wijzigt het Besluit bijzondere militaire pensioenen.

Artikel 10

Wijzigt de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie.

Hoofdstuk 3. Wijzigingen met ingang van 1 januari 2018

Artikel 11

Wijzigt het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Artikel 12

Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

Artikel 13

Wijzigt het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie.

Artikel 14

Wijzigt het Besluit personenchauffeurs defensie.

Artikel 15

Wijzigt het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel 16

Wijzigt het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel 17

Wijzigt het Inkomstenbesluit militairen.

Artikel 18

Wijzigt de Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie.

Hoofdstuk 4. Overige wijzigingen

Artikel 19

Wijzigt het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 20

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, met dien verstande dat:

    hoofdstuk 2 terugwerkt tot en met 1 januari 2017;
    hoofdstuk 3 terugwerkt tot en met 1 januari 2018.