40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit vaststelling premiepercentage wachtgeldfondsen | BWBR0010118 | AMvB | geldend | 1999-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0010118 | Besluit vaststelling premiepercentage wachtgeldfondsen |
Besluit vaststelling premiepercentage wachtgeldfondsen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. het wachtgeldpremiepercentage: het percentage van het loon dat op grond van artikel 85, eerste lid, van de Werkloosheidswet wordt vastgesteld ter bepaling van het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds; b. b. de verzekerde loonsom: het totaalbedrag van het loon, bedoeld in artikel 84 van de Werkloosheidswet, waarover het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in een jaar ten gunste van een wachtgeldfonds de aldaar bedoelde premies ontvangt, met uitzondering van de uitkeringen en het loon waarop artikel 85, derde lid, van de Werkloosheidswet van toepassing is; c. c. de ziekengeldlasten: de uitkeringen die op grond van artikel 90, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet ten laste van een wachtgeldfonds komen alsmede de uitvoeringskosten met betrekking tot die uitkeringen en de op grond van enige wet over die uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verschuldigde premies die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, met uitzondering van hetgeen meer bedraagt dan het op grond van artikel 94, derde lid, van de Werkloosheidswet vastgestelde maximum; d. d. de werkloosheidslasten: hetgeen op grond van artikel 90, eerste lid, van de Werkloosheidswet ten laste van een wachtgeldfonds komt, met uitzondering van de ziekengeldlasten en, hetgeen meer bedraagt dan het op grond van artikel 94, eerste lid, van de Werkloosheidswet vastgestelde maximum; e. e. het lastenplafond: het percentage van de verzekerde loonsom in een jaar, waarin de werkloosheidslasten in dat jaar tot uitdrukking komen, dat op grond van artikel 94, eerste lid, van de Werkloosheidswet wordt vastgesteld als maximum; f. f. het jaar: het kalenderjaar; g. g. het dekkingssaldo: het verschil tussen het feitelijke vermogen van een wachtgeldfonds en de op grond van artikel 51, achtste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen aan te houden reserve.
Artikel 2
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt voorafgaand aan elk jaar een wachtgeldpremiepercentage over dat jaar vast ter dekking van de werkloosheidslasten in dat jaar. Het wachtgeldpremiepercentage bedraagt ten hoogste het lastenplafond.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt voor de dekking van de ziekengeldlasten een opslagpercentage vast, waarmee het wachtgeldpremiepercentage met betrekking tot dat wachtgeldfonds wordt verhoogd.
3. Indien in een wachtgeldfonds op 31 december van het jaar waarin het wachtgeldpremiepercentage wordt vastgesteld naar verwachting van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een positief of negatief dekkingssaldo aanwezig zal zijn, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in afwijking van het eerste lid, in dat jaar en de daaropvolgende jaren een zodanig wachtgeldpremiepercentage vast dat dat overschot dan wel tekort binnen drie jaar na die datum is ingelopen onderscheidenlijk aangezuiverd.
4. De toepassing van het derde lid mag er niet toe leiden dat een negatieve wachtgeldpremie wordt geheven.
5. Voorzover een positief dekkingssaldo door de toepassing van het vierde lid niet binnen de termijn van drie jaar kan worden ingelopen, geldt een zodanig langere termijn tot 31 december van enig jaar dat het overschot wel kan worden ingelopen.
6. Indien de toepassing van het derde lid leidt tot vaststelling van een wachtgeldpremiepercentage boven het lastenplafond behoeft de aanzuivering van een negatief dekkingssaldo niet binnen de termijn van drie jaar te geschieden. In dat geval wordt het wachtgeldpremiepercentage vastgesteld op ten minste het lastenplafond.
7. Indien een wachtgeldfonds bestaat uit onderdelen die niet afzonderlijk worden beheerd, terwijl het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds voor elk van die onderdelen afzonderlijk wordt vastgesteld, zijn het eerste tot en met het zesde lid met betrekking tot deze onderdelen gezamenlijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat onder het wachtgeldpremiepercentage wordt verstaan het gewogen gemiddelde van de voor die onderdelen afzonderlijk vastgestelde wachtgeldpremiepercentages.
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Het Besluit premievaststelling wachtgeldfondsen wordt ingetrokken.
Artikel 5
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.
2. Indien de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst gelegen is na 31 december 1998, treedt dit besluit in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 1999.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling premiepercentage wachtgeldfondsen.