40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit vaststelling regelen ex artikel 15 van de Wet op de naburige rechten | BWBR0005973 | AMvB | geldend | 1993-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0005973 | Besluit vaststelling regelen ex artikel 15 van de Wet op de naburige rechten |
Besluit vaststelling regelen ex artikel 15 van de Wet op de naburige rechten
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; b. b. de Wet: de Wet van 18 maart 1993, houdende regelen inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties en wijziging van de Auteurswet 1912 (Wet op de naburige rechten); c. c. de rechtspersoon: de rechtspersoon bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet.
Artikel 2
1. Het College van Toezicht, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wet bestaat uit drie of meer personen, die worden benoemd door Onze Minister.
2. Onze Minister wijst de Voorzitter aan.
Artikel 3
De leden van het College van Toezicht worden benoemd voor een tijdvak van vier jaren. De aftredenden kunnen na afloop van deze periode opnieuw worden benoemd.
Artikel 4
Het lidmaatschap van het College van Toezicht eindigt:
a. a. door het verstrijken van de periode waarvoor het lid zitting heeft in het College van Toezicht; b. b. door ontslag door Onze Minister, al dan niet op eigen verzoek.
Artikel 5
1. Het College van Toezicht oefent het toezicht op het beleid van de rechtspersoon uit.
2. Het College van Toezicht kan de rechtspersoon, gevraagd en ongevraagd, van advies dienen.
Artikel 6
1. De artikelen 5:13, 5:15 tot en met 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het College van Toezicht.
2. De leden van het College van Toezicht wordt, desgevorderd, gelegenheid gegeven om vergaderingen van bestuursleden, commissarissen of andere leidende personen van de rechtspersoon bij te wonen en aan de beraadslagingen deel te nemen.
3. Het College van Toezicht heeft voorts het recht om een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek te zijner keuze de boekhouding te doen onderzoeken. De kosten daarvan komen voor rekening van de rechtspersoon.
Artikel 7
1. Het College van Toezicht hoort ten minste een maal per jaar vertegenwoordigers van degenen die ingevolge artikel 7 van de Wet betalingsplichtig zijn.
2. Het College van Toezicht is bevoegd ook andere belanghebbenden dan die genoemd in het eerste lid te horen.
3. Het College van Toezicht kan een of meer vertegenwoordigers van de rechtspersoon in de gelegenheid stellen om de besprekingen met de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordigers bij te wonen.
Artikel 8
1.
De rechtspersoon mag de volgende beslissingen niet nemen dan na verkregen toestemming van het College van Toezicht;
a. a. een beslissing tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de rechtspersoon; b. b. een beslissing tot benoeming van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; c. c. een beslissing tot vaststelling of wijziging van modelovereenkomsten met rechthebbenden en betalingsplichtigen betreffende de uitoefening door deze organisatie van het recht bedoeld in artikel 7 van de wet en tot vaststelling of wijziging van andere modelovereenkomsten en reglementen in het kader van de in artikel 15 van de wet geformuleerde taak; d. d. een beslissing tot het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere organisaties die zich bezighouden met de inning en verdeling van een vergoeding gelijk of soortgelijk aan die bedoeld in artikel 7 van de wet.
2. Op de toestemming zijn de artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9
Het College van Toezicht vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als zulks door de Voorzitter of twee andere leden van het College dienstig wordt geoordeeld.
Artikel 10
Het College van Toezicht besluit met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
Artikel 11
Het College van Toezicht blijft ook in geval van één of meer vacatures bevoegd tot hetgeen hem is opgedragen.
Artikel 12
1. Het College van Toezicht kan bij reglement nadere regels omtrent zijn vergaderingen en besluitvorming vaststellen. Vaststelling en wijziging van het reglement is onderworpen aan de instemming van Onze Minister.
2. Op de toestemming zijn de artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
Het College van Toezicht brengt ten minste een maal per jaar aan Onze Minister verslag uit over zijn werkzaamheden. Het College verstrekt voorts aan Onze Minister alle door deze gevraagde inlichtingen.
Artikel 14
1. De leden van het College van Toezicht genieten vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig regels door Onze Minister te stellen.
2. Onze Minister kan aan de leden van het College van Toezicht een toelage toekennen.
3. Het bedrag van de door de Staat ten behoeve van de uitoefening van het toezicht gemaakte kosten wordt door Onze Minister op door hem te bepalen tijdstippen vastgesteld en door de rechtspersoon aan de Staat voldaan.
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet van 18 maart 1993, houdende regelen inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties en wijziging van de Auteurswet 1912 (Wet op de naburige rechten) in werking treedt.